'Europa kán VS inhalen met elektronische handel'

PARIJS, 4 SEPT. Europa kán de Verenigde Staten inhalen en meer verdienen met elektronische handel. Voorwaarde: de bestaande afwachtende houding opgeven en even intensief voorwaarden scheppen en mogelijkheden benutten als de Amerikanen doen. Lukt dat niet, dan verliest Europa zijn concurrentiekracht.

Dat zeggen onderzoekers van Andersen Consulting. Het wereldwijde adviesbureau presenteerde gisteren in Parijs een onderzoek dat het heeft ingesteld onder Europese en Amerikaanse managers van top- en iets lager niveau. De Europeanen zijn zich er even zeer van bewust dat Internet hun bedrijfspraktijk ingrijpend gaat beïnvloeden. Slechts 39 procent is er ook daadwerkelijk mee aan de slag, tegen 77 procent in de VS.

Verrassend genoeg verklaarde 30 procent van de Amerikanen dat de elektronische handel bedreigend is voor hun bedrijf. Die angst deelt maar 18 procent van de Europeanen. Volgens de Amerikaan Glover Ferguson, die Andersens aanpak van de e-handel in de wereld coördineert, hebben zijn landgenoten gelijk beducht te zijn voor de mogelijke gevolgen van deze ontwikkelingen. “Hele industrietakken veranderen van gezicht. Traditionele bedrijven verdwijnen, andere smelten samen of nemen nieuwe vormen aan. Maar daar is niet aan te ontkomen.”

Vijf jaar geleden waren er 3 miljoen Internet-gebruikers, hoofdzakelijk Amerikanen. Nu weten 100 miljoen mensen er de weg op te vinden; 25 miljoen daarvan zijn Europeanen. De wereldhandel langs de elektronische snelweg beloopt 10 miljard dollar; dat zal naar verwachting in 2002 tegen de 500 miljard zijn. De VS genereert op het ogenblik 8,5 van de totale 10 miljard dollar aan e-handel.

De bevindingen van het onderzoek wijzen allemaal in dezelfde richting: Europa heeft kansen genoeg. Als het die grijpt liggen de groeimogelijkheden voor het oprapen. Wanneer Europa het even goed gaat doen als Noord-Europa (met name Scandinavië, Groot-Brittannië en Nederland), dan kan Europa's e-omzet oplopen van minder dan een miljard dollar tot 3,6 miljard. Als heel Europa zich even fervent in de e-handel stort als de VS, dan ziet Andersen een omzet van 12,1 miljard dollar weggelegd. Als Europa zich verzet, met tariefmuren en regels, dan zal Amerika's dominantie op veel terreinen alleen maar toenemen.

Europa heeft ook nu al voorbeelden van een voorsprong. In Groot-Brittannië heeft First Direct, de grootste virtuele bank van Europa, 750.000 klanten aangetrokken; iedere maand komen er 12.500 bij. Andersen wijst op Frankrijks ervaring met de minitel, een al 17 jaar bestaand videotex-systeem dat 20 miljoen gebruikers heeft en 250.000 diensten, meest in het midden- en kleinbedrijf.

Veel wordt verwacht van de aanstaande lancering van makkelijk te bedienen 'Internet-telefoons', zoals de 'screenphone' van het Franse bedrijf Alcatel, die toegang kan geven tot zowel minitel als Internet.

Andersens e-manager Ferguson denkt dat de groei van één markt en één munt Europa sterk zal helpen, zoals één taal de Amerikaanse e-markt gote voordelen geeft. Amerikanen komen sneller op nieuwe speeltjes af, die daardoor makkelijker serieuze toepassingen krijgen. Franse managers waren meer dan anderen bezorgd voor veiligheids- en privacy-aspecten van nieuwe elektronische handelsvormen.

Volgens Ferguson is die angst over het algemeen niet meer gerechtvaardigd.

Bovendien: “Elektronische handel is niet de moeite waard vanwege het technologische foefje, het gaat om de business fundamentals: lagere kosten, meer omzet, beter gebruik van je beschikbare kapitaal.”