Kraak het systeem; Gesprek met Rop Gonggrijp, hacker van het eerste uur

Hackers onderzoeken de mogelijkheden van computers, ook als die niet van henzelf zijn. Rop Gonggrijp was een van de eerste Nederlandse hackers. Tegenwoordig leidt hij een bedrijf dat zich juist bezighoudt met computerbeveiliging. “Het helden-imago van de hacker is maar ten dele terecht, maar wel erg sexy.”

Community-memory van Lee Felsenstein: http://www.cpsr.org/conferences/ annmtg94/bios/felsenstein.html; YIPL: http://flag.blackened.net/daver/ misc/yipl/index.html; Abbie Hoffman: http://www.gis.net/~xlsauer/Abbie/ Hoffman.html; Joey Skaggs: http://www.joeyskaggs.com/; AT&T: http:///www.hacktic.nlmagazine/ 313.htm; Hacktic: http://www.hacktic.nl; Klaphek: http://www.klaphek.nl; ART-buro Haevftys: http://www.xs4all/~xartburo; De media-salon, een virtueel cafe voor kunstenaars: http://salon-digital.zkm.de/; Over phreaking: http://www.xs4all.nl/~xl0rd/phreak. htm; Over hacking: http://www.xs4all.nl/~xl0rd/hack.htm Discussie-stof en informatie over namespace is te vinden op: http://namespace.pgmedia.net/index. html; HIP: (http://www.hip97.nl); Kunst van Desk: http://www.desk.nl; Reinout Heeck (www. Desk.nl/~xreinz); Walter van der Cruijssen ( http://www.desk.nl/~xwvdc)

Voorzichtig til ik een stevige tweejarige peuter de trap af in een nieuwbouwflat in Amsterdam Oost. Rop Gonggrijp, een van Hollands eerste hackers, heeft zijn andere kind op de arm en draagt een wagentje voor de tweeling. Het is mooi weer en Gonggrijps oppasdag, een goede gelegenheid om te praten over de hackers-cultuur, met luiers en flesjes in het park.

Als ik tegenover Gonggrijp in het gras zit, denk ik aan de cult-video van Analiza Savage. De filmmaker Savage uit San Francisco volgde hackers uit Europa en Amerika met een kleine camera. Onscherpe beelden, een wiebelige camera-voering: bij slecht licht zien we wilde jongens in geheimzinnige computerkelders. Gonggrijp, lange dunne slierten om zijn hoofd, is de leider van een groep jongens die zich letterlijk ondergronds begeeft. Hij schroefde een kast open en liet een roltrap in een Amsterdams metro-station de andere kant op draaien. Ik vraag Gonggrijp wat er over is gebleven van zijn wilde haren, nu hij als ex-directeur van Xs4all, Nederlands oudste publieke Internetprovider, kan rentenieren.

Rop Gonggrijp lacht en zegt dat het allemaal wel meevalt. Hij heeft nu het bedrijf ITSX, Information Technology Security Experts, dat zich bezig houdt met computerbeveiliging. Als er hacks in het nieuws zijn, zoals onlangs het beveiligingslek bij World Online wordt zijn mening gevraagd.

“Je bezighouden met beveiligen ligt in het verlengde van hacken. Hackers bedenken allerlei trucjes en proberen die uit. Beveiligen is hetzelfde. Het is nooit klaar. Banken en verzekeringsbedrijven zijn niet meer de enige die beveiliging nodig hebben. Als jij een home-page hebt, vertrouw je op je Internetprovider en neem je aan dat niet zomaar iedereen je homepage kan veranderen, en dat je post niet aan anderen wordt doorgegeven. Nu onze activiteiten zich steeds meer on-line afspelen, heeft een steeds bredere groep mensen behoefte aan beveiliging.”

Gonggrijp is al vanaf zijn twaalfde jaar met computers bezig. “Mijn vader kreeg voor zijn werk een TRS80, een computertje van een paar honderd piek zo groot als het huidige notebook, want hij was medisch verslaggever voor de Telegraaf. Er zat een akoestisch modem bij, dus je moest de hoorn erin duwen en dan draaide je het telefoonnummer. Ik kon bulletinboards (digitale prikborden) bellen, de allereerste in Nederland, dat was rond 1983.”

