Doe de boogie woogie

MET ZIJN MAIDENSPEECH, gisteren ter gelegenheid van de opening van het Theater Festival, heeft de nieuwe staatssecretaris voor Cultuur, R. van der Ploeg, de discussie over kunstbeleid met één klap teruggesmeten naar het niveau van twintig jaar geleden. Van der Ploeg neemt ferm stelling tegen wat hij verslijt voor elitekunst. Onversaagd komt hij op voor wat hij houdt voor de cultuur van de gewone mens. Demagogische vergelijkingen moeten zijn betoog versterken: wie trekken meer publiek, de Rolling Stones of De Nederlandse Opera? En wie krijgen er al die miljoenen subsidie? Of er de afgelopen twintig jaar niets is gebeurd. Zo langzamerhand is men het er over eens dat commerciële kunst wordt gevoed door het experiment en door de expertise van de in alle eenzaamheid ontsproten vernieuwing. Bovendien zijn publiek en kunst in de afgelopen decennia grondig naar elkaar toe gegroeid: er is massale aandacht voor bijvoorbeeld de 'elitaire' films op het Filmfestival Rotterdam, en de 'moeilijke' podiumkunst van Oerol op Terschelling.

HOE VERHOUDT DE aanschaf van Mondriaans Victory Boogie Woogie zich tot de toespraak van de staatssecretaris? Die is zo ruim bemeten en plooibaar, die aanschaf past daar wel in. Hier en daar mag men smalend praten van 'elitekunst', maar Mondriaan is allang commercieel attractieve 'massakunst' geworden. Niet voor niets verwerkte de firma L'Oréal Mondriaanmotieven in haar logo's. Talloze mensen zijn via een pot gel of een bus haarlak al jaren vertrouwd met Mondriaans werk.

'DANSEN' WILVan der Ploeg, in de schemer van de 'wisselende contacten'. Nu eens met een deskundige uit de kunstwereld, dan weer met 'een partner in de markt', een sponsor, een musicalimpresario, en, waarom niet, een grote platenzaak. Uit die contacten moeten nieuwe manieren van financiering geboren worden in het 'grensgebied tussen commercieel en gesubsidieerd'.

In dit 'innovatieve' voornemen past de aanschaf van Victory Boogie Woogie, die aangekocht kon worden door een schenking van De Nederlandsche Bank. De bank stelt zich, als gulle gever, op als een zelfstandig bedrijf. En omdat de bank sinds 1948 een genationaliseerde instelling is, begeeft men zich hier met instemming van premier Kok en minister Zalm, die Van der Ploeg geconsulteerd heeft, in dat grensgebied.

VAN DE 110 miljoen gulden die De Nederlandsche Bank het Nederlandse volk schonk ter herdenking van het verdwijnen van de gulden is nu nog dertig miljoen over. De vraag is wat er met dat geld gaat gebeuren. Het gevaar bestaat dat het gekruidenier van de laatste dagen over de prijs van Victory zal leiden tot koudwatervrees. Maar die dertig miljoen moet niet worden versnipperd over weinig opvallende koopjes: een tekeningetje hier en een aquarelletje daar, steeds met de signatuur van een veilige Oude Meester, daar gedenk je de gulden niet mee, die vanouds harde munt. In één klap spenderen, dat geld, aan de aankoop van een groots kunstwerk.

DE EERSTE DANS van Van der Ploeg was een Boogie Woogie: zijns ondanks lukte die hem, met dat gecompliceerde ritme en die razendsnelle passen. Nu een volgende dans. Pogo of Weense wals? Dat doet er niet toe. Als hij maar avontuurlijk is.