'Grotere rol parlement op Derde Dinsdag'

DEN HAAG, 4 SEPT. Oud-Kamervoorzitter Anne Vondeling wilde in de jaren zeventig het parlement op Prinsjesdag een grotere rol geven. De PvdA'er wilde dat bij de vergadering van de Staten-Generaal in de Ridderzaal, waarbij de koningin de troonrede voorleest, duidelijker wordt dat het parlement gastheer is.

Zo zou de koningin de troonrede moeten uitspreken met de ministers om haar heen en de parlementariërs tegenover haar. Vondeling vond het “uiterst verwarrend' en “oneigenlijk” dat de koningin de ministers, met wie zij de regering vormt, tegenover zich heeft. “Prinsjesdag moet (...) ook een staatsrechtelijke demonstratie zijn, die de verhoudingen helder voor ogen stelt. Het is bij ons toch al zo ingewikkeld.” Ook had hij kritiek op het spelen van het Wilhelmus buiten op het Binnenhof, terwijl de parlementariërs al binnen in de Ridderzaal zitten.

De brief waarin Vondeling zijn voorstellen doet, is gepubliceerd in het vandaag verschenen boek Pracht en praal op Prinsjesdag. Vondeling richtte zijn brief op 16 april 1975 aan de voorzitter van de Verenigde vergadering der Staten-Generaal, de toenmalige Eerste-Kamervoorzitter Thurlings. Hij stuurde afschriften aan het Koninklijk huis en de premier. Voor zover bekend zijn die nooit beantwoord.

Auteur Thijs van Leeuwen bepleitte vanmiddag bij de presentatie van zijn boek dat de koningin de parlementariërs na de bijeenkomst in de Ridderzaal op haar paleis ontvangt om zo het aanzien van de volksvertegenwoordiging te vergroten. De huidige praktijk, waarbij Kamerleden uitwaaieren naar ontvangsten van bedrijfsleven en belangenorganisaties, “omkranst met nep-lakeien, opzichtige bedrijfslogo's en trossen oranje ballonnen” noemt hij een “devaluatie van Prinsjesdag”.