Vogels groot bezwaar tegen optie-Maasvlakte

Al tijdens de kabinetsformatie bleek dat een vliegveld op de nog te bouwen Tweede Maasvlakte ten westen van Rotterdam vooral om veiligheidsredenen door vrijwel niemand op het Binnenhof meer werd beschouwd als een serieuze optie. Desondanks verklaarde prof. E. Bussink, directeur van het projectgroep Toekomstige Nationale Luchtvaart Infrastructuur (TNLI), gisteren dat hem nimmer een bezoek had bereikt om het onderzoek naar deze optie te staken.

Ook hij en zijn medewerkers verheelden echter niet dat er enkele ernstige nadelen kleven aan deze optie. Een van de belangrijkste is dat er zeer veel vogels in de buurt zitten die een gevaar voor de veiligheid vormen. Volgens A. Verbaan, projectleider van de onderzoeken, zit er bij de Maasvlakte “4.000 kilo vogel per vierkante kilometer”. Daardoor zou op die locatie de kans op een ernstig vliegtuigongeluk ruim tien keer zo hoog zijn als op Schiphol.

“Al met al lijkt hiermee een situatie te ontstaan die voor een overloopluchthaven op de Maasvlakte misschien niet te verwachtingsvol oogt”, erkennen de onderzoekers. Niettemin stellen ze dat er aanvullend onderzoek nodig zal zijn naar de vliegveiligheid op de Maasvlakte voordat hierover definitieve conclucies kunnen worden getrokken. De Maasvlakte komt vooral in aanmerking als een aanvulling op Schiphol, als een zogeheten overloop-luchthaven. De onderzoekers keken naar drie scenaraio's: een waarbij het Maasvlakte-vliegveld tien miljoen passagiers per jaar verwerkt, een waarbij het twintig miljoen reizigers krijgt en een waarbij het zo'n veertig miljoen passagiers afhandelt. In deze scenario's neemt Schiphol achtereenvolgens 60, 80 en 60 miljoen passagiers voor zijn rekening, waardoor de druk op de internationale luchthaven van Amsterdam en directe omgeving hoe dan ook zwaar zou blijven.

In de kleinste variant zou het vliegveld op de Maasvlakte slechts beschikken over twee banen in dezelfde windrichting, waardoor de luchthaven naar schatting vijftien procent van de tijd niet bruikbaar zou zijn wegens slecht weer. In de grotere varianten zouden er echter ook banen dwars op de wind ter beschikking staan, waardoor de luchthaven slechts in vijf procent van de gevallen niet zou zijn te gebruiken.

De nieuwe luchthaven zou direct aan de Maasvlakte zelf aan de zeekant kunnen worden gebouwd. Een alternatief zou evenwel zijn om ook deze op een kunstmatig eiland te bouwen, net als de Noordzee-optie bij Noordwijk of Zandvoort. Het eiland zou dan door een dijk of iets minder beschermende zeewering moeten worden omgeven. De eerste toestellen zouden er op z'n vroegst in 2011 of 2012 kunnen landen, schatten de onderzoekers.

Met een kleine Maasvlakte-vliegveld op het vasteland zou een bedrag van 'slechts' drie miljard gulden zijn gemoeid, met de grotere variant elf miljard. Een eiland zou rond de tien miljard vergen, waarbij dan bovendien nog eens een shuttleverbinding met een prijs van acht miljard gulden zou moeten worden aangelegd.

De onderzoekers sluiten niet uit dat de aanleg van een vliegveld de zeehavenactiviteiten op de Maasvlakte zal hinderen. Er kunnen nieuwe stromingen ontstaan, waarvan de schepen last kunnen hebben. Anderzijds zou het havengebied juist profijt kunnen hebben van zo'n overloopvliegveld, omdat het de vervoersopties vergroot. De onderzoeken hebben op geen van beide punten echter eenduidige conclusies kunnen trekken.

De werkgelegenheid in de omgeving van de Maasvlakte zou een impuls krijgen door de bouw van een vliegveld, vooral in het tweede en derde scenario. In totaal zou het dan tussen de 25.000 en 30.000 banen opleveren. De hele zuidelijke Randstad zou bovendien de positieve gevolgen van een luchthaven op de Maasvlakte ondervinden.

Van essentieel belang zou de bereikbaarheid van het nieuwe vliegveld zijn. Zowel Rotterdam alsook het relatief veraf gelegen Schiphol dient vooral per spoor uitstekend bereikbaar te zijn. Daarom zou er volgens de onderzoekers het beste een nieuwe tunnel, de Oranjetunnel, kunnen worden gegraven naar het gebied ten noorden van de Nieuwe Waterweg. Daar kan aansluiting worden gezocht op bestaande netwerken en komt bovendien de regio Den Haag dichter binnen bereik. Een bijkomend voordeel van zo'n tunnel is dat het karakter van het relatief rustige eiland Voorne kan worden gehandhaafd.

De effecten op het milieu in de omgeving laten zich moeilijk voorspellen. De geluidshinder voor mens en dier zou een nadeel zijn, hoewel de vliegtuigen voor een groot deel over zee zouden kunnen aan- en afvliegen. Anderzijds zouden door de aanleg van een nieuw vliegveld aan de zeezijde wel eens interessante nieuwe slikken en schorren kunnen ontstaan voor het Brielse Gat.