Blauw licht en veel rook; De televisie als ultieme opsporingsmethode van de politie

Jarenlang was er alleen Opsporing Verzocht. Nu komen er steeds meer televisieprogramma's waarin de politie vraagt om tips van de kijker. De kans om een misdrijf op te lossen wordt er ruim twee keer zo groot door. Opsporing Verzocht begint vanaf maandag wekelijks uit te zenden omdat de politie steeds meer zendtijd vraagt. Intussen dreigt wildgroei op de regionale zenders.

Wie vermoordde de 42-jarige Marianne van der Graaf? De vrouw werd op 13 februari van dit jaar negen uur lang in haar eigen woning gegijzeld door een man die haar knevelde, mishandelde, haar geld probeerde af te persen en haar waarschijnlijk verkrachtte. Uiteindelijk is zij door verstikking om het leven gekomen.

De televisiekijker stond erbij en keek ernaar. In beeld gebracht door het AVRO-programma Opsporing Verzocht, dat al sinds 1982 in nauwe samenwerking met politie en justitie misdaden onder de aandacht brengt van het grote publiek. Weinig bleef de toeschouwer bespaard. Mariannes keurige keukentje, haar witte vitrage, haar nachthemd dat vermist werd, haar foto; alles werd besproken. Hoe ze haar lunchpakketje nog had klaargemaakt die ochtend, hoe ze had opengedaan voor de man, hoe de buren haar hadden horen gillen vlak daarna, en hoe ze gevonden was, door een vriend - vermoord.

Prettig was het niet voor de kijker. Maar noodzakelijk was het wel, de televisie in te schakelen, zegt Ruud van Es, coördinator bij de districtsrecherche van het korps Holland Midden en belast met het onderzoek naar de moord op Marianne. Hij kon eigenlijk niet anders, zegt hij. Het onderzoek dreigde vast te lopen. En de politie zat ernstig verlegen om een nieuwe lead. “De televisie is dan ideaal. Daarmee kun je mensen nog prikkelen, hen aanspreken op hun verantwoordelijkheid. Mensen lopen tegenwoordig niet meer zo snel naar de politie als ze iets niet vertrouwen. Televisie geeft vaak net dat duwtje dat eventuele getuigen naar de telefoon doet grijpen.”

De politie schuwt de publiciteit niet meer. Werden een aantal jaren geleden cameraploegen nog automatisch geweerd aan de poort van het bureau, tegenwoordig laten de politiekorpsen zich zien op tv. De televisie is een onmisbaar instrument geworden dat actief wordt ingezet in de dagelijkse bedrijfsvoering. Dat gaat niet schoorvoetend, maar actief, en zelfbewust.

“De cultuur bij de politie is veranderd”, vindt Ruud van Es. “We zijn erachter gekomen dat we niet als enigen de misdaad kunnen bestrijden. De crimineel is mondiger geworden, mobieler, inventiever. Dat betekent dat wij dat ook moeten worden. Met 10.000 man extra op straat ben je er niet. We hebben het publiek nodig.”

Het programma Opsporing Verzocht is daarbij een waardevol instrument. Het is geen journalistiek onafhankelijk programma, maar door het college vanprocureurs-generaal gewaarmerkt als een officieel opsporingsmiddel van de politie. Net zoals speurhonden en sporenonderzoek dat zijn. Het is aan strenge regels gebonden wat betreft de privacy van slachtoffers, daders en nabestaanden en mag geen sensatie brengen.

De AVRO laat zich eigenlijk gebruiken door justitie en politie. Maar eindredacteur van Opsporing Verzocht Dick Kuin, ooit werkzaam voor onder meer NOVA en NOS Laat, is een idealist die het oplossen van misdaden belangrijker vindt dan zijn journalistieke onafhankelijkheid. “Ik heb mijn journalistieke mantel moeten afwerpen.”

Opsporing Verzocht is niet alleen vanwege de kijkcijfers een groot succes - gemiddeld trekt het programma anderhalf miljoen kijkers per aflevering. Het is ook effectief. Sinds het ontstaan ervan, in 1982, bedraagt het oplossingspercentage van de behandelde zaken zo'n 37 procent. Het effect van de politieberichten die rondom de journaals worden uitgezonden is zelfs gemiddeld 40 procent. Dat komt doordat het vaak recente zaken betreffen. Zonder hulp van de televisie worden misdaden slechts in 17 procent van de gevallen opgelost (landelijk gemiddelde). Hoewel deze cijfers al jaren bekend zijn, lijkt de politie zich pas sinds kort van de kracht van het medium bewust. Het liefst zou zij elke vastgelopen zaak op tv willen brengen, maar Opsporing Verzocht komt de laatste tijd zendtijd te kort.

