Geldzucht

Iedereen lijkt voortdurend alleen nog maar over geld te praten. Zondagavond raadde de hoofdredacteur van het zakenblad Quote mij aan onmiddellijk 'in te stappen'. Hij bleek daarmee te bedoelen dat ik mij in de effectenhandel moest begeven. De volgende dag kelderden op Wall Street en het Beursplein de koersen.

Je kunt geen gesprek voeren, of er begint wel iemand over pensioenregelingen, fiscale voordeeltjes, hypotheekaftrek, koopsompolissen en natuurlijk de waarde van zijn aandelen. 'Financieel hedonisme' noemde Menno Tamminga dinsdag in deze krant al dat geklets en gepoch over poen, een verwijzing naar de tendentieuze opwinding van de afgelopen tijd over het seksuele hedonisme dat ons naar de ondergang zou voeren.

Alles gaat over geld. Vroeger had je het liever niet over je persoonlijke financiën, dat was not done, ordinair, patserig. De enigen die er wat mij betreft luidkeels over mogen praten zijn studenten, uitkeringstrekkers en andere armoedzaaiers. Studenten komen volgens een recent onderzoek structureel honderd gulden per maand tekort en dat lijkt me - gezien de karige studiebeurzen, de hoge kamerhuren, het collegegeld en de prijzen van studieboeken - nog een tamelijk optimistische berekening. Vrijwel allemaal moeten ze er fors bijwerken om rond te kunnen komen, wat natuurlijk niet bevorderlijk is voor hun studieresultaten en - op de lange termijn - voor het intellectuele niveau in Nederland.

Van studenten en andere mensen onder de armoedegrens zou ik me nog kunnen voorstellen dat ze vraagtekens plaatsen bij de aankoop (met overheidsgeld) van een schilderij van tachtig miljoen gulden, maar uitgerekend deze groepen hoor je daar niet over. Zou het iets met beschaving te maken hebben dat, als er wordt geïnvesteerd in schoonheid, je je niet hardop afvraagt waar dat geld allemaal beter aan besteed had kunnen worden?

De beroemde kunstkenner Marcel van Dam vindt de prijs van de Mondriaan belachelijk. Waarom eigenlijk? Wat kost een straaljager tegenwoordig? Bill Gates, topman van Microsoft, verloor maandag op de beurs in één klap ruim tien miljard gulden (hij hield evengoed nog 104 miljard over). Maar als het over Mondriaan gaat, lees je: 'weggegooid geld'. Dat schreef nota bene de kunsthistoricus dr. B. C. van den Boogert, medewerker van het Rembrandthuis. Hij betoogde dat een zwijgende meerderheid van het Nederlandse volk niet van Mondriaan houdt en liever een ander schilderij had gewild. Maar als 'de meerderheid' voortaan onder aanvoering van hem en Marcel van Dam mag beslissen wat er in de musea te zien valt, kunnen die musea maar beter onmiddellijk sluiten.

Ik hoop niet dat Rick van der Ploeg, de staatssecretaris van culuur, iets dergelijks op het oog heeft als hij zegt dat “kwaliteit een steeds moeilijker te hanteren en te verdedigen uitgangspunt is” bij het subsidiëren van kunst, omdat daar voornamelijk 'de elite' van zou profiteren. Hij zal toch niet zichzelf bedoeld hebben toen hij naar aanleiding van de kritiek op de aankoop van Victory Boogie Woogie een bekend citaat van Oscar Wilde te berde bracht over mensen die de prijs kennen van alles, maar de waarde van niets?

Het aforisme van Wilde lijkt me trouwens ook bijzonder toepasselijk op de heer Cor Suijk, de voormalig medewerker van de Anne Frank Stichting, die deze week meedeelde een miljoen gulden te willen vangen voor de vijf dagboekvelletjes van Anne Frank die hij in bezit heeft. Ik heb geen flauw idee van de prijs die dat bezit op een veiling zou opbrengen, maar ik weet wel dat de houding van Suijk volkomen waardeloos is. Althans, mij boezemt zijn gedrag weerzin in.

Mocht hij het handschrift van Annes vader hebben gekregen - wat mensen die Otto Frank hebben gekend moeilijk kunnen geloven - dan toch niet om er mee te gaan handelen. Natuurlijk heeft het miljoenenvoudig gedrukte en verkochte dagboek kapitalen opgebracht, maar dat impliceert niet dat de nagedachtenis van Anne Frank onderwerp moet worden van koehandel, straatvechterij en financiële manipulatie. De waarde van Anne Frank en datgene waar zij voor staat - het levend houden van de herinnering aan de holocaust - valt niet in geld uit te drukken. Maar Suijk gaat ermee om als een makelaar in koffie.

Niet minder kwalijk is dat Suijk, als het tenminste waar is dat hij de dagboekbladen sinds 1980 bezit, willens en wetens het wetenschappelijk onderzoek naar Anne Franks dagboek heeft gefrustreerd. Toen het RIOD begin jaren tachtig begon met de wetenschappelijke editie van het integrale dagboek, had hij de velletjes onmiddellijk ter plekke horen in te leveren. Nogmaals: als hij er al over beschikte. Maar het is toch eigenlijk onvoorstelbaar dat iemand een uniek, tot het publieke domein behorend document in een laatje thuis bewaart, met alle risico's van dien? Hoewel, van Suijk kun je alles verwachten. Hij was het die midden jaren tachtig als publiciteitsstunt de kleinzoon van Seyss Inquart inschakelde als medewerker van de Anne Frank Stichting. Het bestuur van die stichting moest dat uit de krant vernemen en kon er nog net een stokje voor steken.

De voorzitter van het door vader Otto opgerichte Anne Frank Fonds in Basel noemt Suijk een afperser. Dat gaat vast te ver. Het is waarschijnlijker dat het hier een persoon betreft die in een fantasiewereld leeft, zichzelf als een soort erfgenaam van Anne Frank op de voorgrond wil plaatsen en daarbij de werkelijkheid uit het oog verliest. Kennelijk kan hij onmogelijk inschatten wat hij aanricht in al zijn verongelijktheid jegens het Anne Frank Fonds dat volgens hem als eigenaar van de auteursrechten op het dagboek “vele miljoenen oppot”. Otto Frank leefde uiterst sober en heeft in stilte veel geld gestoken in de Palestijns-Israelische samenwerking en in vele andere niet-commerciële projecten. Na zijn dood is het Fonds in Basel daarmee doorgegaan.

Mag Anne Frank alsjeblieft worden gevrijwaard van 'vermarkting'?

Alles gaat alleen nog maar over geld - zou dit ene onderwerp niet kunnen worden uitgezonderd van de hebzucht en de geldpest?