Westerlaken: bevlogen evangelist poldermodel

Na zeven jaar houdt A. Westerlaken het gezien als CNV-voorzitter. Hij gaat de Raad van Bestuur leiden van de Stichting 's Heeren Loo, een landelijke organisatie voor zorg aan mensen met een verstandelijke handicap.

ROTTERDAM, 3 SEPT. Door de autotelefoon klinkt onvervalst poldermodel-evangelie: “Bij het CNV overleggen we graag tot we erbij neervallen. Anderen hebben die insteek de afgelopen jaren van ons overgenomen en dat is de basis gebleken voor de goede arbeidsverhoudingen van dit moment.”

Anton Westerlaken (43) zit tussen de wielen en is onderweg van Utrecht naar Apeldoorn. Van het hoofdkantoor van het Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV, 365.000 leden) naar een vergadering van de Raad van Toezicht van zijn nieuwe werkgever, de Stichting 's Heeren Loo in Apeldoorn. Daar zal zijn benoeming als bestuursvoorzitter formeel worden bekrachtigd.

Letterlijk en figuurlijk tussen twee banen in, is Westerlaken graag bereid de zegeningen uit te meten van het Nederlandse sociaal-economische overlegmodel. Maar zoals het een goed vakbondsman betaamt, is daar meteen de waarschuwende vinger. En die gaat niet traditioneel uit naar ondernemers, maar naar de politiek: “De werkgevers- en werknemersorganisaties in dit land hebben momenteel een zeer stabiele relatie met elkaar. Maar de politiek moet geen risicofactoren inbouwen. In het regeerakkoord wordt bijvoorbeeld toch weer een onderzoek aangekondigd naar de werking van CAO's, terwijl ik gewoon vind dat je af moet blijven van die sociale infrastructuur.”

Hij vervolgt: “Het feit dat dit kabinet het unanieme SER-advies over de uitvoering van de sociale zekerheid heeft genegeerd, is ook niet verstandig. De komende jaren zal de politiek moeten bewijzen of ze het sterke overlegmodel dat vakbeweging en werkgevers hebben neergezet, ook écht waardeert. Gebeurt dat niet, dan kunnen wij als vakbeweging gedwongen worden om onze positie op een andere manier te legitimeren, bijvoorbeeld via loonsverhogingen.” Gespierde taal heeft Westerlaken, begonnen in de politiebond ACP, nooit geschuwd en dat is hem binnen zijn eigen organisatie niet altijd in dank afgenomen. De gemiddelde CNV'er is nou eenmaal minder militant ingesteld dan de leden van de drie keer zo grote vakcentrale FNV en Westerlaken viel met zijn opmerkingen af en toe wat uit de toon. “Er is me wel eens gezegd dat ik wat zorgvuldiger moest formuleren en soms wat meer geduld moest hebben”, erkent hij zelf.

De laatste jaren kreeg Westerlaken binnen de eigen organisatie meer kritiek. De ambtenarenbond CFO verweet hem akkoord te zijn gegaan met te grote ombuigingen in het overheidsapparaat. Zijn eigen politiebond ACP riep zelfs om zijn aftreden. Het CNV zou meer een manager nodig hebben dan een bevlogen idealist. En er waren opmerkingen over zijn volgens sommigen bovengemiddelde aandacht voor het buitenland. “Ach, in deze positie ben je nu eenmaal af en toe Kop van Jut”, relativeert hij. “Maar echt fundamentele debatten over een verschil in koers zijn er gelukkig nooit geweest. Uiteindelijk is overleg altijd de kracht van het CNV geweest en daar hebben we binnen en buiten de organisatie veel mee bereikt.”

Binnen het CNV wordt Westerlaken getypeerd als betrokken, consequent, onafhankelijk en een tikkeltje eigenzinnig. Anders dan zijn voorgangers H. Hofstede en H. van der Meulen legde hij minder prioriteit bij de traditionele overlegstructuur met het CDA. Dat bleek een voordeel toen het paarse kabinet aantrad en de 'open lijnen' van het CNV met CDA-bewindslieden werden verbroken. Volgens Westerlaken is er geen sprake geweest van verlies aan invloed voor het CNV: “Integendeel. Wij hebben ons op tijd breed in het politieke spectrum opgesteld. Dat was een strategische, maar ook een inhoudelijke keuze. Als CNV hebben wij veel beter de veranderende opvattingen in de samenleving opgepikt dan het CDA. Ik heb bij de paarse bewindslieden vaak een makkelijker entree gehad dan bij CDA-ministers, simpelweg omdat het om argumenten ging en niet om bepaalde oude verhoudingen.”

Westerlaken leverde eind tachtiger jaren vanuit het CNV keiharde kritiek op de christen-democraten tijdens de herziening van het sociale zekerheidsstelsel en heeft nooit een geheim gemaakt van het feit dat hij geen CDA-lid was. Toch werd hem onlangs nog gevraagd een prominente rol te spelen op de nieuwe CDA-kandidatenlijst voor de Tweede Kamer. Westerlaken bedankte beleefd voor de eer en stapt nu dus over naar de zorgsector. Als bestuursvoorzitter van 's Heeren Loo (acht centra met zorg voor 7.000 verstandelijk gehandicapten en een jaarlijks budget van 500 miljoen gulden) moet hij de sector meer op de kaart gaan zetten.

Zijn collega CNV-bestuursleden C. van der Knaap en G.Verburg maakten wél de overstap naar de landelijke politiek en zijn inmiddels lid van de Tweede Kamer voor het CDA. Met het vertrek van Westerlaken en, eerder dit jaar, A. de Geus (naar het adviesbureau BCG) is vrijwel de hele CNV-top verdwenen. “Een teken van kracht en bovendien onvermijdelijk”, zegt Westerlaken. “We hebben als vakcentrale de welbewuste keus gemaakt te investeren in jonge mensen en die stromen nu door. Dan is het moment ook aangebroken om je af te vragen wat je zelf eigenlijk nog toevoegt. Als ik nóg een periode als voorzitter had bijgetekend, was ik wel erg onderdeel van het meubiliar geworden.”

Opmerkelijk genoeg noemt hij niet een of ander stichtingsakkoord, voorjaarsoverleg of SER-advies als meest memorabele wapenfeit in twintig jaar vakbondswerk. Die eer wordt gegund aan zijn vriend Muchtar Pakpahan, de Indonesische vakbondsleider die door het bewind-Soeharto vanwege 'subversieve activiteiten' werd opgesloten. Westerlaken reisde regelmatig naar Jakarta en zette zich intensief voor Pakpahan in: “Het moment dat ik hem een paar maanden geleden in vrijheid aan de telefoon kreeg, staat me nog bij als de dag van gisteren. Dat was een belangrijk en emotioneel moment voor me.”

Zelf actief Haagse politiek bedrijven (dat hij onlangs in deze krant nog typeerde als “een oefening in schizofrenie”) ziet hij niet zitten: “Het past niet bij mij en is ook niet mijn ambitie. Maar misschien dat ik op 1 januari, als ik weg ben bij het CNV, wel lid word van een politieke partij.” Welke dat zal zijn, wil hij niet kwijt. Tenslotte moet hij nog vier maanden meedraaien in het poldermodel en staan Prinsjesdag en het 'Najaarsoverleg' alweer voor de deur: “Laat mij die tijd maar werken zoals ik altijd heb gedaan: met meer interesse voor beleid, dan voor de politieke kleur.”