Boomwortels die in zee groeien; Wereldestafette met kindertekeningen

Wil je je tekening op wereldreis sturen met Rob en Dafne? Dat kan. Maak een tekening over Nederland of je eigen leven. Die wordt dan in Afrika of Azië aan andere schoolkinderen gegeven. Stuur je tekening aan: 'De wereld op een kindertekening', Van 't Hofstraat 31, 2991 XP Barendrecht. Vandaar wordt je tekening doorgestuurd aan Rob & Dafne de Jong, ergens op de wereld.

Rob en Dafne de Jong ondernemen met hun motor en een zijspan vol kindertekeningen een wereldreis. Ze zijn nu, na een tocht door West-Afrika, in Zuid-Afrika en willen vandaar via Oost-Afrika naar India.

Steeds bezoeken ze scholen, waar ze kinderen iets vertellen over Nederland en de landen waar ze doorgereisd zijn. Ze laten daarbij tekeningen zien van kinderen uit de landen waar ze geweest zijn. Na een oproep op de Kinderpagina van 16 januari dit jaar kregen Rob en Dafne nog tientallen tekeningen van Nederlandse kinderen mee, om te laten zien op scholen over de hele wereld. En ze vragen de kinderen op die scholen ook iets over hun land te tekenen, zodat ze in het volgende land en werelddeel weer iets over die landen kunnen laten zien. Op die manier ontstaat er een wereldestafette van kindertekeningen.

Zo maakte Paul Apowida (12 jaar) uit Tema in Ghana, een land in West-Afrika, bijvoorbeeld een tekening over de Ghanese vissers die in kleine bootjes 'die ons helpen aan vis die we kunnen eten', zoals hij achter op de tekening schrijft. De Ghanezen eten veel vis, die in zee en in de rivier, de Volta wordt gevangen. Je ziet de vissers op de tekening van Paul varen op zee, met daarachter de kust, begroeid met palmen en mangrovebomen met lange wortels, die tot in zee groeien: het bos staat langs de kust van Ghana tot in zee, zoals je kunt zien op Pauls tekening.

Vanuit Ghana zijn Rob en Dafne naar Zuid-Afrika gereisd, waar ze bij Kaapstad verschillende scholen hebben bezocht, in arme en rijke buurten. Ze zijn ondermeer in de Sakulandela-school geweest in Khayelitsha, vlak bij Kaapstad, waar ze door tweehonderd enthousiaste kinderen met hun tekeningen werden opgewacht. De kinderen wonen in een stadje of dorp dat township (spreek uit: taunsjip) heet: dat was een dorp op gedeelte van de stad waar vroeger alle gekleurde mensen moesten wonen. De rijke blanken woonden dan in de dure stadsdelen en wilden niet dat de vaak armere gekleurde mensen bij hen in de buurt woonden. En de blanken hadden ook hun eigen winkels, bioscopen, zwembaden en parken, waar 'niet-blanken' niet mochten komen. Maar sinds Nelson Mandela in 1994 de eerste niet-blanke president van Zuid-Afrika werd, is de apartheid opgeheven. Toch zijn er nog veel scholen met vooral zwarte en vooral blanke kinderen, zoals Rob en Dafne zagen: ze waren bijvoorbeeld in Vishoek (een stadje vlak bij Kaapstad), waar vooramelijk witte kinderen op zaten. Kaapstad is de stad die op het zuidelijkste puntje van Zuid-Afrika ligt, bij een hoge, brede maar platte berg, die de Tafelberg word genoemd. De Nederlandse zeezeilboten die vroeger naar Indonesië zeilden om peper en thee te halen, kregen altijd goede hoop als ze dat punt op hun lange zeereis bereikt hadden. Daarom heet het allerzuidelijkste puntje dat onder Kaapstad in zee steekt ook 'Kaap de Goeie Hoop'. In de Atlantische oceaan daar zwemmen veel dolfijnen, walvissen en inktvissen, zoals Stuart Commins (9) van de Western Province Prep School in Kaapstad op zijn tekening laat zien. Op de achtergrond zie je de Tafelberg, en links op een eilandje wappert Zuid-Afrika's vlag.