Hemelse en aardse oude muziek

Holland Festival Oude Muziek Utrecht. Ensemble Clément Jannequin o.l.v. Dominique Visse en Stradivaria o.l.v. Daniel Cuiller. Gehoord 2, 3/9 Vredenburg Utrecht.

Als ik gevraagd zou worden voor de militaire academie, dan zou ik de les beginnen met Clément Jannequins La Bataille, ou défaite des Suisses à la journée de Marignan, kortweg La guerre. “Gord de wapens om, galante mietjes, sla er op los en schreeuw luidkeels, houd moed, deel dreunen uit”, zijn zo de aanmoedigingen die Jannequin componeerde. Zo mogelijk nog realistischer klinken de nabootsingen van zestiende-eeuws wapentuig als courteaux en faulcons, haakbussen en bombardes: “Fan frere le le fan fan fan fan feyne fa ri ra ri ra”, of: “Pa ti pa toc tricque trac zin zin.”

Het hoeft geen betoog dat dit spectaculaire en gekoesterde werk woensdagavond in Vredenburg met afstand het hoogtepunt was van het 'Bommen & Granaten' van het ensemble Clément Jannequin in het Festival Oude Muziek. Dit ongeëvenaard veldslagverslag was voor de pastoor Jannequin (ca. 1485-1558) ook het onderwerp van een mis. Een soortgelijke vermenging van het realistische en het hemelse bleek in het

chanson van Claudin de Sermisy met de titel Ik houd niet van varkensvlees. Het gaat over een varken dat uitroept: “Jij drol, drijvend in de beek, geef je over of je bent er geweest.” Ook dit fraaie chanson kon destijds moeiteloos dienen als materiaal voor een mis.

Het ensemble Clément Jannequin is in dit soort muziek op zijn best, evenals genoemde componisten neemt hij de drolligheid serieus. Maar ook in het gekruide Spaanse genre zoals La Guerra van Mateo Flecha uit het midden van de zestiende eeuw realiseert het de vereiste couleur locale, opnieuw aards èn hemels. De krijgers nodigen de Hemelkoning uit om deel te nemen aan de oorlog en Hij heeft er zin in. Leve onze nieuwe aanvoerder, bom, bom, peti, pata!

Minder overtuigend vind ik het ensemble in geheel religieuze muziek zoals de Déploration de Johan. Ockeghem, een van de meest geïnspireerde stukken die Josquin des Prez ooit componeerde. De stem van Dominique Visse, tot de wonderlijkste kleuringen in staat, kraaiend naturalistisch, springt er dan te veel bovenuit.

Geschikt voor de militaire academie zijn ook de ruiterfanfares voor trompetten en pauken waarin de onverzettelijke Tsjech Jan Dismas Zelenka

(1679-1745) excelleerde. Zelenka, wiens jaloerse broodheer niet toestond

dat zijn sonates werden gekopieerd, laat staan in druk verschenen, kwam pas in de jaren '50 van onze eeuw in de belangstelling. Deze Tsjechische

Bach kreeg vooral bekendheid vanwege zijn kamermuziek. Het festival legt

het accent op zijn minder bekende kant als kerkcomponist.

Het is schitterend handwerk en hij beheerste dat al volkomen voordat hij

in de leer te ging bij meester contrapuntist Johann Joseph Fux, getuige de zevenstemmige dubbelfuga Qui tollis (1712). De zes Lamentationes Jeremiae Prophetae (1722) werden kernachtig neergezet door het barokkamerorkest Stradivaria, in één continu forte, met priemend potloodje gedirigeerd. Ook de solisten lieten subtiliteiten voor wat zij waren. Het is muziek overwegend in stoere kwinten en stevige metrische accenten, maar het hoefde niet zó militant.