Verzuring; Boeken verpulveren sneller dan mensen

Papier vergaat, vaak al binnen enkele tientallen jaren. Hoe bibliotheken strijden voor een langere levensduur van hun bezit.

'People die, but books never die.' (F.D. Roosevelt)

ROOSEVELT mag een gevierd staatsman zijn geweest, van de life cycle van boeken had hij weinig verstand. Boeken verpulveren namelijk en meestal een stuk sneller dan mensen. In de laatste 150 jaar is de gemiddelde leeftijd van een boek nooit hoger dan veertig jaar geweest - van een mens bijna het dubbele. Alleen boeken van voor 1840 troeven de mens in levensduur af; toen werd er nog op lompen gedrukt - een grondstof met een lange adem. Het houthoudend papier dat na die tijd in zwang kwam, bevatte, behalve cellulose, hars- en aluinlijm die zwavelzuur vormen als ze met licht en warmte in aanraking komen. Gevolg: het papier verzuurt, verbruint, wordt bros (brittle) en verpulvert ten slotte volkomen. 'Voor papier geldt: hoe ouder hoe beter', zeggen ze bij de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. Die uitspraak ligt een stuk dichter bij de waarheid.

In de Verenigde Staten werd eind jaren vijftig voor het eerst in kleine (bibliothecaire) kring erkend dat het papieren erfgoed geen lang leven beschoren zou zijn als het zuurvraatprobleem niet snel op de politieke agenda werd gezet. Onderzoek wees uit dat naar schatting 75 miljoen boeken, een kwart van het totale aantal boeken in Amerikaanse wetenschappelijke bibliotheken, niet meer bruikbaar was. Het zou evenwel nog veertig jaar duren voordat ook Amerikaanse politici, schrijvers en uitgevers van de ernst van dit probleem doordrongen raakten. Op 8 maart 1989 kondigden een kleine honderd prominenten - onder wie Susan Sontag, Kurt Vonnegut en Toni Morrison - in een paginagrote advertentie in de New York Times aan dat voor de eerste drukken van hun gebonden boeken voortaan alleen permanent - zuurvrij - papier werd gebruikt. Twee jaar later nam het Amerikaanse Congres een wet aan die overheidsorganen verplicht regeringsdocumenten op permanent papier te drukken. De campagne voor het Amerikaanse boekbehoud was een feit.

Ook in Nederland houdt het papieren erfgoed de gemoederen de laatste jaren bezig. Op 9 juni van dit jaar riep het Nationaal Bibliotheekfonds (een initiatief van een aantal particulieren onder wie oud-Elsevierbaas Pierre Vinken en oud-staatssecretaris van Financiën F. Grapperhaus) het nieuwe kabinet in een paginagrote advertentie in de Volkskrant op 'de verpulvering van het Nederlandse geheugen een halt toe te roepen'. “De collecties van de Nederlandse bibliotheken verkeren in erbarmelijke staat”, aldus de twintig bibliotheken die het manifest ondertekenden. “Het papier verzuurt en valt uit elkaar. Boeken en kranten kunnen niet meer gelezen worden. Ze moeten worden gerestaureerd, gefotografeerd of gedigitaliseerd. Mondjesmaat helpt de overheid, maar als we ons papieren geheugen voor de toekomst willen behouden, zijn honderden miljoenen guldens nodig.”

Uit onderzoek blijkt dat ongeveer een kwart van het bezit in Nederlandse bibliotheken direct bedreigd wordt en vaak al niet meer voor raadpleging beschikbaar is. Driekwart daarvan bevindt zich in de Koninklijke Bibliotheek en de universiteitsbibliotheken van Amsterdam, Leiden en Utrecht. Het materiaal uit de periode 1840 (toen van lompen- op houthoudend papier werd overgeschakeld) tot 1950 is het meest bedreigd. Boeken van voor en na die periode verkeren (nog) in redelijke staat.

Vooral kranten zijn er slecht aan toe, maar ook talloze wetenschappelijke publicaties, literaire werken, handschriften en brieven zijn 'brittle' verklaard (een pagina breekt af zodra je haar een paar keer hebt omgevouwen). In de Cultuurnota 1997-2000 schrijft voormalig staatssecretaris Nuis dat 'instellingen verantwoordelijk zijn voor het behoud van het materiaal waarover zij beschikken'. Niettemin stelde hij vorig jaar een bedrag van 18 miljoen gulden beschikbaar om in vier jaar tijd een deel van het Nederlandse papieren erfgoed te kunnen redden.

