'Schending mensenrechten'; Geen kleding uit Birma in winkels C&A

ROTTERDAM, 4 SEPT. C&A, de grootste keten van kledingwinkels in Europa, doet geen zaken meer met fabrikanten of leveranciers uit Birma. Dat besloot het concern “wegens de moeizame politieke situatie in het land”. Het betreft “zowel de directe als de indirecte handel via tussenpersonen”.

Het nieuws komt in de maand dat de oppositionele Liga voor de Democratie van Nobelprijswinnaar Aung San Suu Kyi in Rangoon herdenkt dat tien jaar geleden duizenden pro-democratiedemonstranten door het Birmese leger werden gedood. Onlangs raakte het Nederlandse bedrijf IHC Caland in opspraak wegens de voorgenomen bouw van een olieplatform voor de zuidkust van het door een militaire junta geregeerde Birma.

In een aan deze krant overlegde schriftelijke verklaring bevestigt C&A officieel het concernbesluit. In de brief wordt verder melding gemaakt van “een grondig intern onderzoek” in het bedrijf dat in handen is van de familie Brenninkmeijer. Uit dat onderzoek zou zijn gebleken dat C&A “reeds gedurende de laatste achttien maanden geen enkel kledingstuk uit Birma in haar collectie heeft gevoerd”.

Op de vraag waarom C&A niet eerder ruchtbaarheid gaf aan het verbreken van de banden met Birma, zegt woordvoerder Frank van 't Hek: “Dat heeft te maken met onze gesloten bedrijfscultuur. Toen bierbrouwer Heineken enkele jaren geleden de beslissing nam bij nader inzien geen fabriek te bouwen in Rangoon en zich terug te trekken van de Birmese markt, werd daar uit eigen initiatief melding van gemaakt. Als beursgenoteerde firma móet Heineken wel helder zijn. C&A is een vennootschap onder firma, en dus geven wij eigenlijk nooit persconferenties. We maken een maatregel als deze pas bekend wanneer iemand er naar vraagt.”

C&A heeft een eigen organisatie, SOCAM, die leveranciers van het bedrijf controleert op het naleven van een zogeheten Code of Conduct. Deze gedragscode heeft betrekking op “een groot aantal ethische aspecten, variërend van het uitbannen van kinderarbeid tot het handhaven van standaarden op het gebied van werkomstandigheden, gezondheid en veiligheid”.

SOCAM-controleurs leggen jaarlijks meer dan duizend onaangekondigde bezoeken af bij C&A-leveranciers, veelal producenten van kledingstukken in Derde-Wereldlanden als Birma. Vorig jaar leidden die visites in tachtig gevallen tot “opschorting van de samenwerking”. “Maar ten aanzien van Birma hoefde SOCAM er niet eens aan te pas te komen”, zegt Van 't Hek. “De internationale directie van C&A heeft uit eigen beweging aan de inkoopafdeling van onze zeshonderd winkels en aan alle andere geledingen van het concern laten weten dat we absoluut niets meer met Birma te maken willen hebben. Het is een echte policy decision. De onderdrukking en de schending van de mensenrechten hebben in Birma zulke afschuwelijke vormen aangenomen, dat geen fatsoenlijk bedrijf daar iets te zoeken heeft. Zolang de omstandigheden in dat land niet drastisch veranderen, blijft C&A er weg.”

Het Birma Centrum Nederland, dat op instigatie van Aung San Suu Kyi ijvert voor een Europese economische boycot - de VS hebben zich al van Birma afgewend - laat in een reactie weten verheugd te zijn over de stap van C&A. “Het is te hopen dat dit voorbeeld zal worden gevolgd door méér Nederlandse bedrijven”, zegt coördinator Gijs Hillenius van het Birma Centrum. “Er tekent zich een nieuwe trend af: ondernemingen realiseren zich dat zij een grotere verantwoordelijkheid hebben dan het maken van winst.”