Flitsend vluchtige pensioenmiljarden

Hoe grillig mag een belegger zijn? In het vierde kwartaal van vorig jaar kocht hij per saldo voor 8,8 miljard gulden aandelen, in het daaropvolgende eerste kwartaal verkocht hij per saldo voor 5,3 miljard gulden, en in het tweede kwartaal kocht hij weer bij voor een bedrag van 5,3 miljard gulden.

Wie is hij? Een handelaar in de dealingroom van een grote internationale bank? Een speculant in New York? Nee, het drukke kopen en verkopen is de optelsom van de transacties in aandelen van de Nederlandse pensioenfondsen in de afgelopen drie kwartalen, zoals het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) die becijfert.

Pensioenfondsen zijn lange-termijnbeleggers, zeggen zij zelf, die de toekomstige oudedagsvoorziening van zo'n 6 miljoen Nederlandse werknemers moeten veilig stellen. Per eind juni beheerden de pensioenfondsen een bedrag van 750 miljard gulden, zo meldde het CBS gisteren. Een bedrag dat inmiddels groter is dan het nationaal product van Nederland en dat drie keer zo hard groeit als de Nederlandse economie. De commerciële evenknieën van de pensioenfondsen, de verzekeringsmaatschappijen, belegden eind juni 381 miljard gulden. Samen vormen deze twee de zogeheten institutionele beleggers.

De perceptie bij de buitenwereld is dat de pensioenfondsen weinig fantasievolle, om niet te zeggen doodsaaie beleggers zijn. Beheerders met een voorliefde voor effecten met een vaste rente die zij in hun volvette beleggingsportefeuilles opbergen totdat de schuldenaar het papier aflost.

De realiteit is inmiddels anders. De pensioenfondsen zijn niet alleen grote beleggers in aandelen geworden (38 procent van hun vermogen, een record), zij zijn ook handelaren van betekenis geworden. De koersval op de beurzen zal de pensioenbeheerders gezien de omvang van hun aandelenbeleggingen (284 miljard gulden), na jaren van superrendementen, in het lopende kwartaal hoogstwaarschijnlijk aanzienlijke verliezen opleveren.

De gemiddelde tijd dat pensioenfondsen hun aandelen in portefeuille houden wordt steeds korter: vorig jaar 22 maanden. Zij zijn vluchtige beleggers geworden. “Elk fonds heeft wel een portefeuille om van dag tot dag te handelen”, zegt een dealer bij een prominente zakenbank.

Zij handelen meer dan vroeger en zij hebben hun beleggingen aangepast aan hun nieuwe stijl. Bij hun beleggingen met een vaste rente nemen verhandelbare effecten, zoals obligaties, de plaats in van leningen die direct worden verstrekt aan risicoloze klanten als overheden, nutsbedrijven en woningbouwverenigingen. Obligaties hebben zij gemiddeld maar 15 maanden in bezit.

De pensioenfondsen zijn handelaar geworden om hun rendement op te voeren. En als dat lukt, zijn zij daar trots op. Grote fondsen maken er niet langer een geheim van dat zij de afgelopen jaren actief handelden op de obligatiemarkten van aspirant-deelnemers van de Economische en Monetaire Unie om daar wat extra's te verdienen.

Uit het cijfermateriaal van het CBS blijkt dat de pensioenfondsen meer naar het buitenland uitwijken met hun beleggingen. Zij zijn de vlaggendragers van Nederland renteniersland. Ruim anderhalf jaar geleden, per eind 1996, hadden de pensioenfondsen 22 procent van hun vermogen in het buitenland belegd. Inmiddels is dat 36,5 procent. Als het in dit tempo doorgaat, hebben de fondsen in het jaar 2000 meer dan de helft van hun beleggingen buiten Nederland geïnvesteerd.

Heeft het ook zin, al dat gehandel van de pensioenfondsen, of spekken zij slechts de kas van de (inter)nationale zakenbanken die hun effectenorders uitvoeren? In het eerste halfjaar was het rendement van de pensioenfondsen op hun aandelen zo'n 20 procent. Het CBS vergelijkt dit rendement met de stijging van de graadmeter CBS-koersindex (ruim 27 procent), maar geeft grif toe dat de prestaties op internationale beleggingen dan worden vergeleken met de Nederlandse markt. De graadmeter van de wereldbeurzen, de zogeheten MSCI-index, die het CBS niet noemt, steeg in de eerste maanden met bijna 18 procent.

Zelfs topbeleggers kunnen niet op langere termijn betere prestaties leveren dan de markt als geheel. Deze wijsheid is een overtuigend argument om beleggingen zo passief mogelijk te beheren door simpelweg de beursgraadmeter te volgen.

Al is dat natuurlijk wat saaier dan zelf de pieken en dalen van de markt te raden.