'Eurozakboekje'

'De euro... en zo' en 'De EMU en de euro' zijn uitgaven van DST, Bureau voor didactiek in communicatie (035-541.8881)

Stel nu dat de manager van Total Touch heeft afgesproken dat de popgroep drie concerten geeft in de Belgische hoofdstad Brussel. Hij wordt hiervoor betaald in Belgische francs. Als de Belgische franc ineens minder waard wordt ten opzichte van de Nederlandse gulden, krijgt de manager bij het omwisselen van de Belgische francs minder Nederlandse guldens dan hij had verwacht. Hij maakt dus minder winst dan hij had voorzien. Soms kan zo'n waardedaling van een munt zelfs verlies opleveren voor een bedrijf. Gelukkig maar voor de manager van Total Touch dat de euro er komt, zo luidt impliciet de boodschap uit dit voorbeeld, afkomstig uit het 'eurozakboekje' van het onderwijsprogramma “de euro... en zo”, dat brugklassers in de basisvorming in het nieuwe schooljaar voorgeschoteld krijgen.

Nu zijn de gulden en de Belgische franc, afgezien van geringe tijdelijke schommelingen, de laatste zestien jaar niet meer noemenswaardig ten opzichte van elkaar in waarde veranderd, maar dat doet er niet toe: een voorbeeld als dit maakt de komst van de euro concreet. En daar draait het om bij de introductie van de euro in het onderwijs: de voordelen - over nadelen rept het lesprogramma niet - van de nieuwe Europese munt in kaart brengen aan de hand van concrete, 'behapbare' voorbeelden die aansluiten bij de belevingswereld van de doelgroep.

Zoals de avonturen van Joris en Martijn, die met een interrailkaart door Europa trokken. “Joris en Martijn zijn het erover eens: Europa is te gek! Toch is hun één ding tegengevallen: al dat verschillende geld dat je in Europa nodig hebt. Wat een gedoe!” En: “Behalve dat het lastig is om steeds geld te moeten wisselen, is het ook nog onvoordelig. Want je moet je buitenlandse geld duur kopen en tegen een lage waarde verkopen. Bovendien betaal je steeds omwisselkosten.” Maar wees niet ongerust: “Gelukkig is de oplossing voor dit probleem in zicht. Vanaf het jaar 2002 kan jij, net als Joris en Martijn natuurlijk, in veel landen van Europa betalen met een en dezelfde munt: de euro!”

De brugklassers mogen in hun eurozakboekje snuffelen aan begrippen als inflatie, convergentiecriteria, de Economische en Monetaire Unie (“EMU met de M van Money”), prijstransparantie en het stabiliteitspact, om zo maar wat te noemen. Het bijbehorende werkboekje bevat omrekenopdrachten met de euro (is er een afrondingsvoordeel of een afrondingsnadeel als je op twee cijfers achter de komma afrondt bij het omzetten van ƒ 7 naar euro's met een waarde van ƒ 2,21255), denkvragen (mag je na 1 januari 2002 guldens weigeren als je die in de winkel als wisselgeld terugkrijgt?) en 'doe-opdrachten' (houd een interview over de euro met iemand in je omgeving van wie je verwacht dat hij of zij moeite zal hebben met de invoering van de euro).

Het lesprogramma van de bovenbouw van het voortgezet onderwijs - “De EMU en de euro” - gaat nog een stap verder. Valuta-interventies, het rente-instrument, Trans-Europese netwerken en EU-cohesiefondsen zijn termen die leerlingen uit de examenklassen op Havo of VWO om de oren vliegen. Het lesprogramma, dat het afgelopen schooljaar op een aantal scholen al in gebruik genomen is, maakt deel uit van het vak economie en behandelt de euro dan ook in het licht van internationale economische betrekkingen. Leerlingen moeten rekenen met wisselkoersen, spilkoersen, bandbreedtes en convergentiecriteria en krijgen opdrachten als 'bereken de sanctie die een land krijgt opgelegd als het begrotingstekort 6 procent is' en 'in welke conjuncturele situatie is de beperking van de geldhoeveelheid minder gewenst?'

Behalve alle voordelen komen ook de risico's en de mogelijke gevaren van de euro aan bod. Leerlingen moeten zelf een eigen mening vormen over de EMU en de nieuwe Europese munt.

Dit aanvullende lesprogramma voor de bovenbouw vulde vorig jaar de leemte in bestaande economie-methoden op. Die reppen immers met geen woord over de euro. Nieuwe methoden doen dat wel, zegt een woordvoerder van Thiemen, uitgever van diverse onderwijsmethoden voor het voortgezet onderwijs. “Een echte leesmethode over euro's is er nog niet voor het voortgezet onderwijs, maar in veel boeken over economie komt de komst van de euro inmiddels wel aan bod.”

In sommige nieuwe boeken is de gulden voor het gemak vast helemaal weggelaten. “Schoolboeken die wij uitgeven zijn meestal zo'n vier jaar in gebruik. De boeken die nu op de markt komen, moeten dus tot 2002 mee kunnen. Met de euro is dat een probleem: die is in die periode een tijdje alleen giraal te gebruiken, dan een tijdje chartaal naast de gulden en uiteindelijk is er alleen nog de euro.” Als straks de gulden verdwenen is, hoeven de boeken niet vervangen te worden. “Bij boeken voor 6 VWO maken we gewoon van de euro gebruik als rekeneenheid, maar bijvoorbeeld bij brugklassers is dat te verwarrend en gebruiken we nog gewoon de gulden.”