Wiebelige camera

De politie ging op zoek naar alternatieven en kwam terecht bij Peter R. de Vries. Het vorige seizoen bood hij in zijn misdaadjournaal bij RTL4 zelfs dagelijks ruimte aan politiefunctionarissen die hulp nodig hadden bij hun onderzoek. Een opmerkelijke ontwikkeling, daar het de politie niet is toegestaan met Peter R. de Vries samen te werken.

Zodra het gaat om informatie over slachtoffers, omstandigheden waaronder misdrijven zijn gepleegd en mogelijke verdachten, mag op landelijke niveau alleen worden samengewerkt met Opsporing Verzocht. Of al dan niet wordt meegewerkt aan reality televisie en andere programma's waarin een kijkje achter de schermen van het politiewerk wordt gegeven, moet elk korps zelf beslissen.

Dat de politie toch samenwerkt met Peter R. de Vries is pikant omdat de misdaadverslaggever tweemaal verdacht is van het helen van gestolen vertrouwelijke politie informatie. Het betrof onder meer gestolen diskettes met gesprekken die het Landelijk Recherche Team had gevoerd met (anoniem te blijven) informanten. De Vries citeerde hieruit in zijn programma. De eerste keer werd hij ontslagen van rechtsvervolging, de tweede keer kreeg hij een boete omdat hij de FNV in verband had gebracht met een corruptieschandaal.

'Blauw licht en veel rook', typeert Ap Folgerts, hoofd voorlichting van het Korps Landelijke Politiediensten het programma van De Vries. “Een politieman hoort daar eigenlijk niet te gaan zitten.” Jan van Woensel, voorzitter van de landelijke selectiecommissie Opsporing Verzocht, en hoofdofficier te Assen zegt ook 'altijd weer vreselijk verstoord' te zijn als er een politieman te gast is bij Peter R. de Vries. “Als ik het zie, neem ik contact op met het lid van de selectiecommissie Opsporing Verzocht in de regio. Maar als ik dan steeds hoor dat bij de AVRO geen plaats was, kan ik het ze nauwelijks kwalijk nemen.”

Om de uittocht naar de concurrent te stoppen, gaat Opsporing Verzocht vanaf aanstaande maandag wekelijks uitzenden, in plaats van een keer in de maand. Het programma behandelt nu honderd zaken per jaar, in de nieuwe frequentie zullen dat er zo'n 250 worden. En ook de website van Opsporing Verzocht, die binnenkort wordt geopend, moet uitkomst bieden.

Maar de vraag is of Opsporing Verzocht niet te laat in het offensief is gegaan. De politie wordt van alle kanten verlokt. Niet alleen biedt Peter R. de Vries vanaf 17 september dagelijks gelegenheid zaken onder de aandacht te brengen in het nieuwsprogramma Hart van Nederland bij SBS6, ook op regionale en lokale televisiestations draaien sinds een paar jaar een aantal televisieprogramma's die meer dan bereid zijn te voldoen aan de vraag van de politie naar zendtijd. Veel van deze zenders verkeren in de opstartfase en zijn zeer geïnteresseerd in goed scorende programma's. In dat geval is het uitgangspunt het behalen van kijkcijfers en de daaraan gerelateerde advertentieinkomsten.

Een aantal van de regionale zenders lijkt inmiddels eerder geneigd de aanpak van Peter R. de Vries te willen volgen dan die van Opsporing Verzocht. Zoals bijvoorbeeld in het programma Politie, van TV Rijnmond. Bij een verkrachtingszaak is dreigende muziek te horen, de reconstructie is deels in zwart-wit gefilmd en er wordt gebruik gemaakt van een wiebelige camera, die vanuit het dadersperspectief registreert. Er worden verklaringen voorgelezen uit processen verbaal. “Ik voelde mij vies en vernederd”, zo wordt het slachtoffer geciteerd.

