Factor 30

Stokoude grootouders kunnen nog vertellen hoe ordinair het vroeger was om gebronsd te zijn. Een bruine huidskleur - in extreme gevallen een 'akkernek' - verried een even armoedig als arbeidzaam bestaan in de buitenlucht en dat kon nooit erg deftig zijn. De adel vermeed zonlicht en had daarom een marmerwitte huid, waarin je de vaatjes met 'blauw bloed' zag lopen. Als gefortuneerde Engelsen een reis naar India maakten kochten ze een ticket dat werd aangeduid met port out starboard home, zodat ze de hele reis in de schaduw konden vertoeven. De afkorting 'posh' herinnert daaraan.

De Torremolinosgangers van de jaren zestig hebben daar verandering in gebracht. Een diepbruine tint werd status en wees op een prijzige, luxe vakantie die beduidend meer indruk maakte dan een uitstapje naar Rockanje.

Tegenwoordig wordt de vakantieganger ernstig gewaarschuwd voor te veel zonlicht en het KNMI houdt hem op de hoogte. De zonkrachtschaal van het KNMI is in tien sterkten verdeeld. Bij een zonnekracht van negen of tien - zeer sterk - verbrandt de huid in minder dan tien minuten. Bij sterkte vijf of zes - matige zonneschijn - verbrandt de huid 'gemakkelijk' in 15 tot 25 minuten.

Verantwoordelijk voor die verbranding is ultraviolette, elektromagnetische straling, waarvan het spectrum tussen dat van licht en dat van röntgenstraling ligt (390 tot 10 nanometer). Normaal gesproken wordt de ultravioletstraling van de zon door de ozonlaag van de dampkring rond de aarde goeddeels geabsorbeerd. Maar die ozonlaag is door de luchtvervuiling dunner en dunner geworden, zodat nu veel meer UV-straling de aarde bereikt. Ze laat foto's en spijkerbroeken verschieten en bruint de huid, maar ook een ander oppervlakte-orgaan als het oog lijdt er onder. Vorige week nog publiceerde het wetenschappelijke tijdschrift JAMA de conclusie van een studie van het Amerikaanse Johns Hopkins Instituut dat er op het ogenblik geen veilige norm bestaat voor de dosis ultraviolette straling waaraan het oog kan worden blootgesteld om grauwe staar te voorkomen. “Mensen van alle leeftijden, ras of geslacht dienen hun ogen het hele jaar met een bril te beschermen,” concludeerden de onderzoekers.

Ernstiger dan grauwe staar is echter de sterke veroudering van de huid en het ontstaan van huidkanker - plaveiselcarcinoom dat snel groeit en zich uitzaait - als gevolg van een overdaad aan zonlicht. Het aantal mensen met huidkanker is de laatste jaren schrikbarend toegenomen. In Duitsland bijvoorbeeld worden nu jaarlijks 100.000 nieuwe gevallen gediagnostiseerd, tweemaal zoveel als vijftien jaar terug. Dat aantal blijft de komende jaren naar verwachting met zeven tot tien procent stijgen.

Om het risico te verkleinen wordt het mijden van zonlicht aanbevolen, maar ook het dragen van zonwerende kleding is een optie. Probleem is alleen dat de mens in de brandende zon eerder geneigd is zijn kleren uit te trekken dan een winterjas aan te schieten. Een compromis is misschien een dun hemd, maar dat laat afhankelijk van de stof te veel - tot zo'n vijftig procent - zonlicht door, vaak helemaal als het door transpiratie nat wordt.

Gewone zomerkleding biedt dus geen afdoende bescherming. Tot voor kort claimde het merk Solargear, dat UV-werende kleding maakt, de enige te zijn die voor een echt 'sunblock' zorgde. Textielspecialisten van het Akzo Nobel Faser AG Research Instituut in het Duitse Wuppertal hebben nu Enka Sun ontwikkeld, een heel lichte stof die voor een beschermingsfactor 30+ zorgt. Dat is volgens strenge Australische normen extreem hoog. Dat zonlicht door textiel heen kan dringen komt door de wijdmazigheid van de stofm maar ook door de doorgeleiding van het licht via de vezel. Het instituut in Wuppertal heeft naar beide factoren gekeken en geconcludeerd dat er twee mogelijkheden zijn om stof UV-dicht te maken. In de eerste plaats moest er een draad worden gemaakt die bij strakke schering en inslag nauwelijks licht doorlatende gaatjes oplevert. De tweede optie was een vezel te maken die het licht zo veel mogelijk absorbeert én reflecteert.

Van een aantal stoffen is bekend dat ze UV absoberen en omzetten in warmte. Die stoffen zouden zich moeten hechten aan de vezel, bijvoorbeeld als verfstof. Het gebruik van een pigment als TiO2 is daarvoor geschikt gebleken. De experimenten in Wuppertal hebben bovendien een viscose vezelstof opgeleverd. De stof maakt een combinatie mogelijk van pigmentering, uiterst dicht weven én verven en bedrukken, wat de nieuwe stof een beschermingsfactor 30+ oplevert, waar nauwelijks tegen te smeren valt. Haaks op de bevinding van Solargear wijst het onderzoek van Enka uit, dat als de viscose vochtig is, de bescherming tegen UV alleen maar toeneemt. Anders dan bij polyester, maar net als bij zijde zetten de draden uit, waardoor de stof dichter wordt. De nieuwe stof zal vooral Engelse voetbalsupporters aanspreken. Ze droegen tijdens het WK polyester replicashirts van hun favorieten en hadden na een dag in de Franse zon een pijnlijk rood-wit zebrapatroon op schouders en rug. Het shirt had verticale banden van ongeveer een halve centimeter breed, afwisselend normaal en open geweven. De UV-protectiefactor van het open weefsel was 5, van het dikkere weefsel 11, zo bleek. Te weinig voor de rossige hooligans.