Fotocollages Joop Schafthuizen verwijderd; Justitie overweegt vervolging wegens kinderporno

Ruim twintig jaar oude fotocollages van Joop Schafthuizen, levensgezel van schrijver Gerard Reve, zijn uit een Schiedamse artotheek verwijderd. Kinderporno?

ROTTERDAM, 4 SEPT. Gerard Reve beschouwt zijn levensgezel Joop Schafthuizen als “een groot kunstenaar”. Dat een aantal van diens werken nu kinderporno zijn genoemd? “Het werk van een bepaalde overspannen vrouw die wat projecties heeft gezien.” Overigens is meneer Schafthuizen niet thuis, zegt de schrijver.

Vijftien fotocollage's van Schafthuizen zijn in het bezit van de artotheek in Schiedam, de plaats waar hij met Reve woonde tot zij naar België verhuisden. Jaren liggen ze daar al. Volgens G. Kruijt, sectordirecteur van de afdeling cultuur van de gemeente Schiedam, werden ze zelden uitgeleend. “Zoiets gaat niet dagelijks over de toonbank. De meeste kunst die wordt uitgeleend is wat abstracter.”

Leden van de artotheek kunnen dia's bekijken om een kunstwerk uit te zoeken, dat vervolgens uit het depot wordt gehaald. Eind juli schrok een lener zo toen ze dia's van het werk van Schafthuizen bekeek, dat ze bij de politie aangifte deed van kinderporno. De politie heeft de dia's inmiddels meegenomen, het openbaar ministerie in Rotterdam onderzoekt of tot vervolging van Schafthuizen overgegaan kan en moet worden.

De fotocollages uit het depot staan inmiddels naast het bureau van cultuurambtenaar Kruijt. Telefonisch beschrijft hij ze: “De bewuste foto's zijn opgenomen in een collage waar niemand over kan vallen. Een paar jongenskoppen, bloemen, een landschap, dieren, wolkenpartijen.” In de vijftien collages zijn in totaal ongeveer honderd van dergelijke foto's verwerkt. Kruijt: “Slechts twee van die foto's, van ongeveer 11 bij 7 centimeter, zijn pornografisch te noemen. Op de ene staan twee jongens die elkaar bevredigen. Op de andere kust een jongen de anus van een andere jongen. En verder zijn er nog wat foto's van blote tienerjongens en -meisjes.”

De collage's zijn destijds aangekocht in het kader van de beeldend kunstenaarsregeling BKR. De prijsstickers zitten nog op de achterkant, Kruijt kijkt even. “Voor de goedkoopste heeft het Rijk destijds 250 gulden betaald. En voor de grootste collages 1250 gulden.”

Schafthuizen maakte de collages in de jaren '70. Hij fotografeerde de jongens niet zelf, zegt Reve: “Hij kocht gewoon boekjes bij de sigarenwinkel. Daar kon je toen heel mooie boekjes kopen. Tegenwoordig is men bruter, wreder èn preutser geworden. De foto's in het werk van meneer Schafthuizen zijn hele mooie zedige, vererende foto's van mooie jongens.”

Gezien de recente commotie over kinderporno, sinds in Zandvoort een grote hoeveelheid ruwe kinderpornografische afbeeldingen werd gevonden, vindt Kruijt de ophef over het werk van Schafthuizen niet overdreven. “In de context van 1998 kan ik me voorstellen dat het mensen schokt. Maar men moet zich realiseren dat dit werk in de jaren '70 is gemaakt. En dat dát een tijd was waarin alles kon, alles mocht, alles zelfs móest kunnen.” Volgens Kruijt heeft Schafthuizen gezegd te begrijpen dat zijn collages mensen nu schokken. “Hij zei dat hij dergelijk werk tegenwoordig niet meer zou maken.”

Of het OM Schafthuizen zal vervolgen is nog zeer de vraag, zegt plaatsvervangend persofficier R. Gerding. Wellicht is de zaak verjaard. “Volgens artikel 70 van het Wetboek van Strafrecht zijn misdrijven waarvoor een gevangenisstraf van drie jaar of meer jaar kan worden gegeven, na twaalf jaar verjaard.” In kinderpornozaken gaat die termijn voor verjaring in op de dag dat het afgebeelde kind achttien jaar wordt. “We moeten dus eerst uitzoeken hoe oud ze op de foto waren.” Is dat geen verspilde moeite, terwijl verspreiders van tienduizenden afbeeldingen met kinderporno op Internet zijn op te sporen? Gerding: “De opportuniteit van de strafvervolging komt ook nog aan de orde. Maar dan moeten we toch eerst onderzoeken wat precies op de afbeeldingen staat.”

Reve is vooralsnog wat zorgelijker over de aandacht voor Het hijgend hert, zijn nieuwe roman. “Deze hele zaak wordt opgeblazen. Waarschijnlijk door een brave vrouw die nog nooit een naakte man heeft gezien. Lang geleden was naaktheid de gewoonste zaak. Maar nu is er niemand meer die een boek leest.”