Veel viel er in die dagen voor particulieren niet te beleven op het netwerk. Universiteiten en grote bedrijven als Shell, gebruikten het net voor onderlinge communicatie. Gonggrijp hield de bulletin-boards voor gezien en ging universiteiten en bedrijven bellen. “Ik belde een bedrijf en zei: 'Ik ben mijn wachtwoord vergeten, mijn naam is van Dijk.' Het antwoord was dan: 'Ik zal het even opzoeken. Theo van Dijk van afdeling verkoop?' Waarop ik zei: 'Ja, ja, dat klopt.' Zo ging dat. Het was toen heel makkelijk.”

Knutselen

De hackercultuur is ontstaan in het Californië van de vroege jaren zeventig. In garages in middle-class buurten begonnen jonge nerds met elektronica te knutselen en de eerste home-computers werden geschapen. Niet alleen computers werden ontwikkeld, ook de mogelijkheden van telefonie en computernetwerken werden onderzocht door hobbyisten.

De eerste informatie-netwerken kwamen van de grond, zoals community-memory van Lee Felsenstein in de bay-area in San Francisco: overal publieke terminals in wasserettes en buurthuizen, waarop iedereen berichtjes kon lezen en versturen naar een publiek prikbord.

Uit diezelfde tijd stamt het blad YIPL: Youth International Party Line. Het blad van bekende practical jokers and political pranksters (politieke grappenmakers) draagt de anarchistische filosofie uit van de 'Yippie-movement'. Hun held was de hippie Abbie Hoffman, een van de kopstukken van de Vietnambeweging en schrijver van het boek Fuck The System. Het woord Yippie is natuurlijk een variant op hippie, vergelijkbaar met de term punk en anarcho-punk.

Multimedia-kunstenaar Joey Skaggs heeft een prachtige website, in de sfeer van die tijd. Er is een foto uit 1968, waarop hij, als langharige, een houten kruis op zijn rug door de straten van Manhattan sleept. Het kruis was tentoongesteld op de New York University in een tentoonstelling genaamd Angry Artist, in protest tegen de oorlog in Vietnam.

In die tijd stond telefoonmaatschappij AT&T voor een gehaat monopolie. Toen zelfs speciale telefoonbelasting was ingevoerd om de oorlog mede te financieren, stond telefoneren gelijk met 'foute politiek'. Er kwam een beweging op gang die trucjes publiceerde: hoe bel je op kosten van AT&T, hoe kraak je de nieuwe codes van de calling-card. Het waren de 'phreaks', the phone freaks die phreak-zines uitgaven. Tegelijkertijd kwam er een stroom van publicaties op gang over hoe je sloten kon kraken en de gasmeter kon omdraaien. De Amerikaanse hacker Count Zero, die publiceerde in het hackertijdschrift 2600 over het kraken van telefonie, zei in het computerblad NET: 'Mij ging het niet om inbreken. Ik wil weten hoe iets in elkaar steekt. Als ik een slot in mijn handen heb, schroef ik het uit elkaar omdat die informatie moeilijk te verkrijgen is, ik geef kennis door.' In Nederland publiceerde het krakersblad Bluf! in die dagen de rubriek Methode en Technieken, waarin ook onderwerpen als gratis telefoneren aan de orde kwamen.

Grondwet

Uit YIPL kwam TAP voort en 2600. Amerikaanse hackerstijdschriften vloeien in zekere zin direct voort uit de Vietnambeweging en de Yippie-movement van Hoffman. Deze stelde een varken kandidaat voor de Parlementsverkiezingen omdat niet in de grondwet vermeld stond dat het een mens moest zijn. Aan dit bizarre gedachtengoed refereren de hackersbladen. In Boston had je the Lopht, in Duitsland de CHAOS-computerclub. Rop Gonggrijp richtte in 1989 met zijn vrienden het spraakmakende computerblad Hack-Tic op. Gonggrijp: “De hacker was de nieuwe Robin Hood, de enige die nog wat kon doen aan die inmense ontwikkelingen met grote databanken en informatiebestanden. Dit helden-imago is maar ten dele waar, maar wel erg sexy. We verschenen onregelmatig. Ik eindigde als hoofdredacteur. De rest schreef stukjes.”

Alle uitgaven van Hack-Tic staan ondertussen on-line. Het is een feest om er doorheen te bladeren. Ranzige tekeningen afgewisseld met artikelen vol hacker-tips herinneren aan punk- en krakersbladen, schoolkranten en stripboeken.