De reddingsoperatie 'Metamorfoze' begon in maart 1997 en wordt gecoördineerd door het Bureau Conservering Bibliotheekmateriaal (BCB) van de KB. Het is vernoemd naar de gelijknamige autobiografische roman van Louis Couperus. Deze roman, waarvan de Koninklijke Bibliotheek twee exemplaren bezit, werd vorig jaar op microfiche gezet. Ook het Letterkundig Museum heeft haar collectie handschriften, brieven en drukproeven van Couperus aangemeld voor conservering; evenals die van Frans Coenen, Herman Heijermans, J.J. Slauerhoff, Menno ter Braak en Marcellus Emants. Andere instellingen die een projectvoorstel voor Metamorfoze indienden: het Frysk Letterkundich Museum en Dokumentaasje-sintrum (conservering archief Selskip foar Fryske Taal en Schriftekenisse); de Gemeentebibliotheek Rotterdam (collectie Oude kinderboeken) en de stadsbibliotheek Haarlem (collectie Beets/Hildebrand).

Nederlandse bibliotheken en andere instellingen kunnen projectvoorstellen indienen voor conservering van hun belangrijke literaire collecties uit de periode 1840-1950 ('Literaire collecties') of voor boeken met een Nederlands impressum, gedrukt in de periode 1870-1899 ('Behoud Nederlandse Boekproductie'). De dertig projectvoorstellen die tot nog toe werden gehonoreerd, worden voor maximaal zeventig procent gesubsidieerd door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.

“Er zijn twee manieren om deze bedreigde collecties van de ondergang te redden”, legt Dennis Schouten, coördinator van 'literaire collecties' uit. “Door de levensduur te verlengen, of door de informatie over te zetten op een ander medium. Een relatief nieuwe methode is massa-ontzuring, waarbij boeken en archiefstukken in een tank worden geplaatst en vervolgens in ontzuringsvloeistof (een mengsel van magnesiumoxidepoeder en perfluoroheptaan) op en neer worden bewogen en rondgedraaid. Daarna wordt de vloeistof 'afgepompt' en wordt het materiaal vacuüm gedroogd. De behandelingssessie duurt twee uur. Kosten: vijftig gulden per boek. Schouten: “Ontzuring heeft zijn diensten bewezen, maar we blijven enigszins terughoudend. Momenteel draait bij de firma Archimascon in Heerhugowaard een proefproject met tweehonderd boeken uit de collectie van de Koninklijke Bibliotheek. We weten nu al dat sommige dunne of erg zwakke boeken tijdens het proces schade hebben opgelopen. De behandeling valt of staat met een strenge selectiemethode.”

Ingeborg Verheul, coördinator van 'behoud Nederlandse boekproductie', legt tijdens een bezoek aan de verfilmingsafdeling van de Koninklijke Bibliotheek uit waarom haar voorkeur naar microverfilming uitgaat. “Een microfilm gaat niet alleen lang mee - 200 jaar, schat men - maar de kwaliteit doet vaak niet onder voor het origineel. De microfilm functioneert op den duur als substituut van het origineel, dat in een zuurvrije verpakking wordt opgeslagen. Mede daarom worden hoge eisen gesteld aan de verfilmingsbedrijven. Er zijn boeken, zoals de Kopieboeken van Veen (de uitgaande correspondentie van de gelijknamige uitgeverij, red.) die in hun oorspronkelijke staat slecht leesbaar waren, maar na microverfilming een stuk toegankelijker bleken.” Er kleeft, geeft ze toe, ook een nadeel aan microverfilming: het is gebruikersonvriendelijk. “Mensen willen een boek vaak vasthouden. Dat wordt steeds moeilijker. Er zijn nu tweeduizend boeken in de KB niet-uitleenbaar wegens hun slechte staat; ze kunnen alleen nog op microfiche worden gelezen. Dat aantal wordt de komende paar jaar vertienvoudigd.”

Over digitalisering - het overzetten van informatie op bijvoorbeeld CD-rom - zijn de meningen in de bibliotheekwereld verdeeld. Schouten. “Het idee is heel aanlokkelijk: een druk op de knop en je hebt de tekst voor je. Maar hoe duurzaam is deze informatiedrager? En wie garandeert ons dat de software van 2020 nog steeds op die van straks aansluit? Een CD-rom blijkt veel minder lang houdbaar dan aanvankelijk werd gedacht. Voor al die problemen moet in de toekomst een oplossing worden bedacht.”

Ook Schouten vindt dat de boeken, kranten en handschriften die voor Metamorfoze worden aangemeld niet mogen worden gedigitaliseerd, alvorens ze op microfilm zijn gezet. “Een omslachtige methode, maar wel cruciaal voor het nageslacht.”

Heeft hij soms niet het gevoel dat hij water naar de zee draagt? Peinzend: “Dat lijkt er wel op, ja. Ik kijk steeds kritischer naar mijn eigen boekenkast, omdat ik precies weet welke boeken verpulverd zijn als ik zeventig ben.”