Openbare bibliotheken; De boekenwurm voorbij

De moderne openbare bibliotheek wil het brandpunt zijn van het leven in een wijk. Internet-les en een seksspreekuur als bindmiddel tussen jongeren en 'bieb'.

'IK? IK LEES ME SUF. Drie tot vier boeken per week.” De man met de gedoofde sigaret achter de oren struint door het bibliotheekfiliaal van Scheveningen. “Daar staan de thrillers. Daar staat een boek over de paus, dat heb ik laatst gelezen. En daar is de kast met nieuwe aanwinsten. Daar kijk ik ook altijd even in.” Als brugwachter heeft hij zeeën van tijd om te lezen. “Vooral 's nachts. Gelukkig voor mij dat er een bibliotheek is. Ik zou al die boeken nooit kunnen betalen.”

De openbare bibliotheek is voor nagenoeg de hele Nederlandse bevolking onder handbereik. Er zijn 605 openbare bibliotheken met tezamen 1.150 vestigingen en nog eens 2.000 halteplaatsen van de 'bibliobus'. Toch kampt de openbare bibliotheek al jaren met een afnemende interesse, vooral van jongeren. En dus werd het tijd voor verandering. De 'bieb' moet sinds enkele jaren klantgerichter werken en het personeel moet meer tijd uittrekken om de bezoeker te woord te staan en wegwijs te maken. En voor de jongeren zijn er het Internet, een cd-romcollectie, videowalls en soms zelfs pizza's en interactieve spelletjes. Als het aan het NBLC (de overkoepelende vereniging van openbare bibliotheken) ligt, is de bibliotheek van de 21ste eeuw 'het centrum van informatie, cultuur en educatie in Nederland'.

In het Scheveningse filiaal van de Haagse openbare bibliotheek moet de 13-jarige Mark het voorlopig stellen zonder snacks en videoclips. Op de jeugdafdeling trekt hij een groot plaatjesboek over archeologie uit de kast. Hij heeft al een boek over ridders onder zijn arm en - want om nieuwe media kan een bibliotheek niet meer heen - een cd-rom van Lucky Luke. Ongeveer eens in de twee weken bezoekt Mark het filiaal. “Met die cd-rom van Lucky Luke kun je op de computer zelf een strip maken. Als ik er een paar keer mee gespeeld heb, kom ik weer wat anders halen.”

Aan het begin van een doordeweekse middag loopt er een twintigtal bezoekers in het filiaal. Straks als de scholen uit zijn zal het drukker worden, verwacht filiaalhoofd R. van Ginneken. Hij constateert dat het bezoek aan de bibliotheek in het hart van Scheveningen de landelijke trend volgt. “Vroeger hadden we op topdagen zo'n duizend mensen over de vloer. Nu vinden we het druk als we er zevenhonderd hebben.”

De daling zette in 1997 in. “We moeten gissen naar de oorzaak. Er is nu natuurlijk Internet, een concurrent voor ons. Mensen moeten sinds kort bovendien een kwartje per boek aan auteursrecht betalen.” Maar Van Ginneken houdt het er vooral op dat de openingstijden en samenstelling van de collectie mensen hebben weggejaagd. “We zijn niet altijd 's avonds open. Daar hebben we niet genoeg personeel voor.” En geld speelt een rol. “Het budget voor nieuwe boeken is beperkt. Veel vaker dan vroeger koop ik één exemplaar van een nieuwe uitgave. Boeken die bestemd zijn voor een klein publiek schaf ik veel minder vaak aan. Soms maak ik afspraken met andere filialen: Als jij dat mooie fotoboek koopt, koop ik die biografie van Colijn. Zo kunnen we van elkaar lenen.”

Bovendien kópen mensen steeds gemakkelijker een boek. Van Ginneken: “Ik wilde dat wij net zoveel mensen over de vloer hadden als de plaatselijke boekhandel heeft. Mensen kopen daar een paperback voor vijftien gulden. Waarom zouden ze dan nog wachten tot het boek bij ons in de kast staat?”

De gemeente Den Haag wacht de ontwikkelingen niet af, maar werkt aan een reorganisatie van de bibliotheken. Een omstreden plan waarbij in tien tot vijftien jaar het aantal filialen wordt teruggebracht van achttien naar dertien. Een aantal bibliotheken wordt gesloten, andere samengevoegd, zoals het filiaal van de nabijgelegen wijk Duindorp bij dat van Scheveningen. De Duindorpers zijn er niet blij mee. Van Ginneken wel: “We krijgen een nieuw pand, nog dichter bij het centrum en het openbaar vervoer. We kunnen zeer waarschijnlijk 's avonds vaker open zijn. En we mogen de collectie uitbreiden van 43.000 tot 45.000 boeken.”

Volgens algemeen directeur W. Renes van de Haagse Openbare Bibliotheek is het van het grootste belang dat de collectie weer op peil wordt gebracht. De armlastige gemeente Den Haag stelde de bibliotheek sinds de jaren tachtig minder geld ter beschikking. “Dus hebben we de afgelopen jaren bezuinigd op de aankoop van nieuwe boeken. Vroeger kochten we er 112.000 per jaar. Nu zijn dat er nog 50.000. Op den duur ga je dat merken als klant.” Het gemeentebestuur kreeg eerder dit jaar financiële hulp van het rijk en kan zich wat meer armslag permitteren. De bibliotheken in Den Haag profiteren daarvan en krijgen de komende jaren een miljoen gulden extra voor het aanvullen van de collectie.

Algemeen directeur Renes hoopt dat dit, samen met het beperken van het aantal filialen, de bibliotheek weer terugbrengt op niveau. Het filiaal in de Schilderswijk, een van de meest bekende achterstandswijken van Nederland, kreeg uit een subsidiepot van de Europese Commissie vijf ton en kon alvast een voorproefje nemen op de toekomst: enkele weken geleden werd een 'telematicacentrum' ingericht. Twaalf Internetcomputers, geplaatst in een apart hoekje van het bibliotheekgebouw aan de Koningstraat.

Volgens filiaalhoofd M. Hartman Kok staan de - overwegend allochtone - kinderen uit de buurt te trappelen op de stoep vóórdat de deuren open gaan. “Het liefst zouden ze uren achter de computer zitten.” Routineus trekt ze twee Turkse jongetjes uit elkaar die letterlijk hun plek achter de computer bevechten. “We hebben speciaal een toezichthouder aangesteld die ervoor zorgt dat iedereen een kans krijgt.”

Het World Wide Web lijkt dus de redding voor de in kinderogen saaie en stoffige bibliotheek. De bibliotheek op haar beurt, neemt een nieuwe sociale taak op zich. “Je hebt te maken met kinderen die thuis geen computer hebben staan”, zegt informaticadeskundige A. Scheer van de Haagse bibliotheek. “We doorbreken in feite een nieuwe tweedeling in de maatschappij: tussen degenen die wel en die niet kunnen omgaan met informatietechnologie.” Het komende schooljaar zullen leerlingen van zeventien scholen uit de Schilderswijk in de bibliotheek les krijgen op en over de computer.

Een centrum van informatie, cultuur en educatie, zoals het NBLC de bibliotheek van de toekomst ziet - in de Schilderswijk gaat het er al aardig op lijken. Filiaalhoofd Hartman Kok: “Streekromans en thrillers die in andere filialen als warme broodjes over de toonbank gaan, hebben we er hier uitgegooid. Wat moet een gesluierde vrouw uit Irak nu met een verhaal over een boerin in Drenthe. Wij willen de mensen Nederlands leren, kennis bieden over de maatschappij, over henzelf.”

De bibliotheek in de Schilderswijk neemt actief deel aan het maatschappelijk leven in de wijk. Als er 's avonds een vergadering plaatsvindt over slechte straatverlichting op een plein, is filiaalhoudster Hartman Kok van de partij. “Zo leren de mensen mij kennen, en komen ze sneller bij ons over de drempel. We beginnen nu ook een spreekuur voor jongeren. Hebben ze vragen over wonen, seks, studiefinanciering, wij hebben een deskundige die hen verder helpt.”

Directeur L. Popma van de Vereniging van Openbare Bibliotheken NBLC vindt dat het goed gaat met de Nederlandse bibliotheek. “De bibliotheek is vast verankerd in de samenleving en over het algemeen blijft de voorziening bij gemeentelijke bezuinigingen buiten schot. Investeringen in nieuwe boeken, dure abonnementen op databanken, ISDN-lijnen en Internet blijven noodzakelijk”, somt Popma op. Daarvan moet ook het kabinet doordrongen zijn. “De brief aan de nieuwe staatssecretaris is al onderweg.”

COLLECTIES

1. Jarenlang zijn de collecties en de uitleningen van bibliotheken sterker gegroeid dan de omvang van de bevolking. Tot in de jaren zeventig kwam dat door de toegenomen vrijetijd en de groei van het aantal bibliotheken. In 1975 kwam er een Bibliotheekwet die (hoge) streefcijfers voor de collecties vaststelde. Het boekenbezit en het aantal uitleningen groeiden daardoor navenant tot in 1982. De streefcijfers waren toen bereikt en tegelijk moesten de bibliotheken fors bezuinigen, waardoor hun imago verbleekte en de groei van het aantal uitleningen stagneerde.

2. Tegelijkertijd is er een omslag in de omgang met bibliotheken: zeker jongeren lezen minder romans en hebben meer behoefte aan informatie. Non-fictie wordt vaker in de bibliotheek zelf geraadpleegd, en niet geleend. De stagnatie van het aantal uitleningen is daardoor misleidend, omdat het gebruik van de bibliotheek van karakter verandert.

3. Na de jaren tachtig zijn bibliotheken duurder geworden. De meeste bibliotheken vroegen in 1995 een contributie van minimaal 30 gulden, tegen maximaal 15 gulden in 1980.