Hoofdbeschermer van Vanderlijde

“Heb jij wel eens een rammel voor je kop gehad?” Het was de wedervraag van bokser Rudy Koopmans, nadat ik hem had durven confronteren met de vraag: “Kun jij je voorstellen dat mensen tegen boksen zijn en het zelfs een smerige sport vinden?” Ik antwoordde met trillende stem: “Nee, asjeblieft niet.” Koopmans had zelf wèl eens een rammel voor zijn kop had gehad.

Dat kon je ook wel zien. En dat was niet leuk geweest. Maar anderzijds schiep hij er ook genoegen in een ander op zijn hoofd te timmeren. Koopmans was bokser van beroep, vandaar, dan diende men geen medelijden te hebben met de tegenstander. Hij had een andere stijl dan Arnold Vanderlijde, een gevierd amateurbokser die allerminst meedogenloos was wanneer hij zijn vuisten hief. Vanderlijde was zachtaardig, vredelievend bijna. Hij verblijdde de Nederlandse boksliefhebbers met twee bronzen medailles bij de Olympische Spelen van Seoul en Barcelona. Zelfs voor niet-boksliefhebbers was het leuk naar Vanderlijde te kijken - én te luisteren wanneer hij met zijn Limburgse tongval zijn partij analyseerde. Als amateur diende hij in tegenstelling tot de profs een hoofdbeschermer te dragen. Dan is er minder gevaar voor hersenletsel, veronderstelt men. Gelukkig maar voor Vanderlijde. Zo'n aardige jongen verdiende het niet een schadelijke rammel voor zijn kop te krijgen.