Van recenter datum is het tijdschrift Klaphek. Gonggrijp: “Waar de jonge generatie hackers zich om moet bekommeren is niet het media-genieke hacken, maar zaken als encrypytie (versleutelen van informatie); wie gaat digitaal betalen regelen; mogen we alleen maar aan uitgevers betalen of ook aan elkaar. Eigenlijk issues die een breed publiek aangaan en die draaien om bescherming van ieders privacy.”

Een ander onderwerp dat afgelopen jaar bediscussieerd werd in de hackers-scene, betrof de verdeling van Internetadressen, de zogenaamde domeinnamen. Wie verstrekt en coördineert deze namen en wat zijn de regels. In Amerika probeert de New-Yorkse kunstenaar Paul Garrin met zijn kunstproject namespace het huidige monopolie op domeinnamen te doorbreken. In de tijd dat de Amerikaanse regering het Internet beheerde, verdeelde InterNIC (Internet Network Information center) domeinnamen zonder kosten, gefinancierd uit belastinginkomsten. In 1995, als onderdeel van privatiseringsbeleid van de regering, nam Network Solutions Inc, een commerciële ondernemening het over. Op de website van namespace wordt gesproken over 'de uitdaging een bureaucratisch systeem te kraken, de kosten beperkt te houden en de hoeveelheid namen uit te breiden.'

Binnen Internetkringen deed namespace veel stof opwaaien. Het project komt neer op een systeem, waarbinnen iedereen zijn eigen domeinnaam kan creëren. Dus de categorieen: .nl, .com, .org zullen naar believen uitgebreid worden, bijvoorbeeld met .jouwachternaam. Gonggrijp nam deel aan een openbare discussie met Paul Garrin, georganiseerd door de Maatschappij van Oude en Nieuwe Media. Domeinnamen bestrijken een complex gebied omdat het een internationale aangelegenheid is. Gonggrijp vindt Garrins idee onwenselijk omdat het grote technische gevolgen heeft. Namespace veroorzaakt in zijn ogen onnodige anarchie, een opmerkelijke uitspraak voor een ex-hacker, al heeft hij gelijk.

Een van de eerste dingen die Gonggrijp organiseerde was The Galactic Hacker Party in Amsterdam. Het geheel werd opgeluisterd door ART-buro Haevftys, dat in de kelder allerlei oude apparatuur had aangesloten. De omgeving rinkelde, gaf licht en maakte geluid. Iedereen kon een schroevendraaier pakken of chill-outen. In de grote zaal van Paradiso was ondertussen een serieus congres aan de gang over de rol van hackers als vertalers van de nieuwe technologische ontwikkelingen. Inmiddels heeft Gonggrijp dit jaar de Vosko-prijs voor jonge netwerkstrijders gewonnen voor het organiseren van de HIP (Hackers In Progress) het hackerscongres op een camping in Almere.

Media-salon

Gonggrijp en ik zijn door het park gaan wandelen. De kinderen zijn in de tweezitter in slaap gevallen. We praten over exclusieve feestjes waar rijke IT-ers lachgas snuiven, over serieuze politieke activisten en over kunstenaars uit de hacker-scene. En over het kunst-initiatief Desk, opgericht door Reinout Heeck en Walter van der Cruijssen, afkomstig uit de kraakbeweging. In de hackersscene zitten veel oude krakers, die inmiddels goed zijn terecht gekomen. Van der Cruijssen werkt als Internetdeskundige voor het ZKM, het Zentrum voor Kunst en Medien, het museum in Karlsruhe, aan de media-salon, een virtueel café voor kunstenaars.

Op de website van Desk kun je het werk van diverse kunstenaars bekijken. Desk heeft als ideologie dat kunstenaars niet afhankelijk moeten zijn van subsidies. Door het maken van websites voor grote bedrijven creërden zij voor kunstenaars een ruimte met faciliteiten, zoals computers en Internet-toegang. Ze beschikken inmiddels niet meer over een openbaar kantoor, maar zijn nog steeds on-line actief.

Gonggrijp filosofeert over de mogelijkheden om on-line een levendige hackers-omgeving te maken. We zijn het erover eens dat de culturele en politieke idealen van de hackerscultuur er voor hebben gezorgd dat Nederland nog steeds een voorsprong heeft op Internet-gebied op de rest van Europa. Internet werd hier niet ervaren als een nieuw industrieel product maar werd allereerst gezien als publieke plek. Een voordeel dat we nog steeds hebben en te danken is aan de hackerscultuur. Wie weet, proeft Gonggrijps blozende tweeling daar later de vruchten van.