Noodbioscoop

Als we het erover eens zijn dat elk nieuw filmtheater in het door zalennood geteisterde Amsterdam meer dan welkom is - waarom is het dan toch zo'n onzalig voornemen om een bioscoop voor Nederlandse films te beginnen?

Het plan, van filmdistributeur Ton Schippers en -producent Marc van Warmerdam, behelst de inrichting van een bioscoop in de Westergasfabriek, waar de cultuur sinds enkele jaren welig tiert. Van stoelen zijn ze al verzekerd, want die mogen ze overnemen uit de sinds kort gesloten Alfa-bioscoop aan het Leidseplein. Er moet alleen nog een kwart miljoen gulden op tafel komen - liefst van sponsors, want de initatiefnemers voelen er niets voor de lange weg langs de reguliere subsidie-instituten af te leggen. Ze hopen snel zekerheid te hebben; in oktober hakken ze de knoop door, zodat het theater desgewenst in januari zijn deuren kan openen. Hoe het gaat heten, staat nog niet vast; de huidige werktitel Noodbioscoop zou wel eens te negatief kunnen klinken, maar misschien wordt het Abel, naar de debuutfilm van Alex van Warmerdam, de broer van Marc.

Wel staat vast wat er op het nieuwe doek te zien zal zijn: Nederlandse films, Nederlandse documentaires, Nederlands tv-drama en Nederlandse animatie. Daar wordt al zó lang over gepraat, zegt Schippers in de Filmkrant, dat het er nu maar eens van moet komen. En zal daar dan publiek voor zijn? “In het verleden is dat al eens onderzocht en dat schijnt inderdaad het geval te zijn.”

Erg zelfverzekerd klinkt dat niet, en dat is geen wonder. Waar al lang over wordt gepraat, is immers niet het inrichten van een theater voor Nederlandse films, maar een zaal waar de publieke omroep extra aandacht kan vragen voor producties die anders na één uitzending in de Hilversumse archieven verdwijnen. Dat zou inderdaad een goed idee zijn.

Maar een theater voor Nederlandse films is géén goed idee. Wie heeft ooit besloten een film te gaan zien omdat het een Nederlandse film is? Niemand, bij mijn weten.

Nu er in deze sector, dank zij enkele verrassende films van een nieuwe cineastengeneratie, langzaam maar zeker weer enig pril succes wordt geboekt, zou het dodelijk zijn om die af te zonderen in een apart theater. Nederlandse films moeten gewoon overeind zien te blijven tussen het Hollywood-geweld in de reguliere bioscopen en het kunstzinnige aanbod in de reguliere filmhuizen - dat is de enige manier om het eigen fabrikaat weer vanzelfsprekend te maken. Niet iets om per definitie uit de weg te gaan. Maar ook niet iets om met barmhartigheid, in een apart zaaltje, tegemoet te treden.

Een speciale bioscoop voor de Nederlandse film brandmerkt zulke producties weer als de tere kasplantjes die ze jarenlang zijn geweest - en die ze voor sommige bioscoopbezoekers met een hardnekkig vooroordeel nog steeds zijn. Een meesmuilende bijnaam is dan ook snel verzonnen: het Theater voor de Zielige Film.