CONGO

In haar boekbespreking 'Congo aan barrels' (W&O, 29 augustus) drukt

Marion de Boo haar ernstige zorgen uit over het behoud van het regenwoud

van het Congo-bekken. Jammer dat door schromelijke overdrijving het verhaal veel aan geloofwaardigheid heeft ingeboet.

Een oliepijplijn die het ongerepte regenwoud over de afstand van 1100 kilometer zal doorsnijden? Allerminst! Het tracé van de pijplijn begint in de droge steppes van de Sahel in Tschaad, en loopt vandaar tot midden Kameroen door grasland en savanne, intensief voor veetelt en landbouw (katoen, gierst) in gebruik. De rest van het tracé loopt bijna geheel door landbouwgebieden en secundair bos in het dichtstbevolkte gebied van Kameroen, waarbij zoveel mogelijk van bestaande ontsluitingen (wegen, spoorlijn) gebruik wordt gemaakt. Het montane tropenwoud van de centrale bergrug (Grotel-Adamoua) wordt, om begrijpelijke redenen, geheel gemeden.

Bedreiging van het kwetsbare kustmilieu van de Golf van Guinee door de uitmonding van de oliepijplijn? Sinds twee decennia wordt er olie en gas

gewonnen in de offshore van Kameroen, en Douala, vanwaar de olie verscheept zou moeten worden, is een grote havenplaats (o.a. erts- en houtexport), waar al een olieterminal aanwezig is. Volgens de verwachtingen zal de oliestroom uit Tschaad geleidelijk de afnemende offshorestroom vervangen. Waarom worden zulke makkelijk te controleren gegevens niet eerst nagetrokken (Internet!), toch de taak van de journalist? Op deze wijze riskeert men dat er zo vaak 'wolf' wordt geroepen wanneer er eigenlijk niet veel aan de hand is, dat bij echte nood niemand meer luistert.