Clinton

Op uiterst knullige wijze tracht David Broder, columnist bij de Washington Post, de lezers van NRC Handelsblad ervan te overtuigen, dat Clinton op grond van zijn handelwijze inzake Monica Lewinsky, maar beter zijn biezen zou kunnen pakken als president (NRC Handelsblad, 20 augustus).

Kennelijk ontgaat het Broder, dat de lezers van een kwaliteitskrant in West-Europa andere ideeën hebben over moraal, openbaar gezag en politiek, dan in de Verenigde Staten. Er bestaan in Europa ongetwijfeld vooroordelen tegenover Amerika en die vooroordelen zijn niet altijd even terecht. Maar Broder zou op zijn minst kunnen beginnen met uit te leggen, wat Clinton nu eigenlijk heeft misdaan. Nu Broder nalaat dit te doen, kan hij slechts voedsel geven aan de opvatting dat onze vooroordelen terecht zijn.

Broder verwijt Clinton twee dingen: hij heeft een seksuele relatie gehad met een stagiaire in het Witte Huis, en toen hij hierover ondervraagd werd, heeft hij erover gelogen. Aan te nemen valt, dat beide feiten juist zijn.

Naar Nederlandse, en in het algemeen ook Europese maatstaven, is het hebben van een vrijwillige seksuele relatie met een ander buiten het huwelijk een privé-kwestie, waarmee buitenstaanders helemaal niets te maken hebben. En het is zeker geen strafbaar feit, waarmee een officier van justitie of andere van overheidswege aangestelde onderzoeker enige bemoeienis zou kunnen of moeten hebben.

En dan het liegen. Naar onze maatstaven heeft iedereen, die van een strafbaar feit wordt verdacht, het recht om te zwijgen en ook om te liegen. Hij kan niet worden gedwongen om onder ede een verklaring over zijn gedragingen af te leggen. De door Broder getrokken vergelijking met Nixon gaat niet op. Nixon heeft zonder twijfel onwettig gehandeld. Clinton heeft ten hoogste zwakheden in de privé-sfeer vertoond. Dat is geen reden om hem aan een inquisitie te onderwerpen en nog minder om hem als president naar huis te sturen.