Mondriaan 3

De mening B.C. van den Boogert lijkt in eerste instantie een gotspe maar is in wezen een blamage - je zal toch als Rembrandtmuseum een kunsthistoricus in huis hebben die de waarde van kunst afmeet aan de lengte van rijen wachtenden voor de museumdeur - en een grof staaltje demagogie. Tijdens de Mondriaan-tentoonstelling waren de zalen leeg, terwijl voor de Vermeer-tentoonstelling de mensen in de rij stonden, schrijft hij. Om deze eloquente cultuurdrager letterlijk te citeren: So what?

Gaat het nu dus ook in de schilderkunst al om de vraag waar 'het Nederlandse volk' van houdt? Mogen we 'de argeloze toeschouwer' niet lastigvallen met diepzinnigheden? Tellen dus alleen de kijkcijfers? Aangezien het Van den Boogert alleen om de liefde van het volk gaat, had hij er eerlijk bij moeten zeggen dat er meer schorten, ordners, theedoeken, aanstekers, bierpullen en panties zijn met afbeeldingen of nabootsingen van Mondriaans werk dan dat van Ten Brugghen, Metsu en Van Vliet samen.