Comeback van Jay McInerney; In de slangenkuil van de jaren negentig

Jay McInerney: Model Behaviour. Bloomsbury, 230 blz. ƒ 63,85

Uitgeschreven, afgeschreven. Toen Jay McInerney twee jaar geleden The Last of the Savages publiceerde, waren de reacties vernietigend. De Brideshead Revisited-achtige roman over twee vrienden in het roerige Amerikaanse Zuiden tijdens de sixties en seventies was niet alleen een aaneenschakeling van verhaalclichés, maar wemelde bovendien van de onechte dialogen en omslachtige zinnen. McInerney, zo leek het, was op drift geraakt nu hij niet meer schreef over zijn natuurlijke habitat New York City. Hem restte een bescheiden plaatsje in de literatuurgeschiedenis: als de chroniqueur van de yuppietijd, de man die met Bright Lights Big City (1984) en het ontroerende Brightness Falls (1992) de hoogmis én het requiem voor de greedy eighties had geschreven.

Met het nu verschenen Model Behaviour maakt McInerney een opmerkelijke comeback. Deels letterlijk, want de roman speelt zich weer af in het New York van Rijk & Beroemd, zij het anno 1995, wanneer Armani en cocaïne uit de mode zijn en supermodellen en filmsterren de plaats van beurshandelaren als 'Masters of the Universe' hebben ingenomen. Connor McKnight, die verslag doet van een jaar uit zijn leven, is een typische McInerney-hoofdpersoon: decadent tegen wil en dank, commentaar leverend vanaf de zijlijn en zwelgend in zelf-ironie. Hij heeft genoeg reden om zijn bestaan kritisch te beschouwen, want zijn baan bij het glossy vrouwenblad CiaoBella! ('making the world safe for celebrity') staat op de tocht omdat hij er maar niet in slaagt om een interview te maken met een beroemde filmster. Bovendien is zijn vriendin, het fotomodel Philomena, plotseling vertrokken naar Californië zonder een adres achter te laten - een indirecte manier om een eind te maken aan een relatie die door Connor misschien als te vanzelfsprekend werd beschouwd?

'Waarom heb ik altijd het gevoel dat iedereen meer informatie heeft dan ik?', verzucht Connor McKnight aan het begin van Model Behaviour. Tweehonderd bladzijden later wordt duidelijk hoe zijn problemen met elkaar samenhangen, maar dan heeft hij al een flinke odyssee achter de rug. Heen en weer geslingerd tussen de slangenkuil van de literair-journalistieke wereld en de hel van het familieleven (altijd-dronken ouders en een zusje met anorexia) leert Connor zichzelf in al zijn oppervlakkigheid kennen. Een happy end is zijn beloning, al zegt Philomena geen sorry en vindt zijn beste vriend, de Serieuze Schrijver Jeremy Green, op een nare manier de dood.

In tegenstelling tot het melancholieke Brightness Falls is Model Behaviour een zuivere komedie. De personages zijn schetsmatig en ondergeschikt aan de vaart en de humor van het verhaal, en (of liever: dus) perfect toegesneden op de satire die McInerney wil bedrijven. We weten dat ze bestaan, de getergde highbrow-schrijver, de ijdele filmacteur en de feeksige hoofdredactrice van het glossy magazine; maar in Model Behaviour krijgt de leegheid van hun bestaan nieuwe lachwekkende dimensies. 'Appearance is destiny' - in de van glamour bezeten jaren negentig nog meer dan in de jaren tachtig. Wie wil overleven, stelt geen vragen, zet zijn of haar gezicht in de autosmile, en hoeft zich nog maar aan één moreel gebod te houden: 'Behandel anderen alsof ze op het punt staan ongelooflijk beroemd te worden.'

Wat Model Behaviour vooral geslaagd maakt is McInerney's hervonden gevoel voor humoristische zinswendingen en scherpe dialogen. Soms balanceert de schrijver op de rand van woordspeligheid, zoals in de titel van het boek, of wanneer Connors even intelligente als verknipte zusje gekarakteriseerd wordt als een 'scrambled egghead'. Een enkele keer vervalt hij in slapstick, bijvoorbeeld in de beschrijving van het tumultueuze Thanksgiving-diner waarop vader McKnight zich ongepast gedraagt. Maar zelfs als je dat meerekent, biedt Model Behaviour een gemiddelde van meer dan één (glim)lach per bladzij. Een gevreesd criticus wordt aangeduid als 'book assassin for Beau Monde'. De stad New York 'doet hetzelfde voor monogamie als de afstandbediening voor het A-Z-verhaal'. En over zijn hoofdredactrice zegt Connor dat 'ze mooi had kunnen zijn als ze niet voor elegantie had gekozen'. Als running gag werken ook de quasi-filosofische uitspraken waarmee Connor McKnight zich profileert: 'Popsongs worden diepzinnig als we liefdesverdriet hebben', zegt hij nadat Philomena hem verlaten heeft; en, over de overwinning van film en video op het geschreven woord: 'In the new ontology, nothing exists until it has been reproduced on filmstock'.

Als satiricus onthoudt McInerney zich van moralisme. Net als zijn hoofdpersoon is hij één met zijn mikpunten, en dus duikt hij in een recensie van de malicieuze criticus van Beau Monde op als het toonbeeld van pretentieuze modernheid. Slechts een enkele keer vereffent McInerney een persoonlijke rekening: als hij beschrijft hoe het nieuwe boek van Jeremy Green gekraakt wordt omdat de Serieuze Schrijver is aangetroffen in de society-rubriek van een glossy magazine. De parallel is duidelijk: ook McInerney werd ten onrechte jarenlang literair niet serieus genomen omdat hij zich in het snelle leven van New York onderdompelde.

Met Model Behaviour bewijst Jay McInerney dat de literaire comedy of manners in Amerika nog lang niet uitgestorven is, zoals de New York Times deze zomer beweerde in een enthousiaste recensie van About A Boy, het laatste boek van de Brit Nick Hornby. Met Hornby deelt McInerney een fascinatie voor onvolwassen flierefluiters die onder extreme omstandigheden hun verantwoordelijkheden onder ogen zien. Maar anders dan Hornby's Will Freeman is Connor McKnight niet een hoofdpersoon die tot meeleven dwingt. Dat maakt zijn verhaal eerder tot superieur amusement dan tot diepgaande tragikomedie. McInerney's fans zullen daar niet om malen; die kunnen Model Behaviour lezen als de vingeroefening voor een grote roman. Wellicht gloort aan de einder een nieuwe Brightness Falls.