Evangelisch plagiaat

Naarmate je beter thuisraakt in de bijbel, valt je steeds vaker op dat met name de evangelisten graag varieerden op uitspraken en verhalen uit het Oude Testament. Zo klinken de slotregels van het Onze Vader al op in het dankgebed van David (1 Kronieken 29 vers 11): 'Uwe, o Heere! is de grootheid, en de macht, en de heerlijkheid, en de overwinning en de majesteit.' Slechts 'tot in der eeuwigheid' ontbreekt.

Opvallender nog dan die geplagieerde formuleringen, zijn de evangelische varianten van Oud Testamentische wonderverhalen.

Nadat de profeet Elisa een opmerkelijke goocheltruc heeft verricht met kolokwinten (2 Koningen 4), arriveert er een man met twintig gerstebroden en groene aren in hun hulzen. Elisa zegt dan: 'Geeft het aan het volk opdat zij eten.' Waarop de man vraagt: 'Hoe kan ik dit aan honderd man voorzetten?' Daarop herhaalt Eliza: 'Geeft het aan het volk opdat zij eten,' en hij voegt eraan toe: 'Want zo zegt de Here: Men zal eten en overhouden.' De man geeft de twintig gerstebroden plus de groene aren in hun hulzen aan de honderd hongerigen en zie: 'ze eten ervan en hielden over naar het woord des Heren.'

Hier, in een notendop, in drie bijbelverzen vinden we de oervorm van het verhaal van de wonderbare spijziging. In essentie is de geschiedenis die ons in Mattheüs 14 vertelt wordt dezelfde als in 2 Koningen 4. Ook Jezus zegt tegen zijn discipelen: 'Geeft gij hun te eten'. En net als de man met de twintig broden en groene aren, zijn de discipelen daar verbaasd over en zeggen: 'Wij hebben hier niets dan vijf broden en twee vissen'. Geen nood, Jezus deelt uit en na de maaltijd blijken er maar liefst twaalf manden met brokken over te zijn! En dat terwijl er niet minder dan 'vijf duizend mannen, vrouwen en kinderen niet meegerekend' van de vijf broden en de twee vissen gegeten hebben!

Alles is dus hetzelfde, tot en met het overhouden toe. De verschillen betreffen slechts de aantallen. Bij Elisa eten honderd man van twintig broden en groene aren, in het Evangelie eten maar liefst 5000 mannen plus een ongeteld aantal vrouwen en kinderen van vijf broden en twee vissen en blijven nog twaalf manden vol brokken over. Mattheüs heeft duidelijk willen demonstreren: akkoord, Elisa kon een wonder doen, maar Jezus overtreft hem moeiteloos. Met veel minder spijzigt hij veel meer mensen en blijft er nog verbazend veel over. En nog ben je niet van je verbazing bekomen over zo'n superwonder dat precies hetzelfde wonder van Elisa in quantitatief opzicht glansrijk overtreft of Jezus spijst één hoofdstuk verder nogmaals vierduizend mannen - vrouwen en kinderen niet meegerekend - van zeven broden en enkele visjes.

Beste Mattheüs, dat je één keer een verhaal over een wonderbare spijziging uit het Oude Testament overschreef met sterk aangedikte getallen, akkoord, maar twee keer - is dat niet een beetje overdreven?

Ook Lucas wist wel raad met een fraai Oudtestamentisch wonderverhaal. In het zevende hoofdstuk van het evangelie verhaalt hij hoe Jezus de jongeling van Naïn uit de dood opwekt. Het is opvallend, en ook Randel Helms wijst daarop in zijn boek Gospel Fictions, hoe sterk dat verhaal lijkt op het verhaal van de opwekking uit de dood van de zoon van de weduwe van Sarfath ( 1 Koningen 17). In beide verhalen is sprake van een weduwe met één zoon. In beide verhalen zien de protagonisten de weduwe voor de eerste maal bij de stadspoort. Helms wijst er en passant op hoe merkwaardig de vermelding van die stadspoort in het geval van het stadje Naïn is omdat archeologisch onderzoek volgens hem heeft uitgewezen dat Naïn nooit een stadsmuur heeft bezeten. In beide verhalen komt de uitdrukking voor: 'Kai egeneto', hetgeen er volgens Helms op wijst dat Lucas zijn verhaal uit de Septuagint heeft over genomen. Misschien is dat een wat voorbarige conclusie. Kai egeneto, meestal in het Nederlands vertaald met En het geschiedde...komt erg vaak in de bijbel voor. Dat hoeft Lucas niet speciaal uit 1 Koningen 17 opgediept te hebben.

