'Ik zie niks'; HARTSCARABEE VAN MUMMIE B. 12.983 BEVAT GEEN TEKST

Een anonieme mummie moest donderdag via een ct-scan zijn naam teruggeven. Die naamgeving kwam niet tot stand, maar de medische techniek wordt een groot archeologisch succes.

DAAR LIGT-IE dan, stevig ingesnoerd op de brancard, in een houten beschermende kist: de anonieme Egyptische mummie, drieduizend jaar oud. Nu heeft hij alleen nog het inventarisnummer B. 12.983. Maar als hij straks onder het toeziend oog van een cameraploeg van BBC World Service,

fotografen en journalisten met de ambulance van het Allard Pierson Museum naar het AMC is gebracht, krijgt hij misschien weer een naam. Want Hans Koens van de Vakgroep Mediterrane Archeologie van de Universiteit en Roel Jansen, radiologisch hoofdlaborant van het AMC, hebben een methode ontwikkeld waarmee ze achter de naam kunnen komen. Met een medische scan kunnen ze door de wikkels van de mummie heen de hiërogliefen lezen op de hartscarabee, de gedenksteen die bij veel mummies op het lichaam werd geplaatst. Meestal gaat het om een fragment uit het Dodenboek, de naam van de farao èn de naam van de overledene.

Het lezen gebeurt met een CT-scan. Computer Tomografie wordt in ziekenhuizen gebruikt om foto's van het inwendige van een patiënt te maken. De scanner bestaat uit een röntgenstralenbuis, waarin de patient wordt geschoven, een systeem dat de straling waarneemt en een computer. De röntgenstralen gaan door een enkele millimeters dikke 'schijf' van de patiënt. Vervolgens wordt uit allerlei hoeken de straling gemeten die door de schijf heen komt. Dan gaat de computer aan het rekenen en construeert van het inwendige van de patiënt een digitale röntgenfoto, desgewenst driedimensionaal.

'Dat moet ook met materialen kunnen', dacht Koens. Ongeveer twee jaar geleden zocht hij contact met Jansen en vroeg of hij het eens mocht proberen. Jansen stemde in en - ook niet onbelangrijk - kreeg van het AMC toestemming om in de avonduren aan de slag te gaan. Na een experiment met een koffiekopje maakten Koens en Jansen eerst profieltekeningen van Griekse vazen. Het profiel van een vaas zegt archeologen iets over de datering en de werkplaats, waar de vaas is gemaakt. Het maken van zo'n tekening is echter langdurig werk: een archeoloog is al snel twee uur in de weer met passer, schuifmaat en looddraad voor één profieltekening. Koens en Jansen kwamen

er achter dat het met een CT-scanner tien keer zo snel gaat. Bovendien leverde de methode tekeningen op van beide helften en van de binnenkant van de vazen. Verder onderzoek maakte duidelijk dat het ook mogelijk was

om aan de hand van de verschillende grijswaarden op de digitale röntgenfoto's de klei te analyseren. Zo ontdekte Koens dat Korinthische pottenbakkers vazen uit één soort klei maken en dat Atheense pottenbakkers voor de voet andere klei gebruiken dan voor het lichaam en de oren.

Koens en Jansen kregen na dit geslaagde experiment de smaak te pakken en

gingen aan de slag met de mummie, die het Allard Pierson in bruikleen heeft van het Rijksmuseum van Oudheden (RMO) in Leiden. Een eerste onderzoek, vorig jaar september, liet zien dat de overledene een man was, tussen de twintig en veertig jaar oud en voorzien van een redelijk gaaf gebit. Verder viel op dat hij hoog in de nek een dwarslaesie had en

vele gebroken ribben. En ook mooi te zien was, net onder het borstbeen, de hartscarabee.

Dergelijk scan-onderzoek met mummies is elders al eerder gedaan. Maar wat toen nog niet kon, maar met de modernste generatie CT-scanners wel is plakjes scannen van een halve millimeter dik. Dat maakt het mogelijk om zonder een mummie aan te tasten de inscriptie op een hartscarabee te lezen en zo de mummie heel precies te dateren en een naam te geven, bedachten Koens en Jansen. Na een geslaagde proef met een amper twee centimeter grote, losse hartscarabee, is het nu de beurt aan de hartscarbee in de mummie.

De ambulance zet bij vertrek even de sirene aan. Maarten Raven, egyptoloog en conservator van het RMO, zit gespannen naast 'zijn' mummie. Aangekomen bij het AMC gaat het via de ingang van de eerste hulp

en de lift naar de röntgenkamer. Daar staat een team van radiologen

en computertechnici al klaar om de mummie te ontvangen. De mummie verdwijnt in de CT-scanner en op een beeldscherm verschijnt zijn skelet.

De contouren van de hartscarabee zijn duidelijk zichtbaar. De scan wordt

zo ingesteld dat hij precies van dat deel van de mummie foto's maakt. Het doorseinen van de gegevens naar de computer, die de hartscarabee en de eventuele tekst zichtbaar moet maken, duurt even. Langzaam verschijnt

de onderzijde van de hartscarabee. “Ik zie niks”, zegt de ene technicus. “Hij is nog aan het doorseinen”, zegt deander. Maar wat hij

daarna ook probeert, er verschijnen geen hiërogliefen in beeld.

De hartscarabee van mummie B. 12.983 bevat geen tekst. De technicus maakt nog even een mooi driedimensionaal plaatje van de steen en laat hem om zijn as draaien. “Als we afgaan op de collectie hartscarabeeën in onze collectie, was de kans fifty-fifty dat er een tekst op stond”, zegt Raven. Om iedereen ervan te overtuigen dat de

methode echt werkt tonen de wetenschappers nog even de foto's van de geslaagde proef. “Een negatief resultaat is ook een resultaat”, houdt iemand de moed er in. En ook Raven troost de initiatiefnemers. Ze doen er goed aan hun bevindingen in een wetenschappelijk tijdschrift te publiceren, want de methode biedt zeker mogelijkheden.

Daarna gaat mummie B. 12.983 met de ambulance terug naar het museum.

Zonder sirene en in de stromende regen.