Gered door een paard

Rodman Philbrick: De vuurpony. Vertaald uit het Engels door Annelies Jorna. Querido. Vanaf 12 jaar. ƒ 27,50

Waar dromen paardengekke meisjes van? Ze dromen van paarden, dat spreekt. En ze dromen dat ze Bianca zijn, Bianca Vermeulen. Bianca kan wilde paarden temmen door flink te fluisteren.

Bianca kan springen over de hoogste hindernissen. Bianca doet mee aan paardenrennen, aan dressuurwedstrijden, aan rodeo's. Ze zit in een club van zes vriendinnen, die allemaal een eigen pony hebben. Twee wonen er zelfs op een manege.

Duur is de Bianca-droom niet. Voor ƒ 7,95 per stuk zijn haar avonturen te verkrijgen. Rond de dertig boekjes schreef Yvonne Brill al over haar heldin, die ook nog eens lang zwart haar heeft en een elegante gestalte. Onlangs verschenen er weer vier nieuwe deeltjes, waarin Bianca ondermeer naar Hongarije en Australië reist en daar plaatselijke paarden ontmoet.

Helaas gaat het vaste stramien zo rond je dertiende toch echt vervelen. Bianca heeft weer eens een aanvarinkje met haar lieve ouders, slaagt er maar weer eens in een onbenaderbaar paard te benaderen, of krijgt, nee maar, een topveulen.

De puber die volhardt in het paardengek zijn (en de paarden niet inruilt voor jongens), gaat wellicht op zoek naar andere, verrassender, betere paardenboeken. Onlangs verscheen bij uitgeverij Querido De vuurpony van Rodman Philbrick. Het is een soepel geschreven verhaal met net wat meer psychologische diepgang dan de Bianca- en aanverwante paardenpockets, al had Philbrick wel wat langer op de dilemma's van zijn hoofdpersoon mogen ingaan.

Naast fijne beschrijvingen over Arabieren die op slanke benen ronddansen in een kraal, vertelt De vuurpony het verhaal van Roy. Roy is rond de twaalf en leidde tot voor kort een zielig bestaan als pispaaltje in een weeshuis. Maar dan gebeurt waar hij altijd van droomde: zijn grote halfbroer Joe Dilly komt hem redden. Niet op een zwart paard zoals Roy altijd dacht, maar in een klein vrachtwagentje.

Een beetje op Bianca lijken doet Roy wel. Op de grote stoeterij waar zijn broer hoefsmid wordt, blijkt hij al net zo'n wonder te zijn in de omgang met paarden. Een geboren ruiter, die dan ook al snel zomaar een pony krijgt van de rancheigenaar. Hij wint razendsnel het vertrouwen van het nog onbereden wilde beest en is binnen de kortste keren klaar om mee te doen aan een race, tussen allemaal veel oudere berijders op veel grotere paarden. Hoe dat afloopt laat zich raden.

De Amerikaanse Philbrick roept zonder eindeloos lang landschappen te beschrijven de stoffige sfeer op van de prairie, waar je in de snikhitte op je paard kunt slalommen rond manshoge cactussen. De bergen steken donker en dreigend af tegen de horizon, precies zoals het hoort, en het kan er ook angstaanjagend onweren. Dat alles is prettig voorspelbaar. Wat De vuurpony de moeite waard maakt, is vooral het conflict tussen de twee broers. Roy voelt loyaliteit en dankbaarheid voor Joe, maar is ook bang voor hem. De minste verandering in Joe's oogopslag kan hem van slag brengen. Langzaam wordt duidelijk waarom. Het boek heeft een dramatisch slot, wat door Philbricks zorgvuldige opbouw wel geloofwaardig is.

Vorig jaar bracht Querido Philbricks eerdere Freak de Kanjer uit, eveneens goed vertaald door Annelies Jorna. Dit boek, over de vriendschap tussen twee mismaakte jongeren (de een is een reus, de ander juist klein als een kleuter), is ontegenzeggelijk veel rijker dan De vuurpony. Rijker aan taal, aan betekenis. Er komt alleen geen paard in voor.