De geboortegrond van Lewis Carrolls nonsensverhalen; En daar ziet u de Walrus en de Timmerman

Waar ontstonden de avonturen van Alice? In een bootje op de Isis, zoals Lewis Carroll zelf heeft geschreven, of in Llandudno in Wales, zoals Llandudno in Wales volhoudt? “Wales staat zwak: Carroll kwam er, voor zover bekend, maar één keer.”

Precies honderd jaar geleden overleed in Guilford de wiskundige Charles Lutwidge Dodgson, beter bekend als Lewis Carroll, de auteur van Alice's Adventures in Wonderland en Through the Looking Glass. De spreekwoordelijke bibliotheken zijn er in die afgelopen eeuw over de verlegen mathematicus uit Oxford en zijn onweerstaanbare creatie Alice vol geschreven, veel Freudiaanse duidingen over de diepere betekenis van een val in een konijnenhol werden zijn deel en aan beide zijden van de oceaan houdt een Lewis Carroll Society zich al decennialang bezig met 'Carrollian research'. Toch heeft al die geleerde belangstelling tot op de dag van vandaag nog niet geleid tot de oplossing van één belangrijk raadsel: zijn Alices avonturen nu werkelijk ontsprongen aan het fameuze boottochtje op de Isis in Oxford dat Carroll op 4 juli 1862 ondernam met drie kleine meisjes, de gezusters Liddell. Of heeft Wales met de badplaats Llandudno een rechtmatige claim de geboorteplaats te zijn van de bekendste en meest geliefde nonsens uit de wereldliteratuur?

Dit strijdpunt is niet van vandaag of gisteren: ofschoon Oxford altijd de beste papieren in deze kwestie heeft gehad, namelijk de dagboeknotities van Carroll zelf plus getuigenissen van tijdgenoten, staat er al sedert 1933 aan Llandudno's West Shore een standbeeld van Het Witte Konijn, dat merkwaardige beest dat Alice ondergronds wist te lokken. Op de sokkel prijkt de fiere mededeling dat Carroll op deze plaats en nergens anders Alices avonturen bedacht. Daarbij is het niet gebleven. Sinds een jaar of tien heeft Llandudno ook een Alice in Wonderland-centrum, The Rabbit Hole genaamd, waar alle bekende scènes met behulp van spectaculaire poppentableaus zijn uitgebeeld. En deze zomer spreekt de VVV van Wales in de vakantiekrant This week onder de kop Alice's Welsh Wonderland de hoopvolle verwachting uit dat Llandudno tijdens dit honderdste gedenkjaar van 'strong links with the author' een grote toestroom van bezoekers tegemoet kan zien.

Een kwestie om eens handenwrijvend voor te gaan zitten. Uit toeristisch oogpunt moet Carrolls eeuwfeest allicht worden uitgemolken, maar die 'strong links with the author' zijn apocrief: er bestaat geen enkel bewijs dat Lewis Carroll Llandudno ooit zelfs maar heeft bezocht. Het enige waarop de badplaats zich wel met recht en reden kan laten voorstaan, is trouwens aardig genoeg: de jonge Alice Liddell, het meisje dat Carroll tot zijn meesterwerk inspireerde, bracht er meer dan tien jaar lang al haar vakanties door.

Dat Wales in de realiteit dus inderdaad Alices eigen wonderland was, lijkt heel aannemelijk. Weinig plaatsen in het Verenigd Koninkrijk overtreffen de schoonheid van Llandudno's ligging: op een schiereiland aan een ronde baai, met aan weerszijden zandsteenkapen, uitzicht over het attractieve Isle of Anglesey, en de uitlopers van Snowdonia op de achtergrond. Tot op de dag van vandaag ademt het voormalige kuuroord een voorname, Victoriaanse sfeer. Aan de lange, halvemaanvormige promenade staan statige gele en crèmekleurige huizen, voorzien van pilaren en veranda's. Op het zwarte kiezelstrand kun je ezeltje rijden, er is een ouderwetse Punch & Judy in een gestreepte linnen poppenkast, en naast de vergane glorie van het kolossale Grand Hotel dat uitsluitend door oudere dames lijkt te worden gefrequenteerd, steekt de beroemde pier met zijn kiosken en zijn verroeste siersmeedwerk zevenhonderd meter diep de zee in.

Strohoedjes

Het kost weinig moeite je tegen deze achtergrond vrouwen met parasols en crinolines voor te stellen, en kleine meisjes met strohoedjes en opgeschorte jurkjes, pootjebadend in de kalme branding. Zulke taferelen bevielen Carroll ongetwijfeld. Volgens de overlevering had hij, als hij aan de Engelse kust vertoefde, altijd veiligheidsspelden bij zich voor het geval er ergens in zijn omgeving een klein meisje te water zou willen gaan en hulp nodig had bij het opspelden van haar rokje.

