Rebel aan het hof; Keizerin Sisi van Oostenrijk een eeuw na haar dood opnieuw gewogen

Ze was mooi, belezen, hing liberale denkbeelden aan en kon sporten als een man. Deze combinatie maakte Keizerin Elisabeth het mikpunt van spot en hoon aan het Oostenrijkse hof van vorige eeuw. Honderd jaar na haar dood geven nieuwe studies een complexer beeld van de Sisi die Romy Schneider vertolkte.

Het hoofd van Luigi Lucheni, de moordenaar van keizerin Elisabeth van Oostenrijk, arriveerde op kerstavond 1985 - in een inmaakpot op sterk water - per trein in Wenen. De Italiaan had de keizerin op 10 september 1898 in Genève met een vijl doodgestoken en daarmee een eind gemaakt aan het leven van een door depressies gekwelde en rusteloos door de wereld reizende vrouw. Genève wilde af van de lugubere pot vooral omdat steeds weer potentiële kopers opdoken, en schonk het hoofd aan Oostenrijk.

Zo kwam het stoffelijk overschot van de moordenaar uiteindelijk terecht in de stad waar ook zijn slachtoffer is bijgezet. De keizerin ligt in de Kapuzinergruft, de grafkelder van de Habsburgers in het centrum van Wenen. Het hoofd van Lucheni staat achter slot en grendel in het pathologische museum van de Universiteit, de 'Narrenturm' genoemd. Omdat de Zwitserse patholoog destijds niet genoeg formaldehyde gebruikte, is Lucheni's hoofd niet meer toonbaar. Langzaam lost het op.

De 25-jarige Lucheni had de keizerin min of meer per toeval vermoord. Hij wilde iemand van adel doden, voor Elisabeth zelf had hij verder geen enkele belangstelling. Lucheni was alleen in zichzelf geïnteresseerd. Dat had hij tenminste gemeen met zijn slachtoffer.

Elisabeth van Oostenrijk was een opmerkelijke vrouw: femme fatale en geëmancipeerd filosofe, mater dolorosa en topsportster. Maar bovenal was zij een liberale rebel met keizerinnenattitude. Iemand die zulke tegenstrijdige aspecten in zich verenigt, moet wel behoorlijk neurotisch geweest zijn.

Elisabeths leven was vol tragiek èn glamour. Nu, honderd jaar na haar dood, is ze populairder dan ooit. In haar tijd was ze niet erg geliefd. Een publiekstrekker werd ze pas door de films die de Oostenrijkse regisseur Ernst Marischka in de jaren vijftig maakte. Hoofdrolspeelster Romy Schneider, jong, mooi en lief, veroverde de harten van de kijkers en gaandeweg begon de historische Elisabeth steeds meer op Romy Schneider te lijken. In de films verbasterde de elegante koosnaam van de keizerin - Sisi - tot het volkse Sissi en nu worden de namen door elkaar gebruikt.

Op kleine schaal bestond altijd al Sissi-kitsch, maar precies een eeuw na haar dood is een ware Sisi-cult ontketend in Oostenrijk. Weense juweliers bieden namaakcollecties van haar juwelen aan, sjaals en asbakken dragen haar portret, de Sissi-trilogie is zojuist op video uitgekomen.

Oostenrijk opende het Elisabeth-gedenkjaar met drie tentoonstellingen die uitstallen wat altijd al te zien was in de keizerlijke paleizen Hofburg en Schönbrunn. Verder verschenen dit jaar maar liefst 150 boeken over Elisabeth, van foto- tot kookboeken met haar lievelingsrecepten. Ze blijkt vooral verzot geweest te zijn op viooltjes-ijs.

De overkill aan kitsch riep ook tegenreacties op, waaronder geestig bedoelde verhalen als die van de jonge Oostenrijkse plattelandsdichter Franzobel. Zijn bijdrage aan het Sisi-herdenkingsjaar was een artikel waarin hij meldde haar een kreng te vinden dat bovendien 'van onderen frigide' was.

