Eb en vloed in fondsenland

Een lezer uit Maastricht signaleert dat financiële instellingen steeds nieuwe, gesegmenteerde beleggingsfondsen introduceren. 'Die moeten toch evenveel rendement opleveren als de bestaande', meent hij, 'omdat het gaat om dezelfde beheerders.'

Dat hoeft niet. Zo'n bedrijf kan op het juiste moment een segment van de markt aanboren dat goed gaat lopen. Dan zorgt die markt voor de resultaten en kijkt de beheerder tevreden toe. Zo ging het lang goed met

de information technologie (IT) fondsen. Een bedrijf dat zijn doeleinden

op de een of andere manier wist te koppelen aan de computer of Internet kon rekenen op een warm onthaal van beleggers en stijgende koersen. Datzelfde geldt voor fondsen gericht op Azië en andere opkomende markten, en de fantasie prikkelende fondsen en financiële instrumenten. Die hausse lijkt voorlopig over, zonder dat beheerders daar de hand in hebben.

Je kan de verschuiving van de traditionele, algemene beleggingsfondsen (Nederland, Europa, Wereldwijd) naar exotische fondsen (en producten) vergelijken met die van sparen naar beleggen in aandelen. Spaarders zijn

saai, een dief van hun eigen portemonnee. Daarentegen zijn beleggers interessant, avontuurlijk en goudvissers op de beurs. Beleggers in algemene fondsen zitten vastgeroest en missen de spanning van nieuwe uitdagingen, switchen van het ene fonds naar het andere enzovoort. Dergelijke kreten, bedacht door verkopers, moeten beleggers in beweging houden. Aan succesvolle beleggers die als een kloek op hun stukken zitten, verdient de effectenwereld niets.

Een lezer uit Veldhoven is boos op zijn bank. Hij neemt deel in hun wereldwijd beleggend fonds en ontving onlangs bericht dat de bank zijn fonds samenvoegt met twee soortgelijke fondsen. Mag dat zomaar? Hij ziet

het als een fusie van drie bedrijven en meent dat de bank hem, als aandeelhouder, om toestemming moet vragen.

Het gaat om het samenvoegen van portefeuilles met internationale aandelen. Iedere deelnemer bezit een deel van die aandelen. Zijn rechten

en plichten (en die van de bank) staan beschreven in het prospectus, een

wettelijk verplicht, juridisch (en daarom bindend) document dat een nieuw fonds ter goedkeuring voor moet leggen aan de Nederlandsche Bank, als toezichthouder. Wie twijfelt of gewoon boos is, kan bij zijn bank (of fondsbeheerder) dit prospectus opvragen en daarin de geldigheid van de procedures en andere zaken nagaan.

Fusies en liquidaties gaan vaker voorkomen. Beleggers zitten opgescheept

met een aanbod van honderden fondsen, waarvan een deel voor geen meter loopt of slechte resultaten behaalt. Beheerders kunnen niet anders dan kappen in deze wildgroei, om de kosten te drukken en om gezichtsverlies te voorkomen. Zo ontstaat er weer een eb-achtige trend naar de traditionele fondsen.

Ook een lezeres uit Woudrichem worstelt met beleggingsfondsen. Binnenkort lopen er enkele lijfrentepolissen af en komt er een kapitaal op tafel waarmee ze, mits ze niet kiest voor afkoop, een lijfrente moet kopen. Maar welke? Een periodieke, gegarandeerde uitkering of een op basis van aandelen? Dat is de vraag.

Haar adviseur: 'Breng uw lijfrente naar de beurs'. Haar geld gaat dan geheel of gedeeltelijk (je kan een mix kiezen) in een beleggingsfonds dat de verzekeraar aanbiedt. Daardoor hangen de hoogte en duur van de uitkeringen af van de beleggingsresultaten: je kan je geld overleven. Bij een gegarandeerde, levenslange uitkering kan dat niet. Een beleggingsrisico hoeft geen bezwaar te zijn als de lijfrente naast bijvoorbeeld een welvaartsvast ouderdomspensioen loopt, of geen substantiële inkomensbron is.

Eigenlijk moet je de omzetting van koopsom in lijfrente eerst zien als een belegging, en daarna pas als een verzekering. Een verzekerde mag kiezen bij welke verzekeraar hij zijn lijfrente koopt, en is niet gebonden aan de oorspronkelijke verzekeraar(s). Wie beleggen overweegt, wendt zich dus tot een verzekeraar met een ruime keus, anders zit hij mogelijk opgescheept met een beperkt aanbod en kan geen kant op.

Wie kiest voor zekerheid raadplege de Consumentengeldgids van juli/augustus. Die beveelt aan offerte te vragen bij de verzekeraars DBV, Stad Rotterdam, Aegon en de eigen verzekeraar. Nationale-Nederlanden biedt goede tarieven voor verzekeringnemers die hun koopsompolis destijds daar hebben afgesloten. Niet alle verzekeraars

namen deel aan het in mei gehouden onderzoek van de bond. Door de inmiddels gedaalde rente kunnen de bedragen thans lager uitkomen.