De keuze voor Tsjernomyrdin is nog het minst van alle kwaden

De benoeming van Tsjernomyrdin tot premier is niet echt een goede keus, aldus Nina Chroesjtsjeva, maar brengt in elk geval geen nieuwe verrassingen meer.

Zelfs naar Boris Jeltsins afwijkende maatstaven waren de afgelopen weken een hectische tijd. De Russische economie kraakt in zijn voegen, net als de roebel; buitenlandse bankleningen worden niet terugbetaald en Jeltsins oude/nieuwe premier Viktor Tsjernomyrdin heeft moeite om zijn benoeming door de Doema goedgekeurd te krijgen. Weer hoort men zeggen dat het gedaan is met Jeltsin.

Russen zijn niet gewend zich voor het oog van de wereld te etaleren als een kwetsbaar volk op zoek naar een bedelnap. Toen een stoet beleggingsbankiers verkondigde dat in reële termen de Russische economie van niet meer belang is dan die van Santo Domingo was dat dan ook meer dan vernederend: diep van binnen vermoedden veel Russen al dat dat wel eens de waarheid kon zijn.

Eeuwenlang leek Rusland sterk en machtig. Het grote geheim was dat de Russen zich sterk voordeden omdat ze bang waren dat de wereld (dat wil zeggen het Westen) hun zwakheden zou ontdekken. De almachtige tsaar was de sleutelfiguur die de grote Russische ziel beschermde tegen de 'boze' invloeden van vrijheid en verval. Die vrijheden moesten worden buitengesloten wilde men de flagrante zwakten van het land in de familie houden.

Er kwam echter een moment dat Rusland zijn kwetsbaarheid niet langer kon verstoppen achter zijn verre steppen en zijn ijzeren gordijn. Duidelijk kwam aan het licht dat Rusland, met al zijn bravoure, eigenlijk economisch, politiek en sociaal afgeschreven was, en dat kwam juist doordat het land niet die gezonde westerse vrijheden bezat.

Hoewel de façade van Ruslands kracht de afgelopen tien jaar is afgebrokkeld, is de bijbehorende retoriek gebleven. En dat gold ook voor de verheerlijking van het beeld van een tsaar - iemand die kon zeggen: “Ik zal u naar een stralende toekomst leiden, volg mij!”

De ironie wil thans echter dat die 'stralende toekomst' niet wordt bereikt door het Westen buiten de deur te houden (de methode die de tsaren haast altijd volgden) maar door op te schuiven in de richting van het Westen en zijn waarden.

Ondanks zijn talrijke fouten is Jeltsin een uitstekende tsaar geweest voor een periode van overgang - uitstekend voor zowel de Russen als de buitenlanders. Hij sloeg een brug van de oude, autoritaire traditie van de eenling die alle politieke (en haast alle andere) beslissingen van enig belang nam, naar een nieuwe openheid in woord en daad, die de wereld ervan overtuigde dat Jeltsin en het Russische volk getrouwe volgelingen van de democratische mode waren geworden.

Door de huidige crisis in Rusland is Jeltsins 'dubbelzijdigheid' in het volle daglicht geplaatst. Het ontslag en opnieuw voordragen van Viktor Tsjernomyrdin binnen het bestek van vijf maanden lijkt alle oude 'canards' te bevestigen als zou Jeltsin zuiver uit impulsen handelen, zonder enig samenhangend systeem van overtuigingen of denkbeelden waarop hij zich baseert.

Soms speelt Jeltsin de democraat. Hij heeft verkiezingscampagnes gevoerd en zijn eigen ambt tot twee termijnen beperkt. Hij raadpleegt de Doema en heeft geprobeerd een jongere, sterker hervormingsgezinde regering samen te stellen, enzovoort, enzovoort.

Maar dan weer gedraagt Jeltsin zich even heetgebakerd als welke gewijde tsaar ook: in 1993 beval hij in woede zijn tanks op zijn eigen Doema te schieten, wat wel het duidelijkste teken was dat hij nooit echt van plan was geweest zijn onbeperkte autocratische macht te delen. De oorlog in Tsjetsjenië liet Jeltsin zien als een man die er niet over dacht ook maar de eerste regel van de democratie toe te passen: zelfbeschikkingsrecht, het recht van elke natie om haar eigen onafhankelijke ontwikkeling te volgen. Bovendien stak Jeltsin door de jaren heen de ergste Russische monarchen naar de kroon in de willekeur waarmee hij zijn 'bojaren' naar zijn 'hof' haalde of hen eruit verdreef.

Hoewel de 'democratische' Jeltsin in de smaak viel bij het Westen, en vooral bij president Clinton, lijkt het erop dat de 'autocratische' Jeltsin de Russen veel beter vertrouwd was. De tsaar is weer eens wreed en grillig, maar het is onze tsaar, we kennen hem.

Jeltsins onvermogen om de afgelopen zes jaar een duidelijk beleid uit te stippelen en uit te voeren strookt met de twee kanten van zijn natuur: de autoritaire en de hervormingsgezinde. Maar daarmee plaatst hij vriend en vijand voor een dilemma: is hij gewoon een typisch Russische leider van het soort waartegen Amerika de Koude Oorlog heeft gevoerd? Of is hij de man die om maar tot het Westen en de beste westerse clubs te mogen behoren - de G-7, de EU en dergelijke - allerlei narigheden voor Rusland tolereert, zoals de uitbreiding van de NAVO tot pal aan zijn grens?

De nu scheidende hervormers - Kirijenko, Nemtsov, Tsjoebais en hun aanhangers - werden geacht de verwestersing van Jeltsin en Rusland te dienen. Ze hadden evident ambitieuze, gedegen en noodzakelijke aspiraties voor hun land en de betrekkingen met de buitenwereld. Maar hun denkbeelden werden met voeten getreden door de oude, autoritaire driften. En bovendien pasten hun doortastende ambities helemaal niet in het beeld van de traditionele Russische leider: gezet, langzaam sprekend en traag van beweging. Als dat bekend voorkomt, dan is dat omdat Viktor Tsjernomyrdin een schoolvoorbeeld van dat type leider is.

De vermoedelijke terugkeer van dit 'zwaargewicht' (want het is moeilijk voor te stellen dat de leden van de Doema Tsjernomyrdin definitief zullen afwijzen, daarvoor lijkt hij te veel op hen) lijkt op de beschieting van de Doema of de oorlog in Tsjetsjenië: niet echt goed voor Rusland, maar o zo bekend voor de Russen. Tsjernomyrdin heeft de Russen geen verrassingen te bieden, en die vinden dat best - ze zijn verrassingen beu. En ook het Westen, hoe teleurgesteld over zijn terugkeer ook, beseft waarschijnlijk wel wat het van hem kan verwachten als de financiële bloedingen kunnen worden gestelpt: hervormingen, mondjesmaat en in een slakkentempo.

Er is in dit verband nog iets belangrijks dat de meeste waarnemers over het hoofd hebben gezien: als 'overgangs'-tsaar kan Jeltsin niet langer alleen regeren. Hij heeft een 'vice-tsaar' hard nodig. Voorlopig behoudt hij de titel van president, maar de eigenlijke macht komt in handen van Viktor Tsjernomyrdin. Hij mag dan niet het meest geschikt zijn om de financiële paniek te sussen, maar hij is waarschijnlijk wel de beste figuur die de Doema zal accepteren. Alleen als de economische situatie wordt gestabiliseerd - en dat is nog zeer de vraag - bestaat nog een kans dat het hervormingsproces opnieuw zal beginnen.