Van Lottum sneuvelt in kamikaze-actie

NEW YORK, 3 SEPT. Het gekunstelde zelfbeeld van sommige Nederlandse tennissers stak gisteravond op de US Open scherp af tegen Russische melancholie. Na zijn vreselijke afstraffing in drie sets (6-1, 6-2 en 6-4) tegen Yevgeni Kafelnikov wekte Dennis van Scheppingen de indruk dat de wereld aan zijn voeten lag en dat zijn doorbraak naar de top-100 slechts een kwestie van tijd was. Dat roept hij al heel lang. Met dat optimisme was Kafelnikov allang de nummer één van de wereld geweest.

De voor het eerst sinds jaar vier uit de toptien verdwenen Russische baseliner biechtte fluisterend op dat hij al blij was in de eerste ronde van de US Open een speler van het kaliber Van Scheppingen te hebben getroffen. Elke partij is hem namelijk één te veel en Kafelnikov sleept zich al maandenlang door de ATP Tour alsof al het leed van de wereld op hem drukt. Niet dat van Rusland overigens, want Zjenja heeft het al moeilijk genoeg met zichzelf. “Zolang mijn ouders niets mankeert en ze veilig zijn in Sochi, maak ik me niet druk.”

Kafelnikov zegt zich nog niet te spiegelen aan zijn eveneens vroeg oud geworden vriend Andrej Medvedev. De pas 24-jarige Oekraïener had gisteren ook al het geluk dat hij een Nederlander ontmoette die op halve kracht speelde, zij het dat John van Lottum vanwege een enkelblessure niet beter kon. Vorig jaar was de flamboyante Nederlander nog één van de smaakmakers op de US Open en moest de theatrale Spanjaard Mantilla een komedie opvoeren om de jonge debutant in de derde ronde uit te schakelen. Gisteravond nam Van Lottum al na één optreden (6-4, 7-5 en 6-2) afscheid van Flushing Meadows in de wetenschap dat hij zelfs op één been twee sets gelijkwaardig was geweest aan Medvedev.

Pas na een medische time-out aan het begin van de derde reeks om zijn pijnlijke enkel opnieuw in te tapen, wierp Van Lottum ontgoocheld de handdoek. “Ik heb een hekel aan opgeven”, sprak het 22-jarige talent timide. “Maar voor een normaal toernooi zou ik me hebben teruggetrokken.” Van Lottum blesseerde zich vorige week in Boston in het dubbelspel met Sjeng Schalken en alleen dankzij een late start in New York kon hij nog op de baan verschijnen. “Ik scheurde een enkelband, terwijl ik toch een brace droeg. Dat baart me wel enige zorgen. Deze blessure zal me ongeveer drie weken kosten. Ik zak nu op de wereldranglijst waarschijnlijk naar de 90ste of de 95ste plaats. Maar over mijn ranking maak ik me geen zorgen, daar speel ik te goed voor.”

Het was inderdaad pijnlijk te zien hoe Medvedev alleen op basis van zijn routine overeind kon blijven tegen Van Lottum, die zich noodgedwongen van een kamikazetactiek bediende om zo kort mogelijke rally's te spelen. Medvedev - afgezakt naar de 74ste plaats op de wereldranglijst - was nog sluw genoeg om optimaal te profiteren van de fysieke beperkingen bij zijn opponent, die slechts drie treden lager staat. Maar de inmiddels kale baseliner die ooit over zichzelf zei dat hij zo lui was als een Russische beer, oogde als een tennisser bij wie het licht al lang geleden is uitgegaan. Medvedev is geen schim meer van de sprankelende artiest die in 1993 de halve finales op Roland Garros en het WK bereikte en tot de vierde plaats van de ATP-ranking reikte.

Medvedev kon de weelde echter niet dragen, scheurde als een Formule I-coureur rond in zijn Porsche en vergokte fortuinen in het casino. Heeft de in de Sovjet-Unie geschoolde Medvedev de even oude Kafelnikov niet kunnen waarschuwen voor de verleidingen in het eendimensionale leven van een tennisprof? “Andrej kan mij niet helpen”, verzuchtte Kafelnikov. “Hij heeft slechts één jaar in de toptien gestaan, ik heb daar vier jaar toe behoord. Medvedev heeft ook een ander karakter dan ik. Maar ik voelde me inderdaad de gevangene van mijn succes. Ik had in feite van alles te veel gehad, successen én geld. Ik had geen doelen meer en nog kost het me moeite mezelf op te laden voor toernooien. Er zijn momenten dat ik geen tennisbal kan zien.”

Van Scheppingen hoopte vergeefs een depressieve Kafelnikov te ontmoeten op baan elf van Flushing Meadows. Hij had zich tevens vastgeklampt aan het cliché dat je de tennisvedetten maar beter in de eerste ronde kon tegenkomen. Dan zouden ze nog scherpte missen. “Daar klopte dus allemaal niets van”, verzuchtte Van Scheppingen na het gastcollege van Kafelnikov in drie bedrijven. Potsierlijk was de eerste set, die slechts zestien minuten in beslag nam en waarin Van Scheppingen welgeteld acht punten bij elkaar wist te sprokkelen.

Het is dan ook een raadsel waar de 23-jarige pupil van oud-prof Tom Nijssen zijn zekerheden op baseert, want in het naargeestige duel met Kafelnikov werd de nummer 108 van de computerlijst op alle fronten overklast. “Hij speelde een tempo te hoog voor me, nooit ben ik in een partij zo onder druk gezet als door Kafelnikov”, erkende Van Scheppingen. En dan te bedenken dat de kampioen van Roland Garros in 1996 slechts een schamel percentage van veertig op zijn eerste service liet noteren.

Het tableau van de US Open voorziet in een confrontatie tussen Kafelnikov en Krajicek in de vierde ronde. Maar zelfs de derde omloop lijkt al ver weg voor de melancholieke Kafelnikov, die zich van hotel naar hotel zegt te slepen. Wat een verspilling van talent! Somber staarde hij zich voor uit in een bijna verlaten perszaal. “Ik weet het”, stamelde Kafelnikov met een doffe blik in zijn ogen. “Ik ben het aan mijn stand verplicht ten minste nog één grandslamtitel te winnen. Maar ik betwijfel of dat nu al in New York gebeurt.” Hij kan nu eenmaal niet zeven keer tegen Van Scheppingen spelen.