Gangsterkapitalisme moet eerst weg

De aanval van Roel Janssen op mijn columns over Rusland (NRC Handelsblad, 3 september) roert terecht één cruciaal thema aan, maar maakt het de lezer nodeloos moeilijk door dat serieuze punt te omlijsten met een boel verwarrende uitspraken. Daarom ga ik graag in op zijn bijdrage aan het debat 'Kan Rusland een democratie blijven?'. Maar eerst een korte reactie op Janssens polemiek.

Al direct in de aanhef beweert Janssen dat ik mij 'laaf aan een niet genoemde bron', maar dertig regels verder deelt hij mee dat ik kennelijk o.a. gebruik heb gemaakt van een artikel van Prof. Vladimir Kvint, 'die hij [Bomhoff] aanhaalt als Rusland-kenner'. De zogenaamde 'niet genoemde bron' van Janssen stond dus keurig en letterlijk in mijn column. Vervolgens heeft Janssen kritiek op mijn column van 20 juni jl. Zijn verwijt is nu dat ik 'geen woord besteed aan de binnenlandse en politieke en economische oorzaken van Ruslands ellende.' Wat ik letterlijk schreef was dat Rusland geld nodig heeft 'voor een programma om in het binnenland gangsters en corruptie te bestrijden, bijvoorbeeld door verhoging van salarissen van politie, justitie, douane en belastingdienst. Hoe sneller Rusland een rechtsstaat wordt, des te groter is de kans dat de hervormingen doorgaan'.

Het derde (en gelukkig laatste) voorbeeld van misplaatste kritiek in Janssens artikel is zijn bewering dat ik in mijn column van 29 augustus opeens iets heel anders schrijf over Rusland, namelijk de nadruk leg op gangsterkapitalisme. Ik heb al mijn eerdere artikelen op deze pagina over Rusland nog eens op nageslagen. Op 31 augustus 1992 verscheen een column met als titel 'Gangsterdom in Russische economie'. Op 11 april 1994 schreef ik, in een column over een reeks gastcolleges in Moskou: 'Russische burgers en bedrijven lopen stuk op bureaucratie, een onzeker belastingregime en wankele eigendomsrechten en gaan dus zoeken naar veilige besparingen. En dat is niet een Russische bankrekening, maar een envelop met dollars of - nog beter - dollars in een buitenlandse bank.' Ook mijn wetenschappelijk werk over Oost-Europa in o.a. de The European Economic Review heeft altijd benadrukt dat bijvoorbeeld een vaste wisselkoers levensgevaarlijk is wanneer de rechtsstaat nog niet stevig wortel heeft geschoten. Waarom beweert Janssen dan zonder zijn eigen archief of de bibliotheek te raadplegen dat ik vorige week met de nadruk op gangsterkapitalisten opeens met 'iets heel anders' aan kom zetten?

Sinds mijn eerste artikel over Oost-Europa op 22 januari 1990 is het ontbreken van de rechtsstaat en de economische en financiële gevolgen daarvan altijd het hoofdthema geweest. Daarnaast heb ik steeds geanalyseerd waarom hulpgeld storten in een land waar iedereen met connecties het zo weer kan exporteren naar een buitenlandse dollarrekening, niet zinvol is. Al in 1990 schreef ik: 'overheidsgeld wordt dan gebruikt om kredieten van private instellingen af te lossen.' Dat is helaas dit jaar op grote schaal gebeurd in Rusland, en nu is het land failliet en proberen de oligarch Berezovski en de andere superrijke 'ondernemers' hun bezit en machtspositie krampachtig in stand te houden, ook al gaat dat ten koste van de 147 miljoen gewone Russische burgers.

Janssen staat kennelijk veel sympathieker tegenover pogingen van het Internationaal Monetair Fonds om geld bij te plempen in de Russische economie, maar waarom moet hij dan zulke dwaze verwijten maken aan een monetair econoom die vindt dat IMF-geld voor het Russische bankwezen onder de huidige omstandigheden weggegooid geld is? Ook Nederland heeft intussen ongeveer een miljard gulden bijgedragen via het IMF, maar dat geld heeft helaas niets geholpen voor de gewone Iwan, want staat allang op buitenlandse dollarrekeningen. Een (meestal) serieuze journalist als Roel Janssen kan zijn lezers een dienst bewijzen door argumenten vóór en tegen precies en met respect voor andermans standpunt te bespreken.

Dirigent Valery Gergjev zei in zijn interview in deze krant (31 augustus) dat Rusland zelf de problemen moet oplossen en orde op zaken moet stellen. De chef-dirigent van zowel het Kirov-theater als het Rotterdams Philharmonisch Orkest wil een stabiele rechtsstaat om daarin zijn artistieke missie te kunnen vervullen en ziet ook al niets in het hand ophouden bij internationale donateurs. Misschien dat een nieuwe presidentsverkiezing eindelijk de basis zal leggen voor de rechtsstaat, die ook Gergjev wenst, waarbij ik dan hoop op een sterke regering na de verkiezing 'zelfs als dat tijdelijk ten koste gaat van enige economische vrijheid, als die regering maar de corruptie bestrijdt en de belastingen beter organiseert. Maar invloed van het Westen is belangrijk om het nieuwe regime respect te laten behouden voor persoonlijke vrijheden van de Russische burgers en weg te houden van goedkoop economisch populisme' (column van 29 augustus). Dat zou een breuk betekenen met de huidige trend waarbij het parlement steeds meer macht krijgt en belastinghervorming saboteert.

Voordat een nieuwe president de rechtsstaat kan gaan opbouwen en de belastingen hervormen zal hij echter eerst gekozen moeten worden. Maar omdat de gewone Russische burgers nu bijna zes jaar ervaring hebben moeten opdoen met een kleptocratie waarin een paar tycoons zich gigantisch verrijken, vaak langs onwettige weg, lijkt het mij waarschijnlijk dat een succesvolle presidentskandidaat zal willen hameren op inperking van economische vrijheid, wanneer dat vooral vrijheid betekent om af te persen, geen belasting te betalen, concurrenten te bedreigen, en Russisch bezit naar het buitenland te smokkelen. De Russische kiezers associëren op dit moment economische vrijheid met de vrijheid om te stelen, en zouden dus weleens een kandidaat kunnen steunen die vooral benadrukt dat hij oprecht, streng en niet-corrupt is, en daarbij belooft om gangsters hard aan te pakken. Bedenk ook dat een anti-corruptie kandidaat in de volgende presidentsverkiezingen het zal moeten opnemen tegen heel goed gefinancierde stromannen die de belangen gaan verdedigen van Berezovski c.s. Wie zou dan nog kans maken zonder de verkiezingsleus 'geen pardon voor profiteurs'?

In de Financial Times van 2 september benadrukt Chrystia Freeland nog eens dat elke nationale regering in staat moet zijn om belasting te heffen. Gouverneurs in Siberië weigeren nu al om geld af te dragen aan Moskou, en ook de crisis in het bankwezen maakt het extra moeilijk om nog ordelijk belasting te innen. Na zes jaar sabotage van de communisten in het parlement, kon het wel eens zijn dat de succesvolle kandidaat bij de volgende presidentsverkiezingen een mandaat vraagt om desnoods tijdelijk zonder dat parlement de rechtsstaat en de belastingen te garanderen. Geen ideale oplossing, maar als tussenstap misschien toch beter dan de warlords uit de Chinese geschiedenis.