'Moeilijk om over het dal te kijken'

De aandelenmarkten zijn hypernerveus en daar zal de komende dagen geen verandering in komen. Wat te doen als verslaggevers van CNN paniekerig verslag doen over Wall Street? “Jonge beleggers hebben nooit

een grote koersdaling meegemaakt.''

ROTTERDAM, 5 SEPT. Op een luchtbed in open zee. Zo moet de particuliere belegger zich voelen in de wereld van het grote geld. En van officiële woordvoerders uit de financiële wereld maar te horen krijgen: nee, er is geen paniek. Hebben zij het over hem, de particulier, of over hun eigen grote dealers?

Is de 'kleine' particuliere belegger juist in deze hectische tijden een tweederangs belegger die achterloopt bij de grote jongens? “Dat valt niet te voorkomen”, zegt een professionele handelaar. “Met honderd aandeeltjes Ahold houden we nu eenmaal geen rekening.”

Mededogen voor de amateur kent hij in elk geval niet. “Zo klein is de gemiddelde kleine belegger niet. Als je in een café staat te praten, melden mensen langs de neus weg dat ze honderd calletjes ABN Amro (opties met kooprecht) hebben gekocht. Dat is wel even 35.000 gulden. Moet ik daar medelijden mee hebben?”

De professionele handel heeft voor de belegger eigenlijk maar één tip: niet te veel luisteren naar tips. Bij de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) zijn meer adviezen te krijgen.

“We geven geen beleggingsadviezen, maar onze leden zoeken in deze hectische tijden wel naar houvast. De bank, de buurman en ook wij worden

gebeld'', aldus directeur P. de Vries.

De VEB heeft haar leden inmiddels tot kalmte gemaand in een brief waarin

zij erop wijst dat bijna driekwart van de bedrijven een hogere winstprognose heeft dan een jaar geleden.

“Veel beleggers kijken uitsluitend naar de koers en als die dan met twintig procent daalt, wil men van de rijdende trein afspringen. Maar kijk naar de fundamentele factoren, zeggen wij. Zorgen Rusland en Azië daadwerkelijk voor lagere winsten bij de beursfondsen waar u aandelen in heeft? Is dat niet het geval, doe dan niets.”

De paniektelefoontjes zijn volgens De Vries op de vingers “van een paar

handen” te tellen. “Wij vertegenwoordigen vooral oudere beleggers die meestal niet speculeren.”

“Als u bij een index van 1.300 een goede portefeuille heeft, is dat ook

bij 1.060 punten het geval. Dat is wat wij hun vertellen.''

De Vries ziet ook nog een zonnige zijde aan de lage koersen. Voor bedrijven wordt het aantrekkelijker eigen aandelen te kopen, waardoor de

winst per aandeel stijgt. “Op termijn is dat gunstig, maar dan spreek je niet over een termijn van een aantal weken.”

Dat menig belegger volledig wordt verrast door de koersdalingen verbaast

niemand. Een half jaar geleden waarschuwde toenmalig ING-bestuursvoorzitter A. Jacobs er nog voor dat jonge beleggers “zelfs

nog nooit een grote koersdaling hebben meegemaakt''. Dat moet wel tot problemen leiden.

De Vries erkent dat. “Veel mensen hebben nooit oog gehad voor de risico's. Als een bedrijf met dertig mensen in dienst een beurswaarde heeft van 200 miljoen gulden moet je toch eens naar de bedreigingen kijken. Verbazingwekkend dat mensen zich dat nu pas gaan bedenken.”

Ook ING Bank heeft deze week naar pen en papier gegrepen om de beleggende klanten tot rust te manen. Het valt in deze periode niet mee “om over het dal heen te kijken”, stelt de bank.

Toch is zij “redelijk optimistisch voor de langere termijn”, hetgeen een veilige prognose kan worden genoemd.

Volgens directeur T. Brouwers van de effectenafdeling wilde de ING Bank “intern en extern een duidelijk signaal geven dat we vertrouwen in de toekomst houden”. Behalve de klanten worden ook de medewerkers extra op

de hoogte gehouden.

“Door ons personeel dagelijks te informeren kunnen we met één verhaal naar buiten komen”, aldus Brouwers. Van paniek is geen sprake: de beleggingsfondsen van de ING Bank hebben “geen noemenswaardig” kapitaal verloren.

Maar als de belegger nu toch wil verkopen, maakt het moment van de dag dan uit? Het advies om vooral de (lagere) openingskoers te mijden is weinig zinvol, aldus een handelaar.

“Soms worden er halverwege de dag opeens honderd index-futures (termijncontracten met de 27 Amsterdamse hoofdfondsen) op de markt gezet, die elk een waarde hebben van 220.000 gulden hebben. Als dan net jouw ordertje in de markt ligt, is dat jammer maar helaas.”