Alice Liddell, een van de dochters van de Dean of Christ Church in Oxford, Henry George Liddell, was vier toen hij haar leerde kennen. In zijn dagboek markeerde Carroll deze ontmoeting met de woorden 'white stone', een term die hij reserveerde voor gebeurtenissen die een zeer speciale betekenis voor hem hadden. In dit geval zou zijn leven er voor altijd door veranderen.

Alices ouders tolereerden de vriendschap die zich tussen hun dochter en de schrijver ontwikkelde, maar noch mrs. Liddell noch de Dean geraakten zelf op erg hartelijke voet met hem. Het is dan ook niet aannemelijk dat zij Carroll ooit hebben uitgenodigd in hun vakantieverblijf in Llandudno. In 1859 brachten zij hun eerste vakantie in Wales door. Bij een volgend bezoek werd Henry Liddells aandacht getrokken door het door een architect tentoongestelde ontwerp van een huis. Het was een eigenaardig Gotisch gedrocht, maar Liddell was er weg van. Hij gaf opdracht het te laten bouwen aan Llandudno's West Shore, in een afgelegen duingebied dat vergeven was van de konijnen. Van 1862 tot 1873 zou het gezin Liddell er iedere vakantie doorbrengen. Toen werd het verkocht, voor het in die dagen astronomische bedrag van tweeduizend pond. De gemeentebestuurderen moeten een zucht van opluchting hebben geslaakt, want Henry Liddell was een groot indiener van klachten de openbare ruimte betreffende: de onveiligheid van het wandelpad rond de kaap The Great Orme, de stank van de riolering op de promenade, en 'the poor time-keeping of the clock of the parish church of St. George' waren hem doornen in het oog.

Tegenwoordig is het zes verdiepingen tellende huis, door zijn eerste bewoners Penmorfa gedoopt, naar de lokale naam van het gebied, nog vrijwel intact. Er zijn wat stukken aangebouwd, maar het oorspronkelijke monster met z'n bordesjes, torentjes, dakkapellen en imposante schoorstenen, valt nog goed te onderscheiden. Er is een driesterren hotel in gevestigd, het Gogarth Abbey Hotel. Voor de deur staat een stenen Alice, met aan haar voeten de glimlachende Cheshire Cat (oftewel, in de geniale vertaling van Nicolaas Matsier, de Kollumer Kat). In de eetzaal, het Liddell Restaurant, hangt een groot olieverfschilderij van De Walrus en De Timmerman, gezellig aan de wandel met de sappige jonge oesters die zij later zullen oppeuzelen. Volgens de plaatselijke folklore is ook deze onvergetelijke episode uit Alices avonturen hier bedacht: vanuit de bovenste etage van Penmorfa kan de bezoeker zich twee uit de zee oprijzende rotsblokken laten aanwijzen, die al sedert mensenheugenis bekend zouden staan als The Walrus & The Carpenter.

Koning Arthur

Nu mag men in dit soort zaken best liberaal denken, maar met die Walrus en die Timmerman is het zo ongeveer gesteld als met Koning Arthur: er zijn wel erg veel plekken op de Britse kaart aan te merken als hun geboortegrond. De kustplaats Whitburn, nabij Sunderland, waar Carroll vaak logeerde bij zijn nichten, de misses Wilcox, claimt de originele Walrus te bezitten, in opgezette staat tentoongesteld in het Sunderland Museum. En ook Whitby, waar Carroll in 1854 als student verbleef, maakt aanspraak op de genesis van de oesterballade, aangezien Carroll daar de kinderen op het strand vermaakte met ter plekke verzonnen onzinverzen. Zowat een eeuw later, in 1951, verschenen over dit strijdpunt nog steeds verhitte brieven in The Times Literary Supplement. Een van de schrijvende Carrollianen, een schout-bij-nacht genaamd Noel Wright, beargumenteerd zelfs dat het strand van Whitby precies 'such quantities of sand' bevatte als waarvan sprake is in Carrolls vers.

Als de vermoedelijke wortels van een enkel fragment al zoveel ophef veroorzaken, dan is de oorsprong van de gehele 'Alice' vanzelfsprekend helemaal een gewichtige aangelegenheid. Wales staat zwak, het is niet anders: Carroll kwam er, voor zover bekend, maar één keer, namelijk in 1840, toen hij acht jaar oud was en met zijn ouders op vakantie werd meegenomen naar Baumaris op The Isle of Angelsey. De jonge Carroll was diep onder de indruk van de ijzeren hangbrug van architect Thomas Telford over de Menai Strait, die het vasteland van Wales van het eiland scheidt. Zestien jaar later zou hij een vers schrijven over 'how to keep the Menai Bridge from rust by boiling it in wine', dat uiteindelijk geïncorporeerd zou worden in Through the Looking Glass. Over een eventueel bezoek aan Llandudno ontbreekt iedere documentatie.