Lucas ging vernuftiger en subtieler te werk dan Mattheüs. Hij heeft duidelijk gevarieerd op een verhaal uit het Oude Testament - arm weduwvrouwtje verliest haar enige zoon, maar goddank, hij wordt weer uit de doden opgewekt - en daar een eigen draai aan gegeven. Hij vond het niet nodig om van Jezus een super-Elia te maken, maar wou wel laten zien dat Jezus de profeet Elia overtreft. Het kost Elia heel wat meer moeite om de jongeling op te wekken dan Jezus. Liefst driemaal strekt hij zich al biddend op het kind uit, - ik heb wel eens een bijbelverklaring gelezen waarin geopperd werd dat Elia kunstmatige ademhaling toepaste - terwijl Jezus ermee volstaat te zeggen: 'Jongeling, ik zeg u, sta op.' Als de zoon van de weduwe van Sarfath weer leeft, overhandigt Elia hem aan zijn moeder. 'En Elia gaf het aan zijn moeder.' Lucas vondt dat zo'n prachtig zinnetje dat hij het letterlijk plagieerde: 'En Hij gaf hem aan zijn moeder.' In geval van Elia is begrijpelijk dat de profeet het kind dat hij van de bovenverdieping van het huis naar beneden draagt aan zijn moeder geeft. Bij de jongeling van Naïn is het zinnetje raadselachtig, want de knaap komt zelf op zijn baar overeind en waarom zou je hem dan oppakken en aan zijn moeder geven? Des te waarschijnlijker dus dat Lucas dat zinnetje zonder erbij na te denken plagieerde.

Uiteraard maakt het hele gebeuren diepe indruk op de weduwe van Sarfath. In de slotzin van het verhaal laat de verteller haar dan ook zeggen: 'Thans weet ik, dat gij een man Gods zijt, en dat het woord des Heren in uw mond waarheid is.' Lucas kon de verleiding niet weerstaan om daarop in de slotpassage van zijn verhaal kunstig te variëren: 'En vrees beving hen allen en zij verheerlijkten God, zeggende: Een groot profeet is onder ons opgestaan.'

Eén grappig voorbeeld nog van vernuftig evangelisch plagiaat. In 1 Koningen 12 strekt koning Jerobeam zijn hand uit naar een profeet en roept: 'Grijpt hem.' Waarop die hand verstijft en niet meer ingetrokken kan worden. Precies zo'n verstijfde, verschrompelde hand vinden we in Mattheüs 12. En hoe geneest Jezus die hand? Hij zegt tegen de eigenaar ervan: 'Strek uw hand uit.' Met andere woorden: de handeling waardoor in geval van Jerobeam de hand verstijft raakt, bewerkstelligt bij Jezus juist genezing.

Met voorbeelden van evangelisch plagiaat kan, zoals uit het werk van Randel Helms blijkt, een heel boek gevuld worden. Ik moet zeggen dat het mij steeds moeilijker valt te geloven dat ook maar enig verhaal over Jezus op feiten gebaseerd is. Zou hij wel echt bestaan hebben? Of heeft Pierre Krijbolder gelijk? Die verdedigt in zijn boek Jezus de Nazoreeër de stelling dat Christus geen literair-historische figuur is in de voor ons gebruikelijke zin van het woord, 'maar een mythologische personificatie.'