De zieke tijgers dreigen de vrije markt op te eten

Achter crony schrijft mijn Webster's New Collegiate Dictionary van 1960 An intimate companion, een vertrouwde kameraad. Crony capitalism is dan ook weer iets anders dan het Amerikaanse wilde kapitalisme uit de late vorige eeuw, het staatskapitalisme in de poststalinistische Sovjet-Unie en het getemde kapitalisme van het moderne Westen.

Crony capitalism veronderstelt bij het vergaren van kapitaal een enge, ongezonde verwevenheid van staat, bankwereld en bedrijfsleven, van vriendjes en verwanten die elkaar het balletje toespelen. Zijn wrange vruchten zijn niet te herleiden tot de rauwe maar productieve initiatieven van ongebonden robber barons die grenzen verleggen, nog minder tot een stelsel waarin staten en marktpartijen een zeker mondiaal evenwicht proberen te bewaren. Het is de innige kameraadschap van mafiosi waarbinnen privileges worden uitgewisseld en beschermd ten koste van de wijdere economie. Een tijd lang kan de schijn van groei, voorspoed en spreiding van de welvaart worden opgehouden. Maar het is een dynamiek die uiteindelijk zichzelf uitholt.

Hoe heeft het dan toch zo lang kunnen duren alvorens dit verschijnsel het etiket kreeg opgeplakt dat het verdiende? De new emerging states, de kleine tijgers, zij waren toch de geslaagde producten van de nieuwe, heilzame kracht die als globalisering door de wereld ging. Na de val van de Muur en het verval van de communistische commando-economie ging de mensheid een gouden toekomst tegemoet van open grenzen, vrije markt, toenemende onderlinge afhankelijkheid, convergentie, en, daaruit voortvloeiend, vrede, vrijheid en democratie. Oost- en Zuidoost-Azië, de Pacific Rim hadden de toekomst. Confuciaanse waarden garandeerden discipline, arbeidzaamheid en spaarzaamheid die het veroveren van een voorsprong op het hedonistische Westen aannemelijk maakten. Dat was aanvankelijk een Westerse zienswijze, voortspruitend uit verlegenheid met de eigen, nog betrekkelijk jonge consumptiedrift.

De eerste waarschuwing kwam toen Aziatische leiders zich op de borst begonnen te kloppen. Zij begonnen hun successen steeds vaker uit te leggen als komend van eigen bodem. Niet de wereldmarkt, niet de nieuwe competitie, zeker niet de inspraak van allen bij alles vormden het zaad van hun bloei, het waren juist de hiërarchische tradities, de onderworpenheid van het individu aan de gemeenschap die het Aziatische wonder mogelijk maakten. Het decadente Europa was al kansloos, Amerika zou spoedig worden voorbijgestreefd.

Achteraf blijkt het allemaal een vergissing te zijn geweest, voortkomend uit de bijziendheid van een dubieuze elite, die meende het goed met zichzelf te hebben getroffen.

Maar het Westen - de Amerikaanse en Europese regeringen, het IMF, de Wereldbank, de G-7 - liet zich niet wakker schudden. Het geloofde, geïnspireerd door de overwinning op het internationale communisme (op zichzelf een omstreden dogma), in de eigen profetieën en het bleef blind voor de tekenen aan de wand. De geproduceerde statistieken, waarin de chronische armoede overwonnen heette, deugden niet, maar de internationale toezichthouders waren belanghebbenden geworden, gaven hun zegen en verleidden nieuwkomers op de Aziatische markten om ook eens een gokje-zonder-nieten te wagen.

De ramp treft allereerst de bewoners van het gebied. Ditmaal is het geen aardbeving, geen vloedgolf, geen overstroming, geen droogte, geen bosbrand - die tot de normale tegenslagen in dit deel van de wereld kunnen worden gerekend. De ellende is veroorzaakt door mensen. En dat bepaalt de reactie.

Want met het crony kapitalisme is het hele vocabulaire van het internationale management in het ongerede geraakt. De veelbelovende terminologie, de prachtige credo's van de globalisering zijn besmet geraakt door de veeljarig volgehouden verbintenis met corruptie, uitbuiting en onderwerping van miljoenen.

Veel kritiek is er op de aanpak van de crisis. De gevarieerdheid van aanbevolen recepten is duizelingwekkend. En er is misschien wel wat te zeggen voor de gedachte dat bekende en elders beproefde medicatie hier tekort schiet. Voor nu verdient bestrijding van de crisis, al is het met onvolkomen middelen, voorrang. Maar op langere termijn kan een onderzoek naar het voorafgaande niet uitblijven. De internationale gemeenschap kan het zich niet veroorloven te doen alsof er slechts sprake is van tijdelijke panne die even moet worden gerepareerd.

Ook is zij niet klaar met het opplakken van kritische etiketten op voorheen veelgeloofde regimes. De eigen verantwoordelijkheid voor het debacle mag niet worden vergeten.

De eerste erkenning zou moeten zijn dat de werkelijkheid een andere was dan is voorgespiegeld. De liberalisering van de geldstromen suggereerde dat in Azië zoiets als een vrije, open markt bezig was te ontstaan. De internationale propaganda vergrootte het misverstand. Niets is minder waar gebleken. In plaats van evenwicht op een hoger niveau, het logisch product van een vrije markt, ontstonden er talrijke, zij het lang verborgen gehouden ernstige onevenwichtigheden. Die culmineerden vorige zomer in de ineenstorting van de Thaise baht, de Koreaanse won en de Indonesische roepiah en vervolgens in een crisis die al meer dan een jaar aanhoudt, zich naar steeds meer landen uitbreidt en zich verder verdiept.

Het slachtoffer van de Aziatische crisis dreigt het concept van de vrije markt te worden, van de globalisering, van de interdependentie. De eerste vluchters zijn al gesignaleerd. Dat de verantwoordelijke regeringen en internationale instellingen het zover hebben laten komen, is nog wel het ernstigste verwijt dat hun kan worden gemaakt. Zij zijn in de val van hun eigen valse voorstellingen gelopen. De omgang met de vertrouwde kameraden is hun opgebroken.