Een hoopgevend gebouw; Deugden en ondeugden van de VPRO Villa

Wim Wennekes: Villa VPRO. Uitgeverij VPRO, 141 blz. ƒ 55

Als er tegenwoordig een meer dan middelgroot gebouw wordt ongeleverd, verschijnt vaak tegelijk een boek over de totstandkoming en onovertroffen kwaliteiten ervan. Curieus is dat de schrijvers van zulke boeken zich inspannen het buitengewone van 'hun' gebouw te accentueren waar meestal niet zo heel veel buitengewoons te melden valt. Of het moest zijn dat er een beetje gejokt wordt over energiegebruik, dik gedaan over de zorg voor de werknemer, of iets vanzelfsprekends als uitzonderlijk wordt gepresenteerd.

Wim Wennekes' boek over de VPRO Villa is daarentegen in gewone mensentaal geschreven en verschaft bovendien inzichten die bij de meeste verslagen over nieuwe gebouwen ontbreken. Bovendien wordt aangekondigd dat na ruim een jaar gebruik een vervolg zal verschijnen. Dat laatste is belangrijk, want een van de makkies van het boek is dat het eerder klaar was dan het gebouw. Vrijwel alle informanten spreken zich uit over hoe prachtig het 'zal worden' en hoe goed alles is geslaagd.

Sommige aspecten van het nieuwe VPRO-gebouw zijn inderdaad verrassend, overdonderend, onverwacht en van ongekend niveau. Maar andere deugen werkelijk niet. Als de adviseur voor lawaai en temperatuur zegt dat dankzij hem alles is gelukt en dat het fantastisch is geworden, sta je vreemd te kijken in een te warm gebouw, waar mensen gek worden van het telefoongerinkel zonder dat men weet op wiens bureau het toestel staat. Als er een concert wordt gegeven buiten de daarvoor bedoelde plek, wordt het begeleid door een permanent gekreun van de luchtverwerkingsapparatuur. Akoestisch in een 'hard' gebouw (een gebouw van hard materiaal: steen, beton, stuc etcetera, zonder gordijnen en ellendige gaatjeswanden) is een groot en moeilijk probleem.

En toch, de bouw van de VPRO Villa is een mijlpaal in de ontwikkeling van de West-europese architectuur en het boek geeft een verhelderend inzicht in de totstandkoming van het gebouw. De 'Villa' is een gebouw van vijf verdiepingen. Voor de lichtinval werden op ingenieuze wijze insnijdingen en patio's gemaakt. Als geen ander gebouw is er niet alleen in horizontale zien (per verdieping) maar ook in diagonale en verticale zin (tussen de verschillende verdiepingen) een relatie tussen de schijnbaar doorlopende ruimte. De transparantie is overal fascinerend. Wel jammer is dat de verhoudingen van de ruimtes niet vooral optimaal zijn en dat de bezwaren die aan de kantoortuin kleven zich ook voordoen in dit gebouw.

Moderne gebouwen zijn vaak onleefbaar door de rondzingende akoestiek. Het probleem van het nieuwe gebouw met moderne materialen wordt nog groter als alle ruimtes in elkaar overvloeien en er zelfs tussen de verschillende verdiepingen in principe geen scheiding is gemaakt. Dat de architecten dit wilden is begrijpelijk en het leverde fascinerende doorzichten op. Dat de opdrachtgever het aandurfde is opmerkelijk en gaf de architecten een unieke kans en grote verantwoordelijkheid. Dat de adviseur in lawaai voor een schier onoplosbaar probleem stond, is zonneklaar en dat hij meende het te kunnen oplossen getuigt van vertrouwen in zijn vakmanschap.

Ondanks deze tekortkomingen is het VPRO-gebouw een verademing vergeleken bij de massaal geproduceerde kantoren elders in Nederland. De bijzondere sfeer die in de voormalige behuizing heerste (men werkte op elf locaties in verschillende villas), het zogeheten 'villa-gevoel', is met volledig andere middelen voelbaar en meeverhuisd. Het is opmerkelijk dat sommige informanten van Wennekes zich goed realiseren dat ze met iets bijzonders bezig zijn en beseffen hoe kwetsbaar hun inzet is en hoezeer ze op een of andere wijze tot oplossingen zijn gekomen die ze voor onmogelijk hielden en toch in collectieve begeestering hebben gevonden.

De waarde van de Villa VPRO (gebouw en boek) is ook dat het aantoont dat de belazerde architectuur van tegenwoordig helemaal niet het gevolg is van een schoonheidscommissie die het nu eenmaal anders wilde. Stadsontwikkeling dat niet wilde meewerken, de brandweer die het zo eiste, het bouwbesluit dat iets anders niet toestond, de financien die het niet toelieten, de aard van de installaties die geen andere oplossing mogelijk maakte enzovoorts - kortom, alle smoezen die je al vijftig jaar hoort waarom er in Nederland in vier van de vijf gevallen onder de maat wordt gebouwd.

Hier werd duidelijk dat een eigenzinnige opdrachtgever samen met inventieve, ijverige en oorspronkelijke architecten het gebouw kunnen krijgen dat hen voor de geest zweeft. De wijze waarop een wanhopige preventie-officier van de brandweer met hen meedenkt, verbluft raakt door de inventiviteit van de architecten, zoekt naar alternatieven en uiteindelijk met voorstellen komt die aanvaardbaar zijn voor ontwerpers en brandweer, is een feest om te lezen.

Het is een bevrijding van al die regels die altijd alles onmmogelijk maken. Zo is het ook een verrassing om te lezen dat de vertegenwoordigedr van het managementbureau heeft geleerd met een ander oog naar architectuur te kijken, en om minder in standaardtermen en vaststaande normen te denken. Dit waren tot nu toe de mensen die iedere nieuwe ontwikkeling in de weg stonden. Het is de grote verdienste van Hans van Beers (voormalig directeur VPRO en direct verantwoordelijke voor de hele gang van zaken) dat hij hen wist te trotseren, en het is de prestatie van de architecten dat ze geen denderende ruzie kregen.

Ik zou graag veel citeren: uitspraken van het bureau Arup (een constructie adviesbureau dat aan de wieg stond van veel belangrijke architectuur in Europa, van Centre Pompidou tot Villa VPRO), uitspraken van het Nederlandse constructiebureau Pieters, uitspraken van Bureau voor Bouwkunde, de nuchterste en minst verraste bouwpartner en van gebruikers en makers van het gebouw (de aannemer). Er is voor elk wat wils in dit boek. Mensen met interesse voor techniek komen aan hun trekken en leken kunnen veel begrijpen en inzicht krijgen in de wording van 'een wondere werkplek' (de subtiel van het boek), maar ook in de totstandkoming van dit gebouw.

Al lang is het voor studenten, opdrachtgevers en consumenten van de bouwproductie volledig onduidelijik waar het in het vak om gaat. Met de Villa VPRO werd een gebouw neergezet dat ingaat op de buitennisse functie van het gebouw, dat een voorzichtig antwoord probeert te geven op de problematiek van bouwen in een steeds voller wordend land, en dat de laatste technische mogelijkheden interpreteert. Zoiets is opwekkend. Villa VPRO is een verhelderend boek over een gebouw dat op een hoopgevende manier tot stand is gekomen. Het is deze verdienste die alle kritische geluiden over het praktische gebruik overstemt.