Zoek de beat en je bent gelukkig; Ninja Tune bevecht de muziekindustrie

Met schijnbaar dédain voor wat in de mode is en met verachting voor de reguliere muziekindustrie brengt het Londense platenlabel Ninja Tune al vijf jaar lang de ene interessante plaat na de andere uit. Niet voor niets heet het label naar de Ninja's, de vechtjassen in Japanse films.

De dubbel-cd Funkungfusion, een bloemlezing uit een jaar Ninja Tune, bevat een catalogus van alle leverbare platen, steeds leverbaar op cd en vinyl. De remixes van Timber staan op twee cd's van dezelfde naam. Vjamm verschijnt in januari. Meer info, bio, samples en tracks op de website van Ninja Tune: www.obsolete.com

Vol en overdadig is hun muziek, en vol is ook het hoofdkwartier van Ninja Tune in het centrum van Londen. Een ruimte ter grootte van twee huiskamers in een oud pakhuis aan de Theems is kantoor én distributiecentrum van het platenlabel - de bureautjes staan verscholen achter de handelsvoorraad. “De behuizing is bescheiden, want we moeten oppassen”, zegt bedrijfsleider Pete Quest. “We willen geen kapitaal van buiten aantrekken, Ninja Tune moet onafhankelijk blijven. We kunnen ons niet, zoals andere progressieve platenlabels, door een grote platenmaatschappij laten opkopen”.

Niet voor niets heet het label naar de vechtjassen in Japanse films. Ninja Tune is, behalve een platenlabel, ook een politiek programma: ten strijde tegen de macht van de grote muziekindustrie. Omdat die industrie alles wat er in de afgelopen tien jaar op het gebied van elektronische amusementsmuziek aan aardigs verzonnen is, heeft geëxploiteerd tot gebonk uit voorbijrijdende auto's en goedkope geluidsdecors in winkels en dansgelegenheden.

Nog maar een paar jaar geleden was de nieuwe muziek het domein van underground en avant-garde. Dj's op dansvloeren deden de ene muzikale ontdekking na de andere: samplen en scratchen van platen, het elektronisch monteren van de samples (kleine stukjes bestaande platen) tot loops (steeds ronddraaiende motiefjes van enkele seconden), de vertraging, versnelling, vervorming van het geluid met behulp van filters en computers. Een feest van artistieke en technische vindingrijkheid, met vérstrekkende gevolgen: alle muziek kan worden hergebruikt, vervormd en verschoven.

Maar de praktijk valt tegen. “Verwaterd en gepolijst, en vreselijk vervelend”, noemt Jonathan More (37), een van de oprichters en eigenaren van Ninja Tune, de elektronische muziek die ons dagelijks leven is binnengedrongen. Nieuwe genres die op dansvloeren en in de achterkamertjes van begaafde muzikale knutselaars werden ontwikkeld - triphop, jungle, drumm & bass, big-beat, ambient, speed-garage - hoor je terug als van elke vindingrijkheid gespeende clichés. Ze worden de jeugdige televisiekijkers door de strot gedrukt in slordige videoclips, aan de man gebracht op eindeloos doordreunende compilatie-cd's, gespeeld op dansfeesten met verkeerde posters. Vaak blijft deze muziek op de achtergrond, bij zangers of zangeressen in elk genre. Je spaart er een strijkorkest mee uit en het publiek, menen de platenbonzen, wil geen baanbrekende muziek - het wil sterren.

De muziekindustrie is niet geïnteresseerd in vernieuwing en experimenten, maar kopieert alleen succes, zegt More. Hij kan het weten: samen met Matt Black vormde hij in de jaren tachtig het dj-duo Coldcut, verantwoordelijk voor de eerste, geheel op samples gebaseerde platen in Groot-Brittannië: kassuccessen als 'Doctorin' the house'. Maar het kleine platenlabel waar ze voor werkten, werd door zijn eigenaren doorverkocht aan de gigant Polygram. “Er kwamen managers met dollartekentjes in de ogen die ons vertelden wat we moesten maken”. Er is toen door Coldcut veel geld verdiend, “maar het was een gevoel alsof iemand tegen Picasso had gezegd: leuk wat je doet, Pablo, alleen niet steeds nieuwe dingen verzinnen”.

