Haagse slaapkamertaferelen

Hoeveel seksuele contacten moet een Nederlandse politicus er op nahouden? Als het aan het CDA-Kamerlid Hillen ligt slechts één. Met moeder de vrouw of de huisman thuis, en diep onder de dekens. Want al het andere is overspel en dat is in Hillens ogen een smadelijk bewijs van wilszwakte. “Mensen die op dit vlak te verleiden zijn, zijn dat ook op ander gebied”, luidt zijn analyse na acht jaar participerende observatie in de Haagse wandelgangen. Hij zag daar, na afloop van menig debat als de laatste trein richting provincie vertrokken was, talloze collega's zonder enige schroom met elkaar de koffer induiken. Vooral bij de paarse tegenstanders was dit soort gezelligheid mateloos populair.

Bah en boeh, vindt Hillen.

Heeft hij gelijk?

Als we het makkelijke morele oordeel laten voor wat het is, roepen de bevindingen van Hillen een aantal interessante vragen op. Allereerst het veronderstelde verband tussen opwinding en standvastigheid, tussen seks en ruggengraat dus. Klopt het dat veel van het eerste weinig van het tweede tot gevolg heeft? De medische wetenschap heeft tot nu toe de kerk van Rome op dit punt geen gelijk kunnen geven. En ook vanuit de psychologie bereiken ons geen alarmerende berichten dat de mate van sociale aanpassing correleert met de seksuele activiteit van proefpersonen. Zowel bij mannen als bij vrouwen vertonen de scores op dit punt een buitengewoon grillig patroon. Daar valt statistisch dus niets over te zeggen. Maar dan hebben we het wel over gewone burgers. Hillen heeft het over Nederlandse parlementariërs en die vormen een zeer bijzondere steekproef.

Door de ijzeren fractiediscipline, die onder paars strakker en strakker werd aangehaald, is het voor de meesten van hen onmogelijk om langer dan één vergadering aan een eigen standpunt of oordeel vast te houden. Men dient zich neer te leggen bij de politieke haalbaarheid van de dag, en daar heeft de individuele volksvertegenwoordiger niets over te zeggen. Wie onder deze omstandigheden goed wil functioneren moet een kameleontische persoonlijkheid ontwikkelen. Aanpassen is overleven. Deze evolutionaire dwang is binnen de paarse partijen zo toegenomen dat een verband met het promiscue gedrag in de wandelgangen wellicht toch aangetoond kan worden. Daarvoor is het nodig een derde variabele in de analyse te betrekken. Dat is de mate van sociaal isolement.

Uit onderzoek naar religieuze sektes blijkt dat daar veelwijverij eerder regel dan uitzondering is. In Gods kleinste gemeentes stroomt het water rijkelijk over de akker en geldt de vleselijke eenwording met de leider als de enige proeve van het ware geloof. Hoe verder weg van de normale gemeenschap, des te vreemder zijn de eisen die hieromtrent gesteld worden. Vooral aan de vrouwelijke leden.

Maatschappelijk isolement en een sterke conformeringsdwang vormen in de praktijk dus een sociaal explosief mengsel. Als er een beetje charismatisch leiderschap aan toegevoegd wordt, kan een onbeheerste promiscuïteit het gevolg zijn.

Met deze theorie kan men heel goed de gebeurtenissen in het Oval Office verklaren. Om er de Nederlandse politieke verhoudingen mee te verhelderen is het nodig dat de waarnemingen van Hans Hillen met meer details aangevuld worden. Essentieel is of de seksuele aandacht in de Tweede Kamer zich concentreert op sterke persoonlijkheden. Zijn de overspelpatronen stervormig en nemen bij voorbeeld de fractievoorzitters daarbij een centrale positie in? Of niet, en vertoont het relatieveld een meer ongerichte matrixstructuur waarin de wisselende contacten een grote mate van toevalligheid bezitten, zowel in de fracties als tussen de fracties?

Als dit laatste het geval is kan de sekte-theorie terzijde geschoven worden. Dan valt het gelukkig mee met het maatschappelijk isolement onder de Haagse Stolp, en hoeft er geen sprake te zijn van wilszwakte of infantiele adoratie. Integendeel, het overspel zou dan heel goed begrepen kunnen worden met behulp van een andere populaire sociologische theorie, waarin het liefdesavontuur een heel wat positievere rol vervult. Dat is de theorie waarin promiscuïteit gezien wordt als uitdrukking van iemands sociale mobiliteit. Rita Kohnstamm is daar een aanhangster van. 'Wie afkomstig is uit een huis-, tuin- en keukenmilieu en in zo'n politieke glamourwereld verzeild raakt, krijgt gemakkelijk te maken met ontwrichting van bestaande relaties', zo luidde haar commentaar afgelopen maandag in deze krant, toen haar visie gevraagd werd op het onderzoek van Hillen. Toegegeven, ook Kohnstamm klinkt lichtelijk verontwaardigd door alleen maar oog te hebben voor het bedrogen thuisfront, maar je kunt met dezelfde theorie het gedrag van de Kamerleden ook veel zonniger interpreteren. Promiscuïteit is dan een vorm van nieuwsgierigheid naar al die andere mensen om je heen. Het is de erotische versie van het sociale netwerken en het brengt je op plaatsen waar je tot voor kort alleen maar van mocht dromen. Moderne politici zijn netwerkers pur sang en het zou naïef zijn te veronderstellen dat hun belangstelling voor de medemens ophoudt zodra het licht uitgaat. Netwerken is een volcontinue roeping voor iedereen die in de samenleving vooruit wil komen. Daar zijn risico's aan verbonden, vanzelfsprekend, maar voor een echte ondernemer begint het avontuur pas buiten het eigen huis, de eigen tuin en het eigen bed.

Hoeveel erotische contacten moet een Nederlandse politicus er dus op nahouden?

Heel veel, als we de laatste theorie aanhangen.

Als we een wat pessimistischer mensbeeld hebben, spreekt de eerste theorie meer tot de verbeelding en is elk seksueel contact in Den Haag verdacht.

Het laatste woord is aan de wetenschap. Het verkennende onderzoek van Hillen moet snel uitgebreid wordt met een gedegen netwerkanalyse waarin de structuur van de Haagse liefdesbanden blootgelegd wordt. Mocht zo'n onderzoek om privacy redenen niet mogelijk zijn, dan kunnen we alleen maar hopen dat Jacques Wallage snel aan zijn memoires begint.