'Als ik de minister zie, krijg ik dorst'

De Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever kampen met een ernstig watertekort. De Israelische nederzettingen hebben genoeg water. De Palestijnen verwijten dit niet alleen de Israeliërs, maar ook hun eigen leiders.

HEBRON, 5 SEPT. Elke middag als de zon laag staat, komen Islam (7) en hordes andere jongetjes naar de moskee in Deir Baha, een vallei aan de rand van Hebron. Niet om te bidden, maar om water te halen. Bij Islam en anderen thuis komt al de hele zomer geen water uit de kraan en onder de moskee bevindt zich een natuurlijk bronnetje.

De jongens vullen lege flessen en jerrycans onder de zwakke straal. Ze gebruiken de afgeknipte kop van een plastic fles als trechter. Soms maken ze plaats voor een passant die een slok wil drinken, automonteurs die hun handen komen wassen, of een oude sjeik die zich wil scheren. Met vereende krachten sjorren de jongens de volle jerrycans - bijna hun eigen lichaamsgewicht - op ezels en klimmen er bovenop. Omdat de helft van Hebron al drie maanden zonder water zit en de andere helft door de gemeente drastisch op rantsoen is gezet, is dit voor velen de enige manier om aan water te komen.

De Westelijke Jordaanoever kampt deze zomer met een hevig watertekort. Dat wil zeggen, de Palestijnen. De 150.000 joodse kolonisten die er wonen, hebben genoeg water. Volgens Fadel Qawash, tweede man van de Palestijnse Water Autoriteit (PWA), is de crisis “een politiek probleem van de bovenste plank”. Israel beheert nog steeds alle watervoorraden onder de Westelijke Jordaanoever, en weigert gehoor te geven aan de Palestijnse eis dat een deel van die voorraden, samen met de grond, aan de PWA wordt overgedragen.

Israel geeft de Palestijnen alleen 'quota's'. Maar die quota's zijn bij lange na niet voldoende. In Hebron wonen 119.230 Palestijnen. In juli kregen zij twee keer zoveel als de nederzetting Kiryat Arba, waar slechts 5.800 joodse kolonisten wonen. In Kiryat Arba komt water uit elke kraan. In Palestijnse huizen in Hebron kun je aan kranen draaien wat je wilt, er komt zelden iets uit. Ook in omliggende Palestijnse dorpen - en steden als Betlehem - is steeds meer schaarste.

Volgens de Israelische minister van Infrastructuur, Ariel Sharon, is het een “Palestijns probleem”. Hij zegt dat Israel de Palestijnen de afgesproken quota's geeft, en dat het watertekort het gevolg is van verspilling en de Palestijnse bevolkingsaanwas.

Nabil Sharif, hoofd van de Palestijnse Water Autoriteit, bevestigt dat. Maar vanwege de extreme hittegolven van nu vindt hij dat Israel de Palestijnen extra tegemoet moet komen. “Er is elke zomer crisis. Maar dit jaar is superdroog en warm. We zijn bezig pijpleidingen te vernieuwen met buitenlandse hulp, maar dat kost tijd. Je kunt niet van ons verwachten dat we het oude, lekkende waternet dat we van Israel erfden, in twee jaar vervangen hebben. We kunnen niet toe met de afgesproken voorraad.”

De PWA mag nergens putten slaan zonder toestemming van Israel. Van de vijftig aanvragen voor de Westelijke Jordaanoever heeft Israel er net 43 afgewezen. Voor de zeven goedgekeurde putten in werking zijn, is het zo weer een jaar verder. Over elk detail moet, crisis of niet, eindeloos worden onderhandeld. De gemeente Hebron heeft twee openbare 'verkooppunten' geopend om de pijn enigszins te verlichten, maar de wachtlijst is lang.

Mensen bovenaan de wachtlijst mogen een tankauto volgieten. Omdat de Palestijnse waterleiding hoger ligt dan de waterleiding naar de nederzettingen, is de druk heel laag en duurt het uren voor een tank vol is. Zo'n tank pompt het water in reservoirs en veetroggen die overal in tuinen en op daken staan. Eigenaren van tankauto's verdienen goed aan de verhuur. Bij een verkooppunt in Hebron wordt een tank verdrongen door een blauwe politietank. Even later wurmt zich er ook een tank van een Palestijnse veiligheidsdienst tussen. Gezagsdragers gaan duidelijk voor.

Zakenman Ibrahim Abdel Shafi is na een maand wachten nog niet aan de beurt. Hij kan water halen bij het straaltje bij de moskee waar ook de jongetjes komen, of bij een van de vijf commerciële verkooppunten waar je snel, maar voor een astronomisch bedrag bediend wordt. De druiven verpieteren in zijn tuin. Zwarte kippen rennen dorstig over het erf. Zijn huis staat vol flessen en teiltjes. Al het water wordt hergebruikt: om groente te wassen, dan om te scheren, dan voor de afwas. Als het echt vies is, giet hij het over de tomatenplanten uit of spoelt er de wc mee door. “De kolonisten hebben zwembaden”, verwijt hij de Israeliërs. “Maar ik geef ook de Palestijnse Autoriteit de schuld. Zelfs een ezel was niet zo stom geweest om zo'n onvoordelig waterakkoord met Israel te tekenen.”

Velen in Hebron denken er net zo over. Het is al erg genoeg, zegt iemand, dat een Palestijn van Israel 30 liter per dag mag gebruiken en een kolonist 300. “Maar erger is dat de Palestijnse Autoriteit daar nog mee akkoord gaat ook. Ze zijn vast omgekocht door Israel. Zie je die nieuwe villa daar? Daar woont een gemeentebestuurder. Hij sproeit elke dag z'n tuin.”

Omdat mensen zichzelf steeds meer als slachtoffer zien van Israel en hun eigen bestuurders, worden ze cynisch. Ze zaten er al nooit mee om waterpijpen naar de nederzettingen af te tappen. Nu tappen ze ook Palestijnse pijpen af, wat minder oplevert, want daar stroomt niet veel.

Anderen slaan putten in de tuin, hoewel ze weten dat het verboden is, en verkopen het water deels door aan derden. De Palestijnse Water Autoriteit kan er weinig tegen doen: mensen met tuinen wonen vaak in de zogenaamde zone C, die nog grotendeels onder Israelisch bestuur valt. De PWA beheert er wel de pijpen, maar heeft van Israel niet de bevoegdheid gekregen om illegale tappers aan te pakken. Controleurs van de PWA zijn herhaaldelijk door Israelische soldaten weggestuurd, zelfs gearresteerd.

De broers Asfour maken daar slim gebruik van. Naast de nederzetting Har Sina hebben zij rond een kraan een betonnen hok gebouwd met een satellietschotel erop, waar ze de hele dag TV kijken. Ze zeggen dat het water uit een natuurlijke bron komt. Maar hun klandizie die er watertanks komt vullen (en een uurtje televisie kijken), zegt dat het water is afgetapt van de leiding die van Israel naar de nederzetting loopt. Het water spuit uit de kraan. Er zit een druk achter die je bij natuurlijke bronnen of de Palestijnse pijpen niet meer aantreft. Voor een volle tank betaal je hier 300 shekel (180 gulden), driemaal zoveel als bij de twee gemeentepompen.

Een man de bij de Asfour-kraan rondhangt, klaagt dat alleen Palestijnen met connecties en geld water hebben. En Israeliërs natuurlijk. De gewone Palestijn, zegt hij, delft het onderspit. “Als ik de Israelische minister Sharon zie, krijg ik dorst. Als ik de Palestijnse leiders zie, word ik aggressief.”