Schuilnamen

De oprichting van een eigen label was de tegenzet. More en Black brachten op Ninja Tune hun eigen muziek uit onder een reeks schuilnamen. Het trof goed dat in deze sector anonimiteit hoogtij viert: er staan geen fotootjes op de cd-hoes. Het succesvolste alias was DJ Food: onder deze naam verscheen een serie op jazz-samples gebaseerde, dansbare platen (Jazz Brakes) die flink verkochten. De financiële basis was gelegd en de eigenaren van Ninja Tune zochten een stal aan musici bij elkaar, veelal met bizarre namen: Chocolate Weasel, DJ Vadim, Funki Porchini, Animals on Wheels, The Herbaliser, London Funk Allstars, 9Lazy9. Soms ging het om groepjes of dj's die ze kenden uit de Londonse clubscene, meestal om eenlingen die een zelfgeknutseld demo-tapeje hadden opgestuurd.

Kleine, experimentele platenlabels zijn er wel meer. Na een of twee spannende platen hoor je er meestal nooit meer wat van. Maar Ninja Tune brengt nu al zo'n vijf jaar de ene interessante, originele en vindingrijke plaat na de andere uit, met schijnbaar dédain voor wat in de mode is.

Er wordt bij Ninja Tune niet gezongen. Verder staan alle denkbare technische en andere middelen open. Deze muziek klinkt geen tien seconden hetzelfde. Hij vindt zijn oorsprong in house, en wat er daarna allemaal aan genres in dance is verzonnen, maar over het algemeen kun je er - door de complexiteit van de tempi en hun snelle wisseling - niet op dansen. Er is steeds een grote verscheidenheid aan geluiden, zonder dat je kunt raden waar ze vandaan komen: iemand kan daadwerkelijk de drums hebben beroerd, maar voor hetzelfde geld is de drumpartij een sterk bewerkte opname van een piepende deur, of een zingende vogel, of komt hij uit een machine. Het is vaak melodieuze muziek, die je toch niet kunt nazingen, omdat het karakter van de stukken niet in een wijsje ligt, maar in de klankstructuren.

Tegelijkertijd blijft het amusementsmuziek, zonder pretentie van hoogstaande kunst. “Het moet wel een beetje rocken”, zegt More. Hij is een tikje vermoeid, want juist vanochtend teruggekomen van een tournee in Japan. Het predikaat 'kunst' leidt al snel tot geneuzel en introvert gedoe en daar heeft hij een hekel aan. Ninja mikt ook niet op hoogdravende behandeling in tijdschriften voor serieuze contemporaine muziek: “er lopen genoeg mensen rond, die goede muziek van rotzooi weten te onderscheiden. Niet genoeg om met Ninja Tune miljoenen platen te verkopen. Maar dat soort erkenning hebben Matt en ik bij Polygram al gehad, en het is niet goed bevallen”.

Gemeentebus

De overvolle pakhuis-verdieping bevat naast kantoor en voorraad ook nog - achter het betengel - een opnamestudio. Maar goed dus, dat de meeste platen van dit label thuis, achter draaitafel, mengpaneel en computer worden vervaardigd. Of onderweg in de gemeentebus, zegt Mixmaster Morris, een oudgediende uit de dj-wereld en een van Ninja's laatste aanwinsten. Hij is, onderweg hierheen, bovenin de dubbeldekker, met laptop en oortelefoon in de weer geweest met het bewerken van wat geluiden en baant zich een weg naar een telefoonaansluiting om het resultaat naar huis te e-mailen.