Tot zo ver de feiten. Maar dan zijn er de mystificaties. Zo maakt Alices kleindochter Mary Jean St.Clair in haar voorwoord van de in 1985 verschenen facsimile-uitgave van het manuscript van Alice's Adventures Under Ground gewag van een foto die zij bezit van de zusjes Liddell op de 'garden steps' van Penmorfa, die door Lewis Carroll gemaakt zou zijn. Zij speculeert dat Carroll tijdens de verhalen die hij op wandelingen rond The Great Orme aan de meisjes vertelde, de eerste kiem voor zijn boek legde.

Ook Alice zelf deed een duit in het zakje. Toen zij op tachtigjarige leeftijd ter gelegenheid van Carrolls honderdste geboortedag werd geïnterviewd door The Daily Dispatch, merkte zij op dat zij zich met veel genoegen Carrolls bezoeken aan 'Gogarth Abbey in Llandudno' herinnerde en hun gezamenlijke uitstapjes in de duinen.

Hier trekken de Carroll-onderzoekers zich de haren uit het hoofd. Waarom gebruikte de bejaarde Alice in dit citaat de latere naam van het huis? Is zij misschien verkeerd begrepen door de interviewer? Of zijn haar woorden in de mond gelegd? Vast staat dat er in Carrolls eigen gedetailleerde dagboeken geen enkele melding van een bezoek aan Llandudno wordt gemaakt, terwijl hij al zijn contacten met Alice altijd nauwgezet noteerde. Een verblijf in het vakantiehuis van de familie zou toch zeker in aanmerking zijn gekomen voor de kwalificatie 'white stone'; het zou niet minder dan een hoogtepunt in zijn leven zijn geweest.

Daar kan Wales evenwel weer een sterk argument tegenover stellen. Een aantal van Carrolls dagboeken is verloren gegaan: er is een gat van april 1858 tot aan mei 1862. Theoretisch zou de schrijver dus in die periode in Llandudno geweest kunnen zijn - ware het niet dat de Liddells Penmorfa pas in augustus 1862 betrokken, bij welke gelegenheid de doorgaans knorrige Dean de hele bouwploeg van het huis onthaalde op een 'celebration supper of roast beef, plum pudding and beer'. Het is welhaast een Carrolliaanse touch dat de wetenschap wel de beschikking heeft over dit soort trivialiteiten, maar de sleutel tot het raadsel van Llandudno moet ontberen.

Soepschildpad

Derek Hudson, een van Carrolls talloze biografen, verzucht dat er te allen tijde wel een vraagteken boven Llandudno zal blijven hangen, even hardnekkig als de glimlach van de Cheshire Cat. Overigens hoeven we wat hem betreft niet al te dogmatisch over de hele kwestie te doen. Misschien was Carroll inderdaad ooit in Penmorfa te gast. Misschien brachten de konijnenholen in de duinen van de West Shore hem werkelijk op het idee voor de onvergetelijke opening van Alices avonturen. En misschien verschafte het met rotsen bezaaide strand hem eveneens de inspiratie voor de creatie van De Walrus en De Timmerman, De Griffioen en De Soepschildpad. Het maakt niet uit, meent Hudson, Wales wreed terzijde schuivend, aangezien we immers Carrolls eigen getuigenis hebben over het boottochtje op de Isis, en die van zijn medepassagier Robinson Duckworth. Terwijl de beide mannen roeiden, begon Carroll de zusjes Liddell verhalen te vertellen. Duckworth herinnerde zich Carroll te hebben onderbroken met de vraag: 'Is dit weer zo'n geïmproviseerde geschiedenis van je?' Waarop Carroll antwoordde: 'Yes, I'm inventing it as we go along.'

Die zit. Maar wat Derek Hudson, een gewetensvol man, op zijn beurt nu weer niet lekker zit, is dat die roemruchte middag op het water, door Carroll zelf beschreven als 'a golden afternoon', met zonneschijn en een onbewolkte hemel, blijkens een alweer verhitte correspondentie in The Observer in 1950, volgens de meteorologische dienst in werkelijkheid 'cool and rather wet' was. Na veel vijven en zessen houdt Hudson het er maar op dat er in Carrolls hart sprake moet zijn geweest van 'bottled sunshine'. En al kan hij wel weer met zekerheid melden dat het gezelschap stroomopwaarts roeide, wat hoogst ongebruikelijk was, hij zou graag opgehelderd willen zien hoe laat Carroll nu precies aan zijn beroemde verhaal begon.