Familie slachtoffers vliegramp in Halifax

MONTREAL, 5 SEPT. Naar schatting driehonderd familieleden van slachtoffers van de vliegramp met een toestel van Swissair voor de Canadese oostkust, waarbij alle 229 inzittenden omkwamen, zijn gisteren aangekomen in Halifax om de doden te identificeren en de schok te verwerken.

De Canadese autoriteiten hebben legertenten opgezet bij het winderige Peggy's Cove aan de kust van de deelstaat Nova Scotia, waar familieleden het gebied van de ramp kunnen overzien. Mogelijk zullen in totaal zes- tot achthonderd familieleden dit weekeinde naar Canada komen. Swissair heeft elke familie, naast de reis naar het rampgebied, een voorlopige schadevergoeding toegezegd van twintigduizend dollar.

Een zoekoperatie naar wrakstukken op zee heeft nog altijd geen onderdelen opgeleverd die groter zijn dan het dak van een personenauto, liet de Canadese politie gisteren weten. Aangenomen wordt dat ergens op de zeebodem de vliegtuigromp ligt, min of meer intact. Het zoeken wordt bemoeilijkt door golfslag en mist. Een onderzeeër van de Canadese marine heeft vergeefs gezocht naar de staart van het vliegtuig, die de 'zwarte doos' met vluchtinformatie bevat. Met een op afstand bestuurbaar duikvaartuig met video- en sonarapparatuur wordt het zoeken voortgezet.

De Amerikaanse Federal Aviation Administration (FAA) maakte gisteren bekend in zowel 1996 als 1997 waarschuwingen te hebben uitgegeven over mogelijke bedradingsproblemen in de McDonnell Douglas MD-11, het model van het ramptoestel. Elektrische bedrading en andere kabels in de achterwand van de cabine zouden bij trillingen tegen elkaar aan kunnen schuren, wat zou kunnen leiden tot oververhitting, kortsluiting en brand. De FAA had aanbevolen met een kleine ingreep de bedrading beter van elkaar te scheiden. Swissair verklaarde gisteren in maart vorig jaar een dergelijke maatregel getroffen te hebben. Of dat ook bij het ramptoestel was gebeurd was niet direct duidelijk.