'Ze roepen gewoon fuck you als ze van de juf iets moeten doen'

Elke donderdagmiddag begeleid ik een groep van zo'n 20 kinderen bij wat 'naschoolse opvang' is gaan heten. Om drie uur komen de kinderen vanuit verschillende basisscholen naar een soort clubhuis om daar om vijf uur door vader of moeder te worden opgehaald. De jongste kinderen zitten in groep 1 (4 jaar), de oudste in groep 7 (10 jaar).

Het viel me al eerder op dat Digna uit groep 7 steeds somberder werd. “Wat is er, Digna?” “Onze juf is in de vakantie overleden. We hebben nu een vervanger.”

Vanaf dat moment werd ik wekelijks op de hoogte gehouden van de verwikkelingen in groep 7 van een bassisschool in de Haagse binnenstad. De verhalen tarten elke beschrijving.

Digna: “We hebben nu al de vijfde vervanger na de zomer, maar die zal ook wel weer snel weggaan. De kinderen roepen gewoon 'fuck you' als ze iets moeten doen of schreeuwen 'doe het zelf' en gaan op de tafel staan dansen. Gisteren gooide iemand een stoel door een ruit. Eén kind had een flinke snijwond. Het zijn denk ik vier, vijf kinderen die zo zijn. Het schoolhoofd probeert er wel iets aan te doen, maar dat lukt niet best. Ons vorige schoolhoofd is trouwens ook weggegaan. Toen hij er nog was, waren er bijna geen problemen.”

Bij elke vervanger die de aftocht blaast - sommige al na een dag - wordt Digna depressiever.

“Ga je nu elke dag balend naar school?” vraag ik haar.

“Nee, dat niet” zegt ze. “Af en toe gaat het nog best.”

Een volgende vervanger probeert tenminste iets: ze wil drie kinderen voor langere tijd schorsen. Digna: “Die kinderen lagen dubbel van het lachen. Ze zeiden: Schorsen? Wedden dat we morgen gewoon weer op school komen?”

Deze lerares slaagde er zelfs niet in één minuut per dag de aandacht van de kinderen te krijgen. Een anarchistische janboel, dag in dag uit.

Digna: “Maar nu heeft ze iets ontdekt waarmee ze ons wel stil kan krijgen: het moppenboek. De kinderen zeggen: als je moppen vertelt, houden wij onze mond wel. Als het tenminste leuke moppen zijn. Dus nu leest de juf elke dag meer dan een uur voor uit dat moppenboek.”

Ook deze juf blies de aftocht. Lange tijd was er niemand om Digna les te geven en dus werd de klas verspreid over andere groepen. Digna kwam terecht in groep 3 (kinderen van zes) en werd een soort hulpjuf. In plaats van zich te bekwamen in breuken en dictees helpt ze nu kleuters met het alfabet. En is ze woedend.

Omdat ze in Nederland anno 1998 geen behoorlijk onderwijs krijgt.