EIERSTOKKANKER IS MISSCHIEN VROEG OP TE SPOREN MET LPA-TEST

Dit jaar zullen meer dan 25.000 Amerikaanse vrouwen te horen krijgen dat ze eierstokkanker hebben. Ruim de helft heeft dan al een vergevorderde stadium (III of IV) waaraan binnen 3 tot 5 jaar ruim de helft van hen overlijdt (de aandoening is de meest dodelijke gynecologische kanker). Vrijwel alle patiëntes, of ze overlijden of

sterven, ondergaan zware chirurgie en ingrijpende chemotherapie. Daarom wordt er al lang gezocht naar indicator-stoffen, ofwel biologische merkers, om eierstokkanker in een vroeg stadium op te kunnen sporen. Dan

is 90% van de patientes te genezen.

Een groep onderzoekers in Cleveland, Ohio, denkt een geschikte merker voor vroege stadia van ovariumcarcinoom te hebben gevonden (JAMA,

26 augustus). Het betreft lyso-phosphatidic acid (LPA), een stof die de groei van ovariumcarcinoom bevordert. LPA wordt gemaakt door de bloedplaatjes en kan in het bloedplasma aangetoond worden. In vrouwen met ovariumcarcinoom lag de gemiddelde plasmaconcentratie meer dan tienmaal zo hoog als in gezonde vrouwen. Ook andere kankers aan de vrouwelijke geslachtsorganen geven verhoogde LPA-spiegels. Dat betekent dat indien deze merker gebruikt zal gaan worden, een positieve uitslag niet eenduidig op ovariumkanker wijst. Nader onderzoek zal dan moeten uitwijzen of de hoge concentraties zijn ontstaan door ovariumkanker of door bijvoorbeeld baarmoeder- of baarmoederhalskanker.

Patiëntes met borstkanker of leukemie hebben echter geen verhoogde LPA-niveaus. Dat betekent een nauwe afgrenzing van verhoogde LPA-concentraties rond gynecologische aandoeningen. Omdat deze resultaten zijn behaald bij een relatief kleine groep patiëntes (48) moet een groot vervolgonderzoek de praktische bruikbaarheid van de indicator aantonen.