Vechtpartij in Beverwijk; Zes maanden geëist tegen fan van Ajax

AMSTERDAM, 3 SEPT.De procureur generaal van het Gerechtshof in Amsterdam heeft gisteren zes maanden gevangenisstraf, waarvan twee voorwaardelijk, geëist tegen een Ajax-supporter die vorig jaar mei was betrokken bij de massale vechtpartij in Beverwijk. Daarbij kwam Ajax-aanhanger Carlo Picornie om het leven.

De procureur achtte bewezen dat de supporter openlijk geweld had gepleegd. Zes andere Ajax-supporters die gisteren terecht stonden, hebben volgens de procureur generaal bij het gevecht tussen aanhangers van Ajax en Feyenoord geen openlijk geweld gepleegd, maar artikel 306 van het Wetboek van Strafrecht overtreden: ze maakten zich schuldig aan 'deelname aan een aanval of vechterij'. De procureur generaal eiste tegen hen vier tot zes maanden gevangenisstraf, waarvan twee maanden voorwaardelijk. Alle straffen kunnen worden omgezet in dienstverlening.

De veldslag bij Beverwijk telde driehonderd deelnemers, tweehonderd Feyenoorders en honderd Ajacieden. Ongeveer dertig van hen zijn strafrechtelijk vervolgd. “In zekere zin is het pech dat u nu hier staat”, zei president J. Cremers van het Hof. “Aan de andere kant is dat het risico dat u genomen hebt.” Vrijwel alle veroordeelden zijn al in hoger beroep gegaan. Op 22 juni veroordeelde het Hof een 21-jarige Feyenoord-fan opnieuw tot vier jaar cel wegens doodslag op Picornie. Een 26-jarige Feyenoorder kreeg in hoger beroep drie jaar wegens poging tot doodslag op een Ajacied. Morgen staan vier Feyenoorders opnieuw terecht. De overige zaken komen in oktober voor.

Artikel 306, 'deelname aan een aanval of vechterij', wordt niet vaak gebruikt. Het openbaar ministerie heeft het in stelling gebracht omdat het vrijwel onmogelijk is te bewijzen welk aandeel iedere individuele verdachte bij de vechtpartij in Beverwijk heeft gehad. Bij artikel 141, 'openlijke geweldpleging', moet worden bewezen dat de verdachte daadwerkelijk zelf heeft gestoken of geslagen. Bij het 'paraplu-artikel' 306 is dat niet nodig. Alle betrokkenen van een vechtpartij dragen collectief schuld voor de gevolgen ervan. President Cremers maakte de vergelijking met het voetbal: “De keeper mag in een wedstrijd geen bal hebben aangeraakt, hij maakt wel deel uit van het elftal en is hierdoor medeverantwoordelijk voor het resultaat.”

De advocaten van de zeven verdachten probeerden het aandeel van hun cliënten zo klein mogelijk te maken. J. den B. liep “dertig meter” achter de Ajacieden aan, zo betoogde raadsman P. Ficq: “Mijn cliënt stond niet in het doel. Hij zat op de tribune.”