Rebellen Congo zien journalist als welkome melkkoe

In 'bevrijd' gebied vervallen de Congolese rebellen in oude gewoontes. Net als onder wijlen Mobutu en net als bij het begin van Kabila's revolte, worden bezoekende journalisten uitgekleed. De 'heffingen' worden onbetaalbaar.

GOMA, 5 SEPT. De vlot geklede jongeman die zich bij de grenspost in Goma presenteert als douane-ambtenaar van de Congolese rebellenbeweging, weet precies waarnaar hij zoeken moet in de bagage van een journalist. Hij laat zich niet afschrikken door stinkende sokken en vuil ondergoed en wroet tot diep in de reistas naar apparatuur. “Aha, daar is de computer!”, zegt hij tevreden als hij onderop eindelijk het apparaat heeft gevonden. “Het kost U 400 gulden om die in te voeren.” De tas met de satelliettelefoon had hij er al meteen uitgepikt. Om die in bevrijd Congo te mogen gebruiken, moet 700 gulden worden neergeteld. Een invoervergunning voor een camera kost 400 gulden.

Nog dieper moet de journalist in zijn buidel tasten, want een visum voor rebellengebied kost 120 gulden. Het door de Congolese ambassade in Nairobi verstrekte visum van ruim 200 gulden blijkt alleen geldig in regeringsgebied. Tenslotte komt daar nog eens 200 gulden bij voor accreditatie bij het rebellenministerie van Informatie in Goma. Voor iedere betaling wordt een ontvangstbewijs afgegeven, maar de rebellendouane is graag bereid het voor de helft van de prijs te doen, maar dan zonder bon.

In afwezigheid van buitenlandse hulporganisaties die geld kan worden afgeperst, fungeren de journalisten als belangrijkste melkkoeien voor de nieuwe autoriteiten in Goma. De opstandelingen hebben dit afgekeken van de vorige rebellenbeweging, die van Laurent-Désiré Kabila, die begon met het heffen van belastingen voor bezoekende journalisten. En die leerde het weer van haar toenmalige mentoren, de Rwandezen. Het tijdelijk importeren van een satelliettelefoon in Rwanda kost 900 gulden en accreditatie 200 gulden.

Behoorlijk bestuur is nooit de sterkste kant geweest van de Congolezen, maar in geld verdienen aan buitenlandse journalisten zijn ze meesters. In de nadagen van Mobutu liepen de kosten van een accreditatie op tot 500 gulden. Toen vlak voor de ondergang van diens regime er nog snel een nieuwe minister van Informatie werd aangesteld, verklaarde deze alle accreditaties ongeldig en hij voerde een nieuwe in. Voor deze perskaart, die niet meer was dan een met pen beschreven papiertje, diende opnieuw 400 gulden te worden neergeteld.

Toen Kabila's mannen in mei 1997 de hoofdstad Kinshasa binnentrokken en de rook van de gevechten nog nauwelijks was opgetrokken, ontboden de opstandelingen onmiddellijk de journalisten. Het nieuwe ministerie van Informatie eiste 200 gulden voor de afgifte van een perskaart.

Rebellenbewegingen en regeringen in Afrika worden steeds bedrevener in het uitmelken van journalisten. Voor een armlastige freelance journalist valt het nauwelijks meer op te brengen. In het smerige douanekantoortje aan de grens bij Goma liggen enkele achtergelaten computers. De eigenaren konden de heffingen niet betalen. Zij moeten terugvallen op oude werktuigen in het métier: pen en papier. Dat is nog tot daaraan toe, lastiger is dat zij hun verhalen niet uit Goma naar hun hoofdkantoren kunnen zenden, want gewone telefoonverbindingen bestaan er niet in Goma. Zonder satelliettelefoon valt er niet te werken en daarom kunnen de rebellen maximaal profiteren van hun machtspositie tegenover de bezoekende pers.