GRONDSLAGEN VAN EEN FENOMEEN

'CULTURELE WAARDEN zijn als de wind, ze doordringen alles maar je ziet ze niet.” Zo is het ook in het onderwijs, zegt W. Stokroos (64), oud-rector van wat indertijd nog heette de Rijksscholengemeenschap Winkler Prins in Veendam. “Je kunt je afvragen of het onderwijs in de westerse wereld nog in harmonie is met de culturele dynamiek.”

Als rector van een scholengemeenschap met 1.500 leerlingen en 120 docenten was Stokroos vooral druk met de organisatie van het leerproces,

met de financi¨en van de school, het ministerie, de lesroosters. Pas

toen hij rector-af was, meer tijd kreeg en met meer afstand kon kijken naar het onderwijs, kreeg hij de gelegenheid zich diepgaand bezig te houden met de vraag: waartoe dient de school en welke functie vervult het onderwijs in de samenleving. Hij ging op zoek naar verklaringen voor

de onvrede, onlustgevoelens en teleurstelling bij ouders, leerlingen, studenten, docenten, wetenschappers en politici. Dat is geen gemakkelijk

verhaal geworden.

De wortels van onze onderwijsconceptie liggen, zo meent Stokroos, verscholen in de cultuurspecifieke intrinsieke waarden van de westerse wereld en in het proces van 'enculturatie' dat nieuwe generaties moet laten ingroeien en hechten aan het cultureel erfgoed van de samenleving waar zij deel van uitmaken. Als die wortels zijn blootgelegd kom je bij de vraag wat onderwijs eigenlijk `is en waartoe het dient. Hij vindt het jammer dat die grondslagen van de dagelijkse praktijk van de school, de lessen en de boekjes, maar van de 'cosmetische' onderwijsvernieuwingen nauwelijks onderwerp van discussie zijn. “We denken niet na over onderwijs, we praten over centen”, concludeert Stokroos. En dat zag hij graag veranderen. “Het Ministerie van onderwijs zou een discussie moeten entameren over de positie van het onderwijs in een kantelende tijdgeest en de dilemma's die daarvan het gevolg zijn.”

Katalysator voor deze gedachtenontwikkeling vormden de contacten met collega's in Ghana. En die kwamen weer tot stand omdat bij de bouw van zijn nieuwe school, halverwege de jaren tachtig, werd bedacht dat er iets gedaan moest worden voor minderbedeelde scholen elders in de wereld. Tijdens een sponsorloop werd veel geld ingezameld voor scholen in Ghana en Mali. Bezoeken volgden en er werd vriendschap gesloten met een Ghanese collega-schoolleider. In de gesprekken met deze schoolleider

werd rector Stokroos zich ervan bewust hoe belangrijk de verscholen culturele waarden en de veranderingen daarbinnen zijn voor de opvattingen over onderwijs. “Het was een eye-opener voor mij. Waarom beoordeelde mijn Ghanese collega de rol van onderwijs in de samenleving zo anders dan ik?” Stokroos wilde er een artikeltje over schrijven, maar kreeg het advies er meteen een dissertatie van te maken. En dat deed hij. Afgelopen voorjaar promoveerde de rector in ruste aan de universiteit van Groningen op het proefschrift 'Transformatieprocessen en Onderwijsconcepties'. Via Ghana, Mali en Mozambique en via de invloed

van de Arabisch-islamitische cultuur, de kolonisators en later van de Wereldbank en het IMF, komt Stokroos op zijn zonnige en bloemrijke terras in Veendam bij de bronnen van 'onze', dat wil zeggen de westerse,

onderwijsconcepties.

In het onderwijs, dat een belangrijke rol speelt in het enculturatieproces van de komende generaties, laten zich vier deelaspecten onderscheiden. Identificatie bevordert de verinnerlijking van het cultureel bepaald handelen, denken en doen. Integratie draagt bij aan de cohesie in de samenleving, aan saamhorigheid en eensgezindheid. Allocatie richt zich op het verwerven van kennis en bereidt voor op een beroep en een plaats in het arbeidsproces. En innovatie vervult een functie naar de toekomstige samenleving en draagt bij aan verandering en vernieuwing.

In het westerse onderwijs staan vooral het verwerven van kennis en de ori¨entatie op de arbeidsmarkt, `en de drang tot vernieuwing hoog genoteerd. Stokroos: “Ons onderwijs staat voornamelijk in dienst van het verschaffen van een baan, inkomen en maatschappelijk prestige.”

De functies van identificatie en integratie hebben terrein verloren in onze huidige onderwijsconceptie, terwijl deze in de Afrikaanse gemeenschappen die hij bestudeerde vaak hoog aangeschreven staan. Dat heeft weer alles te maken met de intrinsieke cultureel bepaalde waarden die een samenleving er op na houdt. In de westerse wereld zijn die gevormd door historisch gegroeide opvattingen over individuele ontplooiing, vrijheid en materi¨ele groei, maar juist deze waarden zijn momenteel aan het schuiven en ook daar wringt volgens Stokroos de schoen. “Individualiteit is steeds minder gekoppeld aan begrippen als gemeenschappelijkheid en gelijkwaardigheid en dreigt door te schieten naar anonimisering. Ook in het onderwijs, dat in de huidige tijdgeest de

kant op gaat van een computergestuurde proces-industrie. Het vrijheidsbeginsel maakt zich los van waarden als gebondenheid en verantwoordelijkheid en wordt steeds verder opgerekt. De materi¨ele groei raakt de grenzen van het ecosysteem.''