“Our time is a time for crossing barriers”, zegt Mixmaster Morris (37), alias Irresistible Force, plechtig op zijn nieuwe, dromerig getoonzette album, It's tomorrow already. Zo stelt hij zich het leven voor: altijd ontdekken. De optimistische stemming op de eerste house-feesten in de jaren tachtig, toen de introductie van nieuwe muziek en nieuwe drugs garant leek te staan voor een cultuur van universele liefde, heeft hem nog niet verlaten. “Toen ik destijds de eerste samples hoorde, wist ik dat muziek nooit meer hetzelfde zou zijn. Je bent in staat om de muziek in je hoofd te realiseren, zonder de beperkingen van een instrument, en zonder tussenkomst van een geluidstechnicus”. Sindsdien trekt hij de wereld door, als dj in de chill out ruimte, waar je wat kunt suffen om van het uren achter elkaar dansen bij te komen.

Dit romantisch kunstenaarschap is minder evident bij de jongere muzikanten die vandaag het Ninja-hoofdkwartier aandoen. Amos Tobin (26) is auteur van snelle, zenuwachtige stukken die neigen naar jungle. Hij treedt met zijn eigen muziek nooit op, zegt hij. “Hoe zou je op een podium ooit de controle kunnen hebben waarover je thuis al experimenterend beschikt?” Tobin gebruikt uitsluitend op de computer bewerkte samples. Voor hem geen geluiden uit synthesizers, of aan de elektronische muziek toegevoegde klanken uit conventionele instrumenten.

“Het heeft geen enkele zin zelf iets te bespelen als er al zoveel geluid op de plaat is gezet. Mijn bijdrage bestaat uit de herinterpretatie van dingen die al bestaan”. Zelf geproduceerd geluid beschouwt Tobin als een beperking: “als ik zelf iets speel of zing, krijg ik precies wat ik wil. Terwijl de sample van een plaat vaak iets raars of toevalligs heeft, desnoods door een tik in de plaat. Muziek is gebaat bij willekeur”.

Clifford Gilberto (26) samplet het liefst jazz, zoals iedereen meteen duidelijk is die zijn debuutalbum I was young and I needed the money hoort. De muziek van zijn idolen Charles Mingus, Thelonius Monk en John Coltrane is soms nog herkenbaar. De stukken die Gilberto daaruit fabriceert, klinken op hun beurt vaak ook weer jazzy. Soms zou je denken dat er een bigband aan het werk is, en dat is ook de bedoeling: deze elektronische one-man-band heeft de weidse naam Clifford Gilberto Rythm Section aangenomen.

“Natuurlijk voel ik me wel eens eenzaam”, bekent hij. “De meeste mensen die ik ken zijn muisklikkers”. Maar de bühne op met een echt orkest - hij moet er niet aan denken. “Dan moet je de muzikanten steeds uitleggen wat ze moeten doen”. Wel neemt hij zelfgespeelde piano-, basgitaar of drumpartijen op, en mengt ze met het werk van zijn jazzidolen - na grondige digitale bewerking. Hij voelt zich ook wel eens oud: “ik kreeg laatst een nieuw software-programma voor het mixen van samples in handen, Magics. De mogelijkheden daarvan zijn enorm. Er zit nu nog een hele generatie Nintendo-kinderen voor de buis spelletjes te doen, die halen straks uit zulke programma's meer dan ik kan dromen”.

Voortrekkersrol

Ninja Tune wil een voortrekkersrol vervullen. Vorig jaar liep het contract met Polygram af en mochten oprichters Jonathan More en Matt Black op het eigen label platen uitbrengen onder de naam Coldcut. Ze sloegen meteen fors toe: het album Let us play bevat niet alleen aantrekkelijke muziek, maar je krijgt er ook een cd-rom met videootjes bij cadeau. De muziek vormt in die video's één geheel met het beeld, dat met dezelfde sample-technieken en digitale trucjes tot stand is gekomen als het geluid.

Het meest geslaagde voorbeeld is Timber, een stuk dat geheel is opgebouwd uit zaaggeluiden, afgezien van de sample van een papoea-zangeres. De video van Timber kun op je computer afdraaien met het programma Quicktime: veel omvallende bomen, hakken, zagen en de zangeres. Wat als muziek een buitennissig, theatraal muziekstuk was, wordt op video een manifest tegen ontbossing.

