Historische hits

De kennis van het verleden holt achteruit. Hoogste tijd om daar iets aan te doen met een zomercursus geschiedenis in hitsingles. Les 12:

Rock 'n' roll.

Zoals er romans over beroemde romanschrijvers zijn, en speelfilms over de filmgeschiedenis, zo wemelt het in de hitparade van liedjes over

de pophistorie. Niet verwonderlijk, als je ziet hoe lucratief het maken van dit soort 'meta-popmuziek' kan zijn. Neem de jaren-zeventiggroep Long Tall Ernie & The Shakers. Met eigen rocknummers leidde het Arnhemse

vijftal jarenlang een kommervol bestaan in de middenmoot van de hitparade; maar toen ze in de herfst van 1977 een medley van rockhits uit de jaren vijftig opnamen, haalden ze moeiteloos de eerste plaats van

de Top 40. 'Do You Remember' heette de compilatie, die een half jaar later gevolgd werd door het bijna zo succesvolle 'Golden Years Of Rock 'N' Roll'. En hoewel The Shakers niet erg diep ingingen op

de finesses van de vroege rockgeschiedenis, lieten ze in elk geval een nieuwe generatie kennis maken met grootheden als Del Shannon, The Everly

Brothers en Little Richard.

Het toeval wilde dat 'Do You Remember' als nummer 1 de opvolger was van een andere historiografische hit: 'I Remember Elvis Presley' van Danny Mirror, destijds beter bekend als de producer Eddy Ouwens. De hommage aan de op 16 augustus 1977 overleden King of Rock 'n' Roll was ontegenzeglijk sentimenteel, maar werd ten onrechte verketterd als voorbeeld van 'lijkenpikkerij'. Ouwens stond in een eerbiedwaardige traditie - al sinds de jaren vijftig hadden popartiesten songs gewijd aan 'Gouden Doden': Eddie Cochran eerde Buddy Holly (†1959), John Lennon bracht een hommage aan Cochran (†1960) en George Harrison zong een paar jaar later over Lennon (†1980) in zijn Beatle-geschiedenis 'All Those Years Ago'. Geen van hen was overigens zo

succesvol als de rapper Puff Daddy, die een jaar geleden miljoenen exemplaren verkocht van 'I'll Be Missing You', een requiem voor zijn vermoorde collega Notorious B.I.G.

Pophistoriografisch gezien zijn deze tribute songs natuurlijk minder interessant dan liedjes die wat breder uitwaaieren over de geschiedenis van de popmuziek. 'Hail Hail Rock 'n' Roll' bijvoorbeeld, waarin de Amerikaanse singer-songwriter Garland Jeffreys in vogelvlucht door de rockhistorie ging (1990). Of 'Video Killed The Radio Star' van The Buggles, een bijna profetisch hitje uit oktober 1979 (vier jaar voor de lancering van MTV). Of de meest legendarische aller meta-popsongs: '(Bye

Bye Miss) American Pie' van Don McClean.

Muzikaal is 'American Pie' allesbehalve wereldschokkend. Na een rustig eerste couplet-en-refrein volgt een snelle, goed in het gehoor liggende ballade die eindeloos lijkt door te gaan; met een totale speelduur van 8

minuten en 36 seconden zou het nummer behoren tot de langste Top 40-hits

ooit, ware het niet dat in 1972 alleen het eerste deel op single werd uitgebracht. De coupure was doodzonde, want als íets 'American Pie' bijzonder maakte dan was het de tekst: een persoonlijke impressie van de neergang van de rock 'n' roll die cryptisch genoeg was verwoord om de fans jarenlang bezig te houden.

Na een kwart eeuw is inmiddels iedere verwijzing in 'American Pie' uitgeplozen, en weten we dat het lied in de eerste plaats gaat over de dood van Buddy Holly, die op 3 februari 1959 tijdens een sneeuwstorm boven Iowa met zijn vliegtuigje neerstortte. Naast Holly stierven twee andere rockpioniers, The Big Bopper ('Chantilly Lace') en Ritchie Valens

('La Bamba'), zodat Don McClean met recht kan zingen over 'the day the music died.' Niet dat de drie sterren met name genoemd worden. McClean wil vooral kritiek leveren op een trend die na hun dood werd ingezet: de

verwaarlozing van de pure rock 'n' roll ten gunste van de minder dansbare popmuziek van de jaren zestig. Een voor een komen ze voorbij: de intellectuele Dylan, de experimentele Beatles, de satanische Stones en door drugs gedomineerde bands die op Woodstock speelden. Met zijn allen ontdeden ze de rock 'n' roll van zijn onschuld, volgens McClean juist datgene wat de muziek 'as American as apple pie' maakte.

Natuurlijk verweet de pot de ketel dat hij zwart zag. Voor een dansje op

'American Pie' heb je heel wat doorzettingsvermogen nodig, en ook in McCleans verdere oeuvre ('Vincent'!) is de invloed van Dylan heel wat groter dan die van Holly. Maar goed, als zingend historiograaf van de rock 'n' roll is Don McClean onovertroffen. En zoals iedere criticus zal

beamen: je hoeft niet beter te kunnen om beter te weten.