Crisissfeer

Hoofdinspecteur Rick Martena bij de politie Drenthe en lid van de landelijke selectiecommissie Opsporing Verzocht, zou het een ongewenste ontwikkeling vinden als een dergelijk aanpak gemeengoed wordt in de regionale politieprogramma's. Hij pleit voor een landelijke evaluatie. “Ik houd niet zo van muziekjes en stemmingmakerij. Je moet geen crisissfeer oproepen, zeker niet bij zo'n verkrachtingszaak. Een politieprogramma moet sober zijn, voorzichtig, behoudend, dat zijn woorden die bij de politie passen.”

Maar hij vindt dat er nog een ander gevaar kleeft aan een sensationele benadering van misdaden op tv. “Een zaak moet netjes naar de rechter gebracht worden, die ook de gehanteerde opsporingsmethode toetst die de politie gebruikt. De rechter kan de zaak niet ontvankelijk verklaren als deze als niet passend of als 'onzorgvuldig verkregen' wordt aangemerkt.”

De politie in de regio's Rotterdam en Amsterdam maken zich hier minder zorgen over. Ja, de benadering is anders dan die van Opsporing Verzocht, maar emotie hoort in het programma, vindt Anne Geelof, hoofd voorlichting bij de Rotterdamse politie. “Voorop staat de integriteit. Maar er zit drama in verwerkt, ja, dat klopt. Zonder drama spreek je de kijker niet aan. Door het gebruik van emoties kun je mensen over de streep halen ons te bellen.”

De meeste regionale programma's waar de politie mee samenwerkt zijn inmiddels uitgegroeid tot een rechtstreekse spreekbuis van het korps. Er is niet alleen aandacht voor opsporing, maar de politie geeft ook voorlichting, waarschuwt, biedt een kijkje achter de schermen van het apparaat en geeft tips, bijvoorbeeld om het huis beter te beveiligen.

Klaas Wilting, hoofd voorlichting bij de Amsterdamse politie, kan eigenlijk niet eens meer zonder. “We proberen het op televisie eerst lokaal op te lossen”, zegt hij. Hij werkt nauw samen met de regionale omroep AT5 in de hoofdstad, aan het programma Assistentie Gevraagd. Het biedt hem meer mogelijkheden dan Opsporing Verzocht, zegt hij. “Bij AT5 kunnen we elke week terecht. Bovendien wordt het steeds herhaald, daardoor krijgen we veel reacties.”

Foute vrienden

Dirk Kuin, sinds 1997 eindredacteur van het programma Opsporing Verzocht, maakt zich zorgen over het groeiende aantal regionale, lokale en commerciële programmamakers dat wordt betrokken bij het dagelijkse werk van de politie. En niet alleen omdat de groeiende populariteit van de regionale magazines zijn eigen programma minder geliefd maakt. Hoe groter het aantal partijen dat met vertrouwelijk politiemateriaal in aanraking komt, hoe groter het risico dat dit in ongewenste handen komt, zegt hij.

“Er zijn twee nachtmerries. De eerste is dat het lokale journaal een vertrouwelijke notitie vindt op het bureau van de redactie van het politieprogramma, en daar het journaal mee opent. De tweede nachtmerrie is dat gevoelige informatie via een loslippige medewerker van het programma op straat belandt. Als je vertrouwelijke dingen met elkaar gaat bespreken, moet je zeker weten dat je met brave mensen te maken hebt, en je moet ook nog eens zeker weten dat die mensen geen foute vrienden hebben.”

In een poging de regionale omroepen op een lijn te krijgen, probeert het OM de regionale publieke omroepen, verenigd in het samenwerkingsverband ROOS, te interesseren voor een uniforme aanpak van hun politieprogramma's. Maar veel kans is daar niet op. Overleg is niet verplicht en bovendien zijn niet alle regionale omroepen bij ROOS aangesloten. De publiek private omroepen TV Rijnmond en AT5 bijvoorbeeld, vallen er buiten. En dan zijn er ook nog de commerciële regionale omroepen als TV8 Brabant en Limburg, die ook een politieprogramma overwegen.

Daarmee lijkt het oncontroleerbaar te worden waar, hoe vaak, hoe en waarom de politie op tv is. “Er is sprake van een vacuüm”, zegt Dirk Kuin. “De ontwikkelingen gaan sneller dan de regelgeving. Er zou eigenlijk eens een PG op de zeepkist moeten klimmen die zegt: tot hier en niet verder. Maar zover is het nog lang niet.”