Reagan Museum

Het is zondagmorgen tien uur, en niet ver voorbij Santa Barbara sla ik af naar Simi Valley. Al snel bevind ik mij op Route 118, de Ronald Reagan Freeway. Dan kronkelt het asfalt omhoog, de Californische heuvels in. Ik ben op weg naar het Ronald Reagan Museum, dat de toenmalige president hier voor zichzelf heeft laten bouwen.

Het parkeerterrein is nog leeg. Als ik uitstap blijk ik op het hoogste punt te staan. Beneden, half zichtbaar in een heiige damp, ligt de vallei, stil en verlaten. Het museum is anders dan ik misschien verwacht had geen pompeus mausoleum, maar een serie lage gebouwen rond een binnenplaats. Spanish Mission Style, daar hield deze president van. “U bent de eerste bezoeker”, zegt de suppoost die mij het kaartje aanreikt, “maar eigenlijk bent u een dag te laat. Gisteren hadden wij hier de president op werkbezoek”.

“Bill?” vraag ik verbaasd.

De suppoost knikt. We zijn nog in augustus en over een paar dagen moet Clinton een verklaring afleggen over zijn relatie met Monica Lewinsky. Vreemd, dat hij nog tijd heeft zich te laten informeren over de nalatenschap van een van zijn voorgangers. Of houdt de huidige president er al rekening mee dat hij voortijdig ook zo'n museum voor zichzelf zal moeten oprichten? Wat voor vorm zou het Clinton-museum moeten krijgen? Een soort Eiffeltoren, denk ik.

Het Reagan Museum is natuurlijk een toonbeeld van Amerikaans patriottisme, maar het is ook niet zonder zelfironie ingericht. Reagan was een verzameling van cartoons waarop hij belachelijk werd gemaakt. Hij had een eigen soort humor, die onmogelijk helemaal uitgeschreven kan zijn. In een van de kleine bioscopen in het museum zie ik een stukje uit Bedtime for Bonzo, een film waarin Reagan een chimpansee als tegenspeler heeft. Toen Reagan jaren later op het Witte Huis een foto kreeg van het moment in de film waarop hij samen met Bonzo in bed ligt zei hij spontaan: “I'm the one with the watch” - die met dat horloge om, ben ik.

Overal in het museum zijn trouwens toespraken van Reagan te beluisteren. Ze hebben de leukste stukjes natuurlijk uitgekozen, maar toch valt op hoe geestig Reagan vaak was. Over zijn opmerkelijk korte inaugurele rede zei hij: “George Washington sprak op zijn inauguratie niet meer dan 135 woorden en werd een groot president. Natuurlijk had je ook William Henry Harrison. Hij was bijna twee uur aan het woord, kreeg griep en stierf een maand later. Daarom heb ik mijn tekstschrijver de opdracht gegeven het kort te houden”.

Over zijn leeftijd deed hij niet kinderachtig. Toen hij 70 werd en daarmee de oudste man die het tot president had gebracht, zei hij tot zijn gehoor: “Hartelijk dank dat u mijn 31ste verjaardag op mijn 39ste geboortedag hebt willen vieren”.

Het is in dit museum bijna onmogelijk om geen sympathie te krijgen voor Reagan, en dat terwijl hij op de een of andere manier toch bekend stond als de domste Amerikaanse president uit de geschiedenis. Wat bij blijft is de gruwelijke wrattenpop uit Spitting Images die moeite heeft om tot drie te tellen en als ik het mij goed herinner heeft Art Buchwald eens opgemerkt dat Reagan menige slapeloze middag heeft gehad van de crisis in het Midden-Oosten.

Ooit is Reagan uitgelachen omdat hij Rusland een 'Evil Empire' noemde. Starwars, zijn idee om een verdedigingsschild in de ruimte op te bouwen, werd als ridicuul en onuitvoerbaar beschouwd, maar dat zijn onbuigzame houding ten opzichte van het communisme de val van de Berlijnse Muur heeft versneld, daarover zijn de Amerikaanse historici het eens.

Die omgetrokken Berlijnse Muur beschouwde Reagan zelf als zijn grootste heldendaad. Een segment heeft hij trouwens meegenomen naar Amerika. Het staat nu, met graffiti en al, voor het museum en kijkt vanaf zijn Californische heuvel uit over Simi Valley. Je kunt in het museum ook voor $ 5,95 een klein brokje van die muur kopen. Het zit in een doosje en er staat een rood stempel op: 'Certified'. (wordt vervolgd)