Botsing KPN-Opta lijkt wedstrijdje goochelen

KPN Telecom moet de tarieven verlagen. Die behoren al tot de laagste in Europa, zegt het bedrijf. De winstopslag is veel te hoog, meent de toezichthouder.

ROTTERDAM, 5 SEPT. De botsing tussen KPN en telecom-toezichthouder Opta had gisteren wel iets van een wedstrijdje goochelen. Opta-voorzitter Jens Arnbak en de zijnen toverden op hun hoofdkantoor in

het Haagse Babyloncomplex een rij cijfers uit de hoge hoed die moesten aantonen dat KPN in vergelijking met Europese concurrenten vette marges realiseert. KPN-bestuursvoorzitter Wim Dik deed op steenworpafstand in het Sofitel minder dan een uur later een geheel andere truc. De rendementen die KPN worden opgelegd liggen ver onder het internationale gemiddelde in de telecommunicatie, aldus Dik.

De koersval die KPN in de afgelopen dagen heeft laten zien is voor Dik ongetwijfeld een drama. Aan de andere kant bestaat er bij KPN misschien de hoop dat de overheid zich als grootaandeelhouder na het miljardenverlies op de beurs achter de oren krabt op over de manier waarop het bedrijf wordt aangepakt.

Dat de plannen van Opta - ruwweg moet er een kwart af van de nationale gesprekstarieven - een zware aanslag zijn op de winstgevendheid van KPN betwist niemand. Wèl benadrukte Opta-medewerker Kor Noorlag gisteren dat voor de toezichthouder “een belangrijke randvoorwaarde is geweest dat KPN een redelijk rendement moet kunnen halen”.

Dat is nauwelijks een troost voor KPN dat in 1997 op zijn geïnvesteerd vermogen in het Nederlands telefoonverkeer een rendement maakte van boven 18 procent. Die winstmarge is het gemiddelde van een waaier van diensten die uiteenloopt van het aanbieden van een aansluiting tot het afleveren van telefoonverkeer vanaf een regulier telefoontoestel naar een zaktelefoon.

De abonnementensprijzen (waaruit het fijnvertakte net van lijnen tot aan

de voordeur wordt gefinancierd) kunnen in de ogen van Opta door de beugel. Dat geldt niet voor de tarieven die KPN hanteert voor telefoongesprekken. Voor lokaal en nationaal telefoonverkeer moet de winstopslag terug naar respectievelijk 13,3 en 14 procent. Op welk niveau het rendement nu ligt wil KPN niet kwijt, maar gezien het gemiddelde percentage van 18 en de veel lagere 13 procent die op de abonnementen wordt gerealiseerd moet de winstopslag op nationale gesprekken ver boven 18 procent liggen. De stap terug naar 13 of 14 procent kost KPN een slordig miljard aan bedrijfsresultaat.

Door de furieuze reactie van Dik zou bijna vergeten worden dat Opta KPN voor een deel tegemoet is gekomen. Anders dan de toezichthouder eerder van plan was, zal zij KPN niet jaarlijks een goedgekeurde kostenstructuur met bijbehorende winstopslag door de keel duwen. Deze methode is in de afgelopen maanden door KPN en onafhankelijke experts bekritiseerd. “In de toekomst zullen we met pricecaps (tariefplafonds, red) gaan werken, omdat daarvan voor KPN een meer prikkelende werking uitgaat”, aldus Noorlag.

De gemaakte kosten plus een winstopslag zijn vandaag wel uitgangspunt voor een systeem van maximale prijzen waar Opta in de toekomst naar toe wil. Volgens een woordvoerder is ook in het Verenigd Koninkrijk (waar een systeem van tariefplafonds geldt) een dergelijke maatstaf jaren geleden als beginpunt gehanteerd.

De prijsplafonds die Opta deze week heeft becijferd zijn KPN veel te strict. Het bedrijf wil niet dat haar rendementen vergeleken worden met de 5 tot 6 procent die Deutsche Telekom realiseert. “Ze exploiteren een

verlieslatend kabelbedrijf, zijn gedwongen tot grote investeringen in het oosten en veel minder efficiënt dan wij'', aldus Dik.

Opta maakte gisteren echter vooral een vergelijking met rendementscijfers van vooruitstrevender bedrijven als het Zweedse Telia,

het Noorse Telenor en British Telecom. De rendementen van KPN zijn volgens Opta ook ten opzichte van deze efficiënte bedrijven zeer hoog.

Niet bekend

Diks belangrijkste argument in de cijferstrijd was gisteren een staatje van de Oeso (club van industrielanden) dat laat zien dat de KPN-tarieven

behoren tot de laagste in Europa. Volgens Opta zijn deze gegevens echter

niet relevant. In het kleine vlakke Nederland kan goedkoper een telecomnet onderhouden en gebouwd worden. Het piepkleine Luxemburg is het goedkoopste en het bergachtige Zwitserland het duurste land in de Oeso-vergelijking.

De regeringsfracties in de Tweede Kamer zijn verdeeld over het oordeel van Opta dat KPN de tarieven moet verlagen. De VVD plaatst vraagtekens. VVD-Kamerlid Nicolai wijst erop dat Opta de concurrentie in de telecommunicatie moet bevorderen. “Het effect zou wel eens averechts kunnen zijn”, aldus het Kamerlid tegenover het persbureau ANP. Dat prijsverlaging prettig is voor de consument vindt Nicolai geen argument.

“De Opta is geen consumentenbond.” Volgens Kamerlid Bakker (D66) blijkt uit de uitspraak dat het goed is dat er toezicht is. KPN heeft in

grote delen van de markt immers nog een monopoliepositie, meent hij. Van

Zuijlen (PvdA) denkt er ook zo over. “Ik kan hier alleen maar positief over zijn.”