LUNAR PROSPECTOR: NIEUWE ONZEKERHEDEN OVER IJS OP DE MAAN

In Science werden gisteren de eerste resultaten gepubliceerd van de

metingen van de Amerikaanse maanverkenner Lunar Prospector. Dit bescheiden ruimtevaartuigje draait sinds 16 januari in een polaire baan op honderd kilometer hoogte rond de maan, waarvan hij het graviatieveld,

het magnetisme en de mineralogische samenstelling bestudeert. Het voor velen interessantste resultaat wordt gebracht in het laatste van de zes artikelen: aanwijzingen voor de aanwezigheid van ijs op de polen van de maan. Deze mogelijkheid was al in maart geopperd op grond van de allereerste metingen, maar ook de nu getrokken conclusie is nog steeds grotendeels speculatie.

Twee jaar geleden leken radarwaarnemingen uit de maansonde Clementine er op te wijzen dat zich op de bodem van een diepe krater aan

de zuidpool van de maan ijs bevindt. Vorig jaar meldden Amerikaanse astronomen echter dat de bewuste radarreflecties ook op een andere manier konden ontstaan. Lunar Prospector moest het raadsel oplossen en wel door snelle en middelsnelle neutronen van de maan te registreren. Deze neutronen ontstaan doordat de maanbodem constant wordt gebombardeerd door deeltjes van de kosmische straling. Botsen zulke neutronen vervolgens zelf tegen een waterstofatoom (waarvan elk ijsmolecule er twee bevat), dan wordt hun snelheid fors verminderd.

Lunar Prospector blijkt boven de noord- en de zuidpool van de maan 3 tot

5 procent minder middelsnelle neutronen te detecteren dan op lagere breedten. Bij de snelle neutronen werden geen meetbare verschillen gevonden. De 'tekorten' liggen boven de bekraterde gebieden aan de polen

die vrijwel constant in de schaduw liggen. Hier zouden zich dus waterstofatomen moeten bevinden en die zouden kunnen wijzen op de aanwezigheid van bevroren water, ofwel ijs. Dat zou afkomstig kunnen zijn van kometen die in het verleden op de maan zijn ingeslagen. Het ijs

moet onder het oppervlak liggen, omdat het anders door UV-straling en de

inslagen van geladen deeltjes en meteorieten al lang weer zou zijn weggeërodeerd.

Het vreemde is echter dat het neutroneneffect het grootst is boven de noordpool van de maan, terwijl aan de zuidpool het grootste gebied met permanente schaduwen ligt. Verder lijkt het nog te vroeg om het gemeten effect aan alléén waterstof c.q. ijs toe te schrijven: misschien veroorzaken andere elementen hetzelfde effect. En misschien is

de veronderstelde waterstof niet afkomstig van ijs in de bodem, maar van

de stroom van geladen deeltjes van de zon.

Ook de theorie dat kometen ijs op de maan afleveren, staat niet zo sterk. Tijdens zulke inslagen, met snelheden van tientallen kilometers per seconde, verdampt de komeet geheel en zal de explosiewolk vrijwel geheel de ruimte in vliegen: de aantrekkingskracht van de maan is te gering om gassen vast te houden.