De discussie moet gaan over vier 'culturele dilemma's'. Ten eerste: willen we dat in onderwijs het 'verkopen' van kennis en het effici¨ent voorbereiden op de arbeidsmarkt de boventoon voeren? Ten tweede: hoe gaan we in het onderwijs om met de verschuivingen rond de beginselen van individualiteit, vrijheid en groei? Ten derde: wat betekent de toegenomen diversiteit van culturen voor de gelijkwaardige participatie van nieuwe generaties migranten? Moeten cultuurverschillen worden gerespecteerd of gereduceerd? En ten vierde: Moet de strikte scheiding tussen opvoeding en onderwijs, tussen ouders en school gehandhaafd blijven? Stokroos heeft wel een mening over deze dilemma's en ziet uiteindelijk een school voor zich die al naar gelang de leeftijd

van de kinderen zowel zorg en geborgenheid biedt als kennis en vorming. Een pedagogische leer-, leef- en werkgemeenschap, waarin de vier deelaspecten van onderwijs meer in harmonie zijn. Ouders moeten meer de baas over het onderwijs worden, waardoor de scheiding tussen opvoeding en onderwijs minder strikt wordt.

Uiterste consequentie hiervan is, meent Stokroos, dat het onderscheid tussen openbaar en bijzonder onderwijs komt te vervallen. “En dat is een uiterst gevoelig punt.” Nog gevoeliger ligt de kwestie van de culturele diversiteit als gevolg van migratie. “Migrantenkinderen moeten als volwaardige leden van onze samenleving gaan participeren en daarom moet er een keuze gemaakt worden voor de westerse cultuur. Je kunt niet blijvend in twee culturen leven. Dat schept existenti¨ele onzekerheid. Daarom pleit ik voor het reduceren van cultuurverschillen en het overdragen van onze intrinsieke culturele waarden op deze leerlingen. Dat is een pijnlijk proces dat snel verkeerd begrepen kan worden.” Het onderwijs is een microkosmos. “Alles wat je in de krant leest gebeurt ook op school. Maar tegelijkertijd is het klimaat er niet zo onherroepelijk als in de maatschappij: een kind mag er fouten maken.” De school schept een deel van de culturele identiteit, zegt Stokroos, zij is een proeftuin voor het latere leven.

BK, BUK OF BOK

Waarom zou je correcte spelling van woorden eigenlijk direct opleggen aan kinderen? Die dwang kan hen alleen maar hinderen in hun tocht door de wondere wereld der woorden. Op de Lab School wordt daarom gebruik gemaakt van invented spelling. Bijvoorbeeld als een kind in de 1st grade

begint met bk, buk of bok, dan wordt dat niet gecorrigeerd tot het juiste book. Als het kind maar lol heeft in het zelf verhaaltjes schrijven en voorlezen. Pas in de 3rd grade grijpt de onderwijzer in. Maar de meeste kinderen hebben dan allang begrepen wat de juiste spelling is. Ze zijn nieuwsgierig genoeg om er zelf achter te komen.

Dit kindgerichte onderwijsideaal, dat in Europa vooral door Maria Montessori is verbreid, vloeit volledig voort uit Dewey's meer algemene filosofie. In die pragmatische filosofie, die sterk is be¨invloed door Charles Darwin en William James, staat de ervaring centraal. Ervaring opdoen is volgens Dewey (1859-1951) geen passieve consumptie of

mechanische verwerking van input. Iedere ervaring is juist een actieve creatie door een mens die in interactie treedt met zijn omgeving. In die

ervaring is geen scheiding te vinden tussen object en subject. Idee¨en hebben geen zelfstandig 'hoog' bestaan, maar zijn slechts middelen om een probleem op te lossen.

Het ervaringsproces van dingen doen en ontdekken vormt de basis van het hele menselijke leven en moet dus ook in kinderen versterkt worden. Sterker nog, opvoeding en onderwijs zijn onderdeel van het leven, geen voorbereiding erop. De mens is van nature uitgerust voor dat leven en behoeft geen strakke voorschriften om zich te ontwikkelen, integendeel. Dewey's Laboratory School vond veel navolging in het begin van deze eeuw

en inspireerde ook Europese onderwijsvernieuwers. Niet voorschrijven hoe

kinderen iets moeten doen, maar hen in een situatie brengen waarin ze die dingen zelf kunnen ontdekken - het zijn nog altijd de idealen achter

de meest recente Nederlandse onderwijsvernieuwing, die van het Studiehuis in het voortgezet onderwijs.