DEPRESSIEF 2

Naar aanleiding van het artikel 'Iedereen depressief' (W&O, 15 augustus) zou ik het volgende willen opmerken. Tijdens mijn studie leerde ik dat, om de juiste diagnose te kunnen stellen, het van essentieel belang was om na het vaststellen van de symptomen goed differentiaal diagnostisch onderzoek te doen. Hierdoor was het namelijk mogelijk om uit de vele mogelijke oorzaken (die alle nagenoeg dezelfde klachten konden oproepen) de ware boosdoener te destilleren, waarna een adequate therapie ingesteld kon worden.

Verbazingwekkend is het dat in de psychiatrie langzaam maar zeker volledig afgeweken wordt van deze gebruikelijke onderzoeksprocedure: was

er in de DSM-II nog sprake van een causale indeling van depressiviteit, in de DSM-IV is men hier volledig van afgestapt. Ook voor andere psychiatrische stoornissen, zoals ADHD, geldt deze onrustbarende ontwikkeling. Symptomencomplexen worden tot diagnose gebombardeerd, waardoor de arts ontheven lijkt te worden van de taak op zoek te gaan naar de oorzaak van

de klachten. Want op het stellen van een diagnose volgt nu eenmaal automatisch het instellen van een therapie, of het nu een causale of een

symptomatische diagnose betreft. De farmaceutische industrie zal er wel bij varen, maar ik vraag me af of ook het belang van de patiënt hiermee gediend is. Voor iedereen die in de toekomst bij een psychiater terecht komt is het te hopen dat het tij zich zal keren, waarbij ik wil verwijzen naar de niet te evenaren depressie van Annie M.G. Schmidts onsterfelijke Zwartbessie. De zwarte kip treurde en kwijnde weg, tot op het moment waarop de haan de oorzaak van haar depressie achterhaalde en de juiste therapie toepaste ('Zij is een zwarte kip, en helemaal zwart gespikkeld'), waarna Zwartbessie ogenblikkelijk weer opleefde en een ei legde. Soms vrees ik dat de huidige generatie psychiaters meer zou kunnen leren van gedichten dan van de DSM-IV, en daar word ik nu depressief van.