Tussen alle bouquetreeks-achtige lectuur zijn twee boeken van jonge wetenschappers zeer de moeite waard. De germaniste Juliane Vogel verdiept zich in 'het spel van verschijnen en verdwijnen' dat Elisabeth opvoerde. “Ik ben gefascineerd door de kunstfiguur Elisabeth, het beeld dat van haar bestond. Zij begon al heel vroeg haar openlijke verschijning zelf te styleren. Nooit wilde ze met man en kinderen op de foto en vanaf haar dertigste verborg zij zich achter waaiers, hoeden en schermen. Ze lette er fanatiek op dat geen foto's meer werden gemaakt, ze wilde alleen als jong en mooi herinnerd worden.”

De Oostenrijkse sociologe Lisa Fischer benadrukt Elisabeths opstandigheid. Volgens Fischer gebruikte Elisabeth haar met ijzeren discipline verworven schoonheid om dingen te doen die vrouwen niet waren toegestaan: studie en sport. “Alleen lelijke vrouwen hadden hersens of spieren, zo werd gezegd. Maar Elisabeth lapte deze normen letterlijk aan haar rijlaarzen. Ze was èn mooi, èn belezen, èn een succesvolle sportvrouw.”

Wilde meid

De in 1837 in München geboren hertogin Elisabeth was een wilde meid die van zwemmen, vissen en bergbeklimmen hield, maar ook veel las en als tiener al begon te dichten. Haar ouders hechtten weinig waarde aan etiquette, maar ondanks hun liberale instelling moest Elisabeth wel tot vrouw worden gemaakt: haar gouvernante bond haar uren aan een stoel vast om haar de nodige rust aan te leren.

Op het moment dat de 23-jarige keizer Franz Joseph van Oostenrijk verliefd werd op het kleine, tamelijk onooglijke meisje kwam er een eind aan Elisabeths betrekkelijk zorgeloos leven. Franz Josephs moeder, Sophie, was de zuster van Elisabeths moeder en voorzag de problemen die haar eigenwijze nicht zou veroorzaken. De keizer, die in principe zijn moeder altijd gehoorzaamde - ook na zijn huwelijk - zette deze keer zijn zin door. Hij was volledig in de ban van 'dit frisse meisje met die lieve ogen en een mond als een aardbei'. Van Elisabeths latere schoonheid was op haar vijftiende, toen zij zich met de keizer van Oostenrijk verloofde, nog niets te zien. Volgens haar tijdgenoten was ze alles behalve lieftallig en de foto's tonen haar als chagrijnige puber met bolle wangen. De verliefde keizer was razend over deze portretten want zijn bruid was juist ontzettend mooi!

Elisabeth was vanaf het begin ongelukkig aan het Weense hof. Al twee weken na haar sprookjeshuwelijk dichtte de zestienjarige: Ich bin erwacht in einem Kerker und Fesseln sind an meiner Hand, meine Sehnsucht immer stärker und Freiheit du mir abgewandt! Ze leed onder het rigide ceremonieel en de benepenheid van het hofleven. Op het hof werd ze omgeven door aristocraten die het geringste teken van intelligentie en belezenheid met minachting afstraften. Dat ze geleerden in huis haalde die haar onderwezen, dat ze vele uren per dag Hongaars leerde - de taal van de revolutionairen die in 1848 tegen de Habsburgers in opstand waren gekomen! - het was allemaal een groot schandaal. Elisabeth was een geliefd doelwit voor spot en hoon voor de intrigante hofkliek.

Zij probeerde zich aan te passen. Tussen 1855 en 1858 baarde ze drie kinderen, van wie de oudste, Sophie, vroeg stierf. Toen in 1858 eindelijk de verwachte kroonprins werd geboren, had Elisabeth haar positie veilig gesteld.

Op het moment dat Franz Joseph na zes jaar huwelijk zijn eerste maîtresse nam, werd Elisabeth ernstig ziek. Haar afkeer van het hof uitte zich in een hoest die aan tuberculose deed denken en haar arts stuurde haar naar Madeira. Eenmaal aan het hof ontkomen herstelde de keizerin spoedig, maar juist daardoor begreep zij dat ze tegen het leven in Wenen niet was opgewassen. Ze keerde dan ook pas na twee jaar terug en ging kort daarna weer op reis. Ze zou nooit meer voor langere tijd aan het hof blijven.

Wespentaille

Juliane Vogel wijst erop dat Elisabeth geen makkelijke weg koos: “Zij ontworstelde zich aan de Weense etiquette, maar de prijs die ze ervoor betaalde was hoog. De discipline die zij zichzelf oplegde was nog veel strenger dan de regels van het hof.” Elisabeth turnde, reed paard, wandelde en hongerde en dat alles excessief. Haar wandelingen duurden minstens acht uur, haar hele dag was vol gepland met werken aan de schoonheid van lichaam en geest. Ondanks haar zwangerschappen hield Elisabeth haar wespentaille van 53 centimeter bij een lichaamslengte van 1,72 meter. Andere vrouwen werden matrones, zij niet. Het was al shockerend dat een vrouw van haar stand aan sport deed, maar dat ze bij het paardrijden ook nog broeken droeg, was helemaal een provocatie. De beroemde Weense seksuoloog Richard von Krafft-Ebing beweerde in 1888 in zijn Psychopathia sexualis dat het dragen van broeken bij vrouwen onmiskenbaar een teken van perversiteit was.

Elisabeth verachtte schmink, zij wilde op natuurlijke wijze mooi zijn. De verzorging van haar lange kastanjebruine haar was een dagelijks ritueel. Drie uur had de kapster nodig om het haar van de keizerin te vlechten. “Elisabeth maakte van haar lange haar een kroon, zij kroonde zich dagelijks zelf. Ook de keuze van haar kapster was ongehoord. Het was geen hofdame maar een burgerlijke vrouw, die zij op grond van haar kunnen heeft uitgekozen. Met haar duidelijke voorkeur voor talent boven afkomst stootte zij haar aristocratische schoonfamilie heel bewust voor het hoofd”, aldus Lisa Fischer. Behalve talent zou ook de stevigheid van de kuiten een selectiecriterium voor haar hofdames worden. De aristocratische dames bleken namelijk niet bestand tegen Elisabeths acht uur durende wandelingen.

Alles wat Elisabeth deed, waar ze van hield, was voor haar omgeving een provocatie. Misschien ontwikkelde ze daardoor een voorkeur voor buitenstaanders. “Franz Joseph wilde dat ze de zigeunerfamilies die op de keizerlijke landgoederen in Gödöllö bivakkeerden weg zou sturen, maar Elisabeth weigerde dat”, vertelt Fischer. “Haar openlijke bewondering voor Heinrich Heine werd haar in kringen van antisemieten kwalijk genomen. Ze haalde ook de dochter van haar broer, Marie, aan het hof. Deze broer vertoonde net als Elisabeth ongebruikelijke neigingen voor een aristocraat. Hij werd arts en trouwde met een joodse actrice. Elisabeth verwende Marie, maar zij terroriseerde haar ook.”

Onafhankelijkheidsverklaring

Het was de ironie van de geschiedenis dat Franz Joseph, die na de bloedige afloop van de revolutie in 1848 als achttienjarige op de troon kwam en regeerde als absoluut monarch, met een prinses trouwde die via haar vader met het liberale gedachtengoed vertrouwd was en deze waarden ook trouw bleef. Met Elisabeth nam het verfoeide liberalisme zijn intrek aan het hof van de keizer. Volgens de hofkliek begon de neergang van de monarchie in 1854, het jaar dat Franz Joseph en Elisabeth trouwden. Haar sterke band met de Hongaren werd aangevoerd als bewijs. De altijd opstandige Hongaren eisten vrijheden die de keizer niet wilde geven. De keizerin verdedigde de Hongaarse belangen met een felheid waar Franz Joseph voor terug deinsde. De Hongaren droegen haar op handen.

Oostenrijkse historici menen vaak dat Elisabeths inzet voor de Hongaren te danken was aan de romantische gevoelens die Elisabeth en graaf Gyula Andrássi voor elkaar gekoesterd zouden hebben. Deze interpretatie komt vooral voort uit de overtuiging dat vrouwen alleen in politiek geïnteresseerd kunnen raken als ze vlinders in hun buik hebben. Bovendien wordt daarmee een gevoelige zaak verhuld: Elisabeth en de Hongaren vonden elkaar ook in hun gemeenschappelijke afkeer van de Oostenrijkers.

Elisabeths liberale instelling bleek ook bij de opvoeding van kroonprins Rudolf. Franz Joseph, die zelf nooit een veldslag, laat staan een oorlog had gewonnen, wilde een dappere soldaat als zoon. Rudolf moest zijn hoofd niet in boeken steken, maar hard worden. 's Nachts werd hij met pistoolschoten gewekt, met koud water overgoten en in een hok met een horde schuimbekkende honden opgesloten. Toen het zesjarige kind hier niet tegen bestand bleek, greep Elisabeth in. “Ik eis de volledige verantwoordelijkheid voor de opvoeding van mijn kinderen”, schreef ze. “Tot ze meerderjarig worden, staan ze onder mijn gezag.”

Wat Elisabeth niet schreef, maar de verbijsterde keizer heel goed begreep, was dat zij hem anders zou verlaten. Elisabeth was 28 en op het hoogtepunt van haar schoonheid. Franz Joseph capituleerde zonder slag of stoot. Vanaf dit moment waren de rollen definitief omgedraaid. De keizer werd de achtergelatene, de keizerin bepaalde wanneer en voor hoe lang ze aan het hof zou verschijnen. Franz Joseph schreef haar nederige brieven: “Ik heb nog een lief verzoekje. Het zou mij heel gelukkig maken als je mij zou komen opzoeken. Je mannetje.”

Schedel

De brief waarin Elisabeth de opvoeding van de kinderen opeist was in feite haar onafhankelijkheidsverklaring. Het hof vond het een ongehoorde provocatie dat de keizerin uitsluitend liberale, ja zelfs joodse intellectuelen als opvoeders voor de kroonprins koos. Uiteindelijk zou deze opvoeding Rudolf ook noodlottig worden. Hij was aan het reactionaire hof volledig geïsoleerd. Volwassen geworden kon hij van Elisabeth geen steun meer verwachten. Zij had zich toen al volledig in een mystieke wereld terug getrokken. Toen de kroonprins en zijn maîtresse Mary Vetsera in 1889 in Mayerling allebei zelfmoord pleegden, kwam er een einde aan de hoop op hervormingen en liberalisering van de monarchie.

Na Rudolfs zelfmoord droeg Elisabeth alleen nog zwart. Haar rusteloosheid en depressies namen toe en ze fantaseerde veel over de dood. Toen Lucheni zich met zijn vijl op haar stortte, liep de keizerin eerst door naar de boot waarmee ze een tochtje over het meer van Genève zou maken. Op de boot zakte ze in elkaar en korte tijd later overleed ze. Ze maakte een verloste indruk.

Lucheni werd meteen opgepakt. Hij had een 61-jarige weerloze vrouw overhoop gestoken, maar straalde alsof hij een heldendaad had begaan. Zijn proces duurde een dag en hij werd tot levenslang veroordeeld. In de gevangenis begon hij zijn memoires te schrijven die in 1910 verdwenen. Een paar dagen later trof men hem opgeknoopt aan in zijn cel. Het is onduidelijk of hij zelfmoord pleegde of vermoord werd - het autopsierapport is verdwenen. Zijn lichaam werd verbrand en zijn schedel opengesneden om te kijken of er criminele elementen inzaten.

Na het onderzoek werd Lucheni's hoofd, net als dat van andere criminelen, in een inmaakpot bewaard. Inmiddels zijn de verdwenen aantekeningen weer opgedoken. Santo Cappon, een Zwitserse justitiemedewerker die oude documenten op hun echtheid onderzoekt, erfde Lucheni's memoires van zijn vader die ze indertijd gekocht had van de dochter van Lucheni's gevangenisbewaarder. Ze zijn, door Cappon bewerkt en van een inleiding voorzien, onlangs verschenen onder de titel Ich bereue nichts! Voor het Oostenrijkse weekblad Nieuws poseerde Cappon in de cel van Lucheni die een Zwitserse ondernemer met het originele materiaal heeft laten nabouwen in zijn huis.

Juliane Vogel: Elisabeth von Österreich. Momente aus dem Leben einer Kunstfigur, Verlag Neue Kritik, Frankfurt (Main) 1998 (oorspronkelijk 1992), ISBN 3801503194. Lisa Fischer: Schattenwürfe in die Zukunft. Kaiserin Elisabeth und die Frauen ihrer Zeit. Böhlau, Wien 1998, ISBN 3205987659. Luigi Lucheni: Ich bereue nichts! Die Aufzeichnungen des Sisi-Mörders. Santo Cappon, Zsolnay Verlag, Wien 1998, ISBN 3552049134.