Vechtende showgirls

Showgirls (Paul Verhoeven, 1995, VS). Veronica, 22.00-0.15u.

“Iedere keer als ik in een film werkelijk iets wil vertellen, lijkt het mis te gaan”, heeft Paul Verhoeven zich laten ontvallen toen hij besefte dat de Amerikaanse pers vrijwel unaniem zijn Showgirls de grond in zou gaan schrijven. Dat staat althans in 'de geautoriseerde biografie' Paul Verhoeven die Rob van Scheers twee jaar geleden publiceerde. Alom in Amerika knetterde de verontwaardiging over de ontluisterende visie die een Europese buitenstaander als Verhoeven had voorgeschoteld op de seksindustrie van Las Vegas. Het was grof, smakeloos en plat. Bovendien zou er geen greintje sympathie op te brengen zijn voor de protagonisten.

De Amerikaanse kritiek klonk ons vertrouwd in de oren. Hetzelfde oordeel had al zoveel films van Verhoeven getroffen, Spetters (1980) voorop. Dat was ook een film waarin Verhoeven kennelijk 'iets te vertellen' had.

De doorgewinterde Verhoeven-watcher haalde verveeld zijn schouders op. De jongedame Nomi (Elizabeth Berkley) die zich in Showgirls behendig opwerkt van stripper en lap dancer tot ster van een erotische dansshow, kende immers al zoveel geestverwanten: de titelheldin (Monique van de Ven) uit Keetje Tippel, patatbakster Fientje (Renée Soutendijk) uit Spetters en de femme fatale (andermaal Soutendijk) in De vierde man. Allemaal dames die hogerop willen en die zich verdomd goed realiseren dat je in zo'n geval meer hebt aan opportunistische souplesse dan aan nobele idealen. Verhoeven houdt van survivors, van doorzetters die zich voegen naar de cynische spelregels des levens. Life sucks en shit happens luiden de T-shirt-wijsheden die de grondtoon van Showgirls bepalen.

De periodieke verontwaardiging over Verhoevens pragmatische heldinnen (en helden) heeft iets hypocriets. Wat zien we in Showgirls? Om in leven te blijven gebruikt de hoofdpersoon haar ellebogen en exploiteert ze ook de rest van haar lijf. Wat is daar op tegen, als je weet dat je ook zelf voortdurend wordt vernederd en belazerd?

En net als haar voorgangsters komt zij, na de nodige tegenslagen, niet als een beter mens, maar als een sterker mens uit de strijd. Dat is de verontrustende boodschap van het oeuvre van Paul Verhoeven: opportunisme loont. Maar het is een hardnekkige denkfout om dit de boodschapper kwalijk te nemen.