De video Timber is van het videocollectief Hex (Miles Visman en Rob Pepperell), maar de versie die op Let us play staat is maar één van de mogelijke: alle beeldfragmenten (videosamples) zijn namelijk verbonden aan de audiosamples waaruit Timber bestaat. De bedoeling is dat, wanneer je in een zogenaamde remix de geluiden van het stuk verandert, de video meeverandert.

Remixen, daar zijn ze dol op bij Ninja. Niet alleen wordt zo'n beetje de hele muziekgeschiedenis gesampled (bij Coldcut zijn ook samples uit Prokovjevs Peter en de Wolf te horen), bewerkt en op zijn kop gezet tot nieuwe werken, maar de muzikanten van Ninja Tune nemen ook regelmatig weer elkaars stukken onder handen. Remixen is een gecompliceerde kunst: aan de ene kant probeer je van het bestaande iets anders te maken, terwijl er aan de andere kant een verband moet blijven met het oorspronkelijke materiaal.

Het nummer Timber is opvallend geschikt voor remixes. “Dat komt omdat de geluiden waaruit het nummer is opgebouwd zo specifiek zijn”, constateert Jonathan More tevreden. Er zijn op Ninja al negen audio-mixes van Timber verschenen, maar slechts in vier gevallen heeft dat geleid tot de beoogde, gelijktijdige video-remixes: nog niet iedereen kan met videoremixing al overweg, en niet voor niets is Hex al sinds 1988 gespecialiseerd in deze bewerkelijke kunst.

Maar als het goed is, wordt video-sampling en mixing binnenkort een peulenschil. Ninja Tune brengt op cd-rom namelijk een computerprogramma uit, VJamm, waarmee je voor het eerst op eenvoudige wijze video-remixes kunt maken. De beeld- en geluidselementen waaruit Timber bestaat zijn als oefenmateriaal op de cd-rom opgenomen. Wat nu nog een technisch hoogstandje is, draait dankzij VJamm straks op bijna iedere computer.

De eenvoudige integratie van muziek en video is niet alleen bedoeld ter artistieke verrijking. More hoopt dat het ook de oplossing is van een groot probleem van elektronische muzikanten: ze worden zelden gevraagd voor optredens omdat niemand urenlang wil kijken naar iemand die niets anders doet dan op knopjes drukken.

Gratis

De distributie van goedkope software past in het streven van Ninja Tune, het maken van elektronische muziek te democratiseren. “Zoveel mogelijk mensen moeten muziek kunnen maken. Niemand weet nog welke richting de muziek de komende jaren uit zal gaan, maar zeker is dat de gratis verspreiding via Internet een grote rol zal spelen”. Als dat in zwang raakt, en het talent van muzikanten overal ter wereld vrij van commerciële dwang naar de belangstellenden kan stromen, zal de macht van de muziekindustrie definitief gebroken zijn.

More laat vervolgens op zijn laptop DJamm horen, het programma dat Ninja aan het ontwikkelen is en dat aan de elektronische amusementsmuziek zijn laatste eentonigheid moet ontnemen. DJamm hakt elke gewenste sample in stukjes, en speelt die in willekeurige volgorde af. Het resultaat doet het betengel van de studio trillen. Verbluffend, maar ook chaotisch. DJamm lijkt nog even iets voor gevorderden: je moet van goeden huize komen, om op deze manier samenhangende muziek te maken.“Maar dat is geen verschil met heel vroeger, toen Matt en ik nog met twee draaitafels werkten”, zegt More. “Je moet de beat zoeken, het moment dat alles in elkaar steekt. Dan ben je gelukkig”.

Hoe democratisch de nieuwe muziek ook wordt, talent laat zich niet programmeren. “Maar er is wel veel meer talent dan nu blijkt uit de producten van de muziekindustrie”. Het grootkapitaal